+ Meer informatie

GPV heeft herstelplan ontwikkeld voor economie

Schutte: Overheid mag niet neutraal zijn

8 minuten leestijd

ZEIST — Het GPV is de verkiezingsstrijd ingegaan met een zogeheten Nationaal herstel- en Ontwikkelingsplan, een gedetailleerd financieel-sociaal-economisch programma voor de komende vier jaar. Lijstaanvoerder Schutte noemt het een totaalplan dat de mensen wil wijzen op de slechte situatie in ons land, maar ook op de zegeningen en op de perspectieven van het leven naar Gods Woord. „We willen op deze manier de opdracht van God aan ons allen handen en voeten geven in de economie", aldus Schutte.

Het Gereformeerd Politiek Verwd (GPV) komt na de verkiezingen met een nieuwe vertegenwoordiger in de Tweede kamer. Het is de heer G. J. Schutte uit Zeist. In 1970 werd hij hoofdbestuurslid van het GPV en sinds 1973 is hij landelijk secretaris van zijn partij. Verder heeft hij in de periode 1974-1978 deel uitgemaakt van de provinciale staten van Utrecht en was hij de afgelopen jaren adviseur van de Tweede-kamerfractie voor het beleid aangaande de departementen van binnenlandse zaken en CRM. Momenteel is Schutte nog werkzaam als loco-secretaris van de gemeente Zeist. Daaraan zal spoedig een einde komen want hij rekent erop dat het GPV tenminste een zetel zat behalen. „Ik heb alle reden om die als veilig te beschouwen", zegt hij.

Onze parlementsredacteur drs. A. A. C. de Rooij had op het gemeentehuis van Zeist een gesprek met de lijsttrekker van het GPV.


Het kenmerkende van het Gereformeerd Politiek Verbond is naar zijn mening dat men de cultuuropdracht die God aan de mensen en aan de overheid heeft gegeven centraal stelt bij het politieke handelen. Ook nu het minder goed gaat geldt dat we de handen uit de mouwen moeten steken en dat we tot zijn eer werkzaam moeten zijn aan de ontwikkeling en het beheer van de schepping, de samenleving. Schutte: „De roep om bezuinigingen, hoe noodzakelijk ook mag niet tekort doen aan die opdracht, aan het oplossen van de noden in de wereld en in ons eigen land, zoals de stadsvernieuwing, de woningnood, de bodemverontreiniging."

Twee beleidslijnen
Daarvan wil men wat tot uitdrukking brengen in het verkiezingsprogramma "opdat het u wèl ga". In het nationaal herstel- en ontwikkelingsplan, een onderdeel van het totale verkiezingspromma, wordt het accent gelegd op de beleidslijnen. In de eerste plaats moet de eigen verantwoordelijkheid van de mensen meer nadruk krijgen. Dit wordt uitgewerkt door een grotere toepassing van het profijtbeginsel en de invoering van een eigen risico in de sociale verzekeringen. Een voorbeeld van dat laatste is dat de ziekenfondsverzekerden voortaan zelf een bepaald percentage van de doktersrekening moeten gaan betalen. In de tweede plaats wil het GPV een deel van het geld dat de overheid besteedt aan allerlei leuke voorzieningen overhevelen naar de interingssfeer teneinde werkgelegenheid te scheppen. In totaliteit behoeft er niet bezuinigd te worden op de collectieve uitgaven (de collectieve lastendruk mag constant blijven), maar de voordelen moeten wel op een andere nier worden aangewend. Verder mag er in geen geval gekort worden op uitgaven voor het handhaven van de rechtsorde, voor de nationale veiligheid en voor de ontwikkelingssamenwerking.

Enkele concrete maatregelen die het GPV op het oog heeft: verlaging werkgeverspremies, vermindering aantal uitkeringstrekkers (volumebeleid), bestrijding belastingfraude, 20.000 extra banen in de guartaire sector, een jaarlijkse loonmatiging van 0,4 procent ten opzichte van de berekeningen van het centraal planbureau en de al eerder genoemde invoering van een eigen risico en het profijtbeginsel en de grootscheepse investeringsstimulering.

