+ Meer informatie

JEUGD EN CONFESSIE

8 minuten leestijd

Elke zichzelf respecterende organisatie beschikt over een mission statement. Een dergelijk document verwoordt het idee achter en het ideaal van de betreffende organisatie. Het vormt het uitgangspunt van het beleid en bepaalt ook de sfeer. Een mission statement maakt duidelijk waar men voor staat en waar men voor gaat. Oudere medewerkers worden geacht zich de inhoud eigen te hebben gemaakt. Nieuwe medewerkers wordt het mission statement aangereikt en hun wordt gevraagd of zij zich erin kunnen vinden. Er zijn natuurlijk verschillen maar als we de gereformeerde confessie of belijdenis nu om te beginnen eens het mission statement van onze kerk noemen, gaan jongeren er misschien weer meer in zien.

SCHRIFT EN CONFESSIE

Het belangrijkste verschil is dat het mission statement van een gereformeerde kerk, in elk geval van onze Christelijke Gereformeerde Kerken, uit wel zeven documenten bestaat. Zes daarvan vormen de confessie: de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea, de Geloofsbelijdenis van Athanasius, de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Maar deze zes zijn ondergeschikt aan het allesbepalende ‘document’: de Bijbel, die het Woord van God is en daarom de heilige Schrift.

Een belangrijke stelregel van de Reformatie is: sola Scriptura - de Schrift alleen is het richtsnoer van ons geloof en leven. Als wij in onze kerken dan toch regelmatig spreken van ‘Schrift en belijdenis’, mag dat zo worden verstaan dat wij de belijdenis houden voor een weliswaar menselijke maar betrouwbare samenvatting van wat de Schrift ons leert. En we houden ons eraan, tot we er samen van overtuigd zijn dat iemand het beter weet te zeggen.

KERK EN JEUGD

In dit artikel gaat het met name over de aantredende deelnemers en medewerkers in de organisatie: de jeugd van de kerk. Wat is het belang ervan jongeren kerkelijk op te voeden bij de belijdenis? En hoe kan dat in de praktijk het beste worden gedaan? Er komen immers direct vragen op: Zullen we ons maar niet liever beperken tot de Schrift? Dat is ten slotte de hoofdzaak en jongeren leren Bijbellezen is al moeilijk genoeg. Daar komt bij dat wat ‘gereformeerd’ heet zelden wordt genomineerd voor een publieksprijs en daar zijn jongeren toch gevoelig voor. Een beperking tot de Bijbel alleen lijkt meer ruimte te geven in de richting van christenjongeren uit andere geloofstradities en dat is mooi, want ze zijn in ons land al met zo weinig.

Nu is het wel lastig om in dit verband over dé jeugd te spreken. Onze ouders beleefden een andere jeugd dan onze kinderen. Zij groeiden bijvoorbeeld veel meer op in een lees- en leercultuur. Ook was er meer natuurlