+ Meer informatie

„Gijzelaarskwestie spoedig opgelost''

Hezbollah-leider toont zich optimistisch

3 minuten leestijd

BEIROET (AP) — Hezbollah-leider Hoessein Moesawi heeft gisteren gezegd dat de afwikkeling van het drama rond de westerse gijzelaars in Libanon in zicht is en dat een van hen —„een Amerikaan of een Brit"— binnen een week vrijgelaten zal worden.

„Als Israël zijn belofte houdt om meer gevangenen vrij te laten, is het proces om de (westerse) gijzelaars te ruilen tegen de gevangenen goed op gang", zei Moesawi.

Israël liet woensdag 51 gevangenen vrij en droeg de lichamen van negen guerrillastrijders over aan groeperingen in Libanon. Donderdag volgde een nieuwe transactie: het door Syrië gesteunde Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina gaf de stoffelijke resten vrij van een in 1983 in Libanon vermiste Israëlische soldaat en mocht in ruil daarvoor een van zijn door Israël gedeporteerde activisten laten terugkeren naar de Westoever.

Optimisme

De Israëlische premier Sjamir verklaarde in Parijs dat hij optimistisch was dat de nieuwe ruil een proces in gang heeft gezet waarbj alle gijzelaars zullen vrijkomen. „Ik hoop dat we over zekere tijd —men zegt ons dat het tijd kost- een definitieve oplossing voor dit tragische probleem zllen bereiken", zei Sjamir.

Moesawi zei dat het proces voor de vrijlating van de westerse gijzelaars vertraging kon oplopen omdat sjeik Abdoel Karim Obeid niet onder de eerste groep vrijgelatenen was. Er zal nu moeten worden gepraat over „de vrijlating van een tweede groep waar Obeid wel deel van uitmaakt", zei Moesawi.

Obeid, een sji'itische geestelijke en activist van Hezbollah, werd in 1989 door Israëlische commando's ontvoerd uit zijn woonplaats in Zuid-Libanon. Zijn vrijlating en die van meer dan 300 andere Arabische gevangenen is als voorwaarde gesteld aan de vrijlating van alle westerse gijzelaars.

Druk op Israël

Moesawi deed een beroep op de gijzelhouders om „het (gijzelaars) dossier vrijdag voor zaterdag af te sluiten". Maar dan moet de andere partij „alle gevangenen in de gevangenissen van de vijand (Israël) en Europa vrijlaten", zei Moesawi tijdens een persconferentie in zijn huis in de Oostlibanese stad Baalbek.

Eerder had de sji'itische leider tegenover de Libanese krant al-Liwaa verklaard dat de gijzelaarskwestie in een stroomversnelling was gekomen nadat Washington druk op Israël was gaan uitoefenen om Arabische gevangenen te laten gaan. De pro-Iraanse Hezbollah wordt over het algemeen gezien als de mantelorganisatie van de sji'itische facties die in Libanon westerlingen vasthouden.

Pérez de Cuéllar

De ontwikkelingen rond de Arabische gevangenen en de westerse gijzelaars vielen samen met een bezoek van VN-chef Javier Pérez de Cuéllar aan Iran, die de sji'itische gijzelnemers lange tijd de hand boven het hoofd heeft gehouden. Bij zijn vertrek uit Teheran verklaarde de VNchef dat hij de komende dagen of weken vooruitgang hoopte te boeken in de gijzelingskwestie.

Op een vraag of er de komende dagen westerse gijzelaars vrij zouden komen wilde Pérez de Cuéllar geen antwoord geven. „Ik ben evengoed geïnteresseerd in de Libanezen, in de Israëliërs, en natuurlijk in de Iraniërs die worden vermist", zei hij.

De vermiste Iraniërs zijn vier diplomaten die in 1982 verdwenen en vermoedelijk dood zijn. De VN-chef zei ook niet te veel te durven zeggen uit angst valse verwachtingen te wekken bij familieleden van gijzelaars.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.