Als enige kleine partij heeft het GPV een programma dat is doorgerekend door het planbureau. De uitkomsten laten zien dat bij realisering van de voorstellen de meeste economische factoren weer de goede kant op gaan: de produktiegroei van de bedrijven gaat naar 3,1 procent, de investeringen nemen met 6,5 procent per jaar toe, het financieringstekort loopt terug naar 4,9 procent van het nationaal inkomen, de arbeidsinkomensquote daalt tot 90,5, de goederenuitvoer stijgt met 4,9 procent per jaar en de werkloosheid komt in 1985 uit op 317.000 in plaats van de verwachte 500.000 bij ongewijzigd beleid.

De met dit plan samenhangende koopkrachtoffers bedragen 2 procent per jaar, waarbij geen rekening is gehouden met de invoering van een eigen risico. Ook de minima moeten 2 procent inleveren. „Dat kan-niet anders", zegt Schutte. „Tussen het minimum en 2x modaal is te weinig speling om verder te nivelleren." Hij sluit echter niet uit dat een compensatie voor de „echte minima", de gezinnen die van één minimuminkomen moeten leven, mogelijk blijkt.

Ander karakter
De GPV-voorstellen dragen volgens Schutte een totaal ander karakter dan Bestek'81. Het heilsplan van het kabinet-Van Agt bestempelt hij als een dorre opsomming van impopulaire zaken, een verzameling van noodmaatregelen, zonder perspectief en zonder onderbouwing. De lijstaanvoerder: „Bestek'81 is niet gebracht als een plan dat gezien moest worden als een opdracht van Godswege in het belang van de Nederlandse samenleving. Ook wij komen met impopulaire maatregelen, maar geef dan je diepste motieven bloot. De economie is geen neutrale en alleen maar technische zaak. Je moet naar onze mening bezig zijn met een stuk christelijke politiek en dat overbrengen aan het volk. We moeten de voosheid van het materialisme aantonen."

„De cultuuropdracht ligt er voor gelovigen en ongelovigen. Daarom spreken we over een nationale aanpak", legt Schutte verder uit. In 1977 pleitte het GPV in het verkiezingsprogramma met zoveel woorden voor een kabinet van nationale strekking. De lijsttrekker betwijfelt of'dat onder de huidige omstandigheden een reële zaak is en wijst daarbij op de extreme standpunten binnen met name de PvdA.

„Niettemin is het wel aantrekkelijk", merkt hij op. Overigens verstaat het GPV onder een nationaal kabinet iets anders dan hetgeen de VVD daarmee bedoelt. Het uitgangspunt van zo'n regering moet zijn nationale doelstellingen gebaseerd hebben op Gods Woord.

Neutraal
We komen nog even terug op het kabinet-Van Agt. Het laatste jaar heeft de GPV-fractie in de Tweede Kamer zich steeds verder verwijderd van het regeringsbeleid en op de algemene ledenvergadering van de partij sprak Schutte zijn diepe teleurstelling uit over het functioneren van dit kabinet. Twee dagen later herhaalt hij zijn kritiek tegenover ons: „Van Agt en de andere bewindslieden weigeren pertinent het volk voor te houden: vreest God en onderhoudt zijn geboden. Men heeft een neutralistische politiek gevoerd. Dat mag niet. De overheid is dienares van God en kan dus niet neutraal zijn. Gezien de meerderheidspositie van het CDA hadden we mogen verwachten dat het beleid meer de kenmerken van een christelijke politiek had gedragen. Dat is helaas niet het geval geweest. Een beroep op de Bijbel werd als niet-legitiem van tafel geveegd. Al met al zijn de christelijke normen onder dit kabinet weer verder teruggedrongen in onze samenleving."

