+ Meer informatie

COLUMN: VERTALING - HERTALING

3 minuten leestijd

De laatste maanden is er in de dagbladen en in de kerkelijke pers veel aandacht geweest voor de vraag op welke wijze we in de kerk het Woord van God aan de leden van de gemeente van de Here Jezus doorgeven. De discussie werd ingeluid door dr. M.J. Paul op een predikantenbijeenkomst van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk.

Naar zijn oordeel is het onmiskenbaar dat er een niet meer te overbruggen kloof is gekomen tussen enerzijds de zo vertrouwde Statenvertaling en anderzijds de vele jongeren die (gelukkig!) in de kring van de Geref. Bond ‘s zondags en door de week meeleven.

Hij bleek met deze uitspraken een gevoelige snaar te hebben geraakt.

Het Reformatorisch Dagblad bracht de discussie een stap verder en publiceerde in enkele dagen een serie interviews met vooraanstaande personen uit de kring van de gereformeerde gezindte die ieder het hunne zeiden over de vraag: moet de Statenvertaling vervangen worden als ‘kerk’- en ‘huis’-bijbel? En is de op stapel staande nieuwste vertaling-2002 dan - voor zover nu te overzien is - een bruikbaar alternatief?

De aan het woord gekomen broeders en zusters bleken in deze discussie niet eenstemmig te zijn; dat vond ik overigens opnieuw een pijnlijke onderstreping van het feit dat het zo ontzaglijk moeilijk blijkt te zijn om in aangelegen zaken als deze in de zo jammerlijk verscheurde kerken van de Reformatie in Nederland een eensgezind standpunt in te nemen.

In deze column zal daarover het laatste woord uiteraard niet gesproken worden. Wel kan het volgende worden opgemerkt: als Chr. Geref. Kerken hechten wij sterk aan de uitdrukking ‘de werking van de Heilige Geest met het Woord’, en niet door het Woord. Dat zal ons in ieder geval beducht moeten maken voor een al te sterke binding aan één vertaling, hoe zeer we daar persoonlijk en kerkelijk ook een band aan hebben. Dat laatste is overigens legitiem. De vraag moet telkens weer zijn: begrijpt de gemeente wat wij hen als ambtsdragers doorgeven als Gods Woord? Begrijpt zij het wanneer de Schriften op door-de-weekse bijeenkomsten opengaan (catechisaties, verenigingen, clubs)?

Van tijd tot tijd zullen we als ambtsdragers hopelijk wel eens het een en ander toetsen, via een navraag. De vraag van eertijds Filippus uit Hand. 8: 30 - ‘verstaat gij wat gij leest?’ - gaat over een geestelijk verstaan van het Woord Gods. Voordat daarvan sprake kan zijn zal dat Woord in ieder geval letterlijk begrepen moeten worden. En naar mijn oordeel heeft dr. Paul gelijk: daar mankeert veel aan. Voor alle duidelijkheid: niet alleen bij de jongeren! In de gevoerde discussie sprak mij één zaak erg aan. Iemand wees op het gegeven in Hand. 2 op het Pink-sterfeest, dat ieder de discipelen ‘in zijn eigen taal’ hoorde spreken. Wij zullen de Heilige Geest in de weg waarin hi] mensen wil bereiken niet in de weg staan!

De taal van de 17e eeuw is een andere dan die van de 21e eeuw. En ds. J.H. Velema leerde ons al in zijn catechisatie-boekjes dat geen vertaling van de Heilige Schrift onfeilbaar is (‘Een levend lidmaat’, blz. II). Laten we er toch op letten dat we als ambtsdragers in prediking, catechese en pastoraat zoveel als mogelijk is begrijpelijke taal spreken voor de gemeente - oud en jong. En zolang er geen eenstemmigheid is in de gereformeerde gezindte is t.a.v. een te gebruiken - per definitie onvolkomen - vertaling: laten we verschillende weergaven naast elkaar lezen. Dat kost wat meer tijd, maar het zal (onder Gods onmisbare zegen) doorwerken. Er staan levens op het spel, in het licht van Gods eeuwigheid!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.