Geen band
Over het CDA merkt Schutte op: „Als ze op deze lijn doorgaan komt er van een christelijk karakter niets terecht. Men heeft bewust gekozen voor een weg die niet zichtbaar maakt wat het betekent een band aan Gods Woord te hebben. Men vertaalt dat alleen in wat algemene termen als rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Die invulling kunnen socialisten en liberalen ook geven." Hij is teleurgesteld over de matte reacties vanuit de CDA-achterban op het abortuswetsontwerp. „We hebben veel gehoord over de loyalisten, maar er is weinig druk uitgeoefend op de fracties om niet door de knieën te gaan voor het voorstel van Ginjaar en De Ruiter", aldus de nummer één van lijst 8.

Toch geeft het GPV de voorkeur aan voortzetting van de huidige coalitie na de verkiezingen. Schutte daarover: „Je zult moeten streven naar de minst slechte. Principieel maakt een keuze tussen PvdA en VVD niet zoveel uit. Een praktische onmstandigheid is dat in een kabinet met de VVD het CDA numeriek in de meerderheid is en dat er bij zo'n regering nog meer mogelijkheden zijn te appelleren aan Gods Woord."

Lijstverbinding
In tegenstelling tot de SGP is het GPV geen lijstverbinding aangegaan met de RPF. Uit de woorden die Schutte hieraan wijdt blijkt dat bij het GPV vooral de vrees heeft meegespeeld kiezers kwijt te raken aan de RPF. „Met een lijstverbinding helpen wij de gedachte in het leven houden dat het, electoraal gezien, een verantwoorde zaak is op de RPF te stemmen in plaats van op het GPV. We wekken dan immers de indruk dat zo'n stem toch niet verloren gaat. Dat is niet juist,' want een lijstverbinding treedt pas in werking als alle deelnemende partijen tenminste één zetel behalen. Wat betreft de RPF hebben we geen aanknopingspunten om te veronderstellen dat men over die drempel heen zal komen", zo merkt Schutte op.

De leuze „baat het niet, dan schaadt het niet" gaat naar zijn mening beslist niet op. Vorige keer kozen veel weifelende kiezers voor de RPF in plaats van het GPV en lieten daarmee hun stem verloren gaan. Hij vindt het jammer dat de SGP op die argumenten niet is ingegaan. Daardoor was er geen verdere gespreksbasis over deze kwestie. Schutte voegt aan dit alles toe dat het GPV de RPF niet voor altijd heeft uitgesloten.

Als de RPF in de kamer komt ontstaat er een nieuwe situatie en zal men over vier jaar wellicht tot een andere beslissing komen.

Hoe kijkt het GPV verder aan tegen de RPF? Schutte: „We vinden het jammer dat deze partij er gekomen is, omdat hiermee, onbedoeld uiteraard, afbreuk wordt gedaan aan SGP en GPV. Ze hebben natuurlijk het volste recht zich als partij te organiseren, maar het volste recht is niet altijd de grootste wijsheid. De RPF is geen bedreiging maar wel concurrentie voor ons."

Schutte noemt twee duidelijke verschilpunten met de RPF. In de eerste plaats heeft hij bezwaar tegen het open karakter van die partij. Dat houdt naar zijn oordeel het gevaar in dat in de toekomst mensen van allerlei slag het beleid mee gaan bepalen. Voorts is hij het niet eens met haar economische politiek. De RPF legt te veel nadruk op de vrije werking van de markteconomie. Daarmee geef je geen antwoord op de problemen van vandaag", aldus Schutte.

Wat betreft de SGP geeft hij als belangrijkste verschilpunt aan de visie op de vrijheid van godsdienst. Het GPV staat toleranter tegenover niet-reformatorische kerken en andere godsdiensten dan de SGP. Vooral op het terrein van de subsidiepolitiek kan dit wel eens tot uiteenlopende standpunten leiden. Ondanks de verschillen is Schutte ervan overtuigd dat in de Tweede Kamer de samenwerking tussen de kleine christelijke partijen, met behoud van ieders zelfstandigheid, goed en hartelijk zal verlopen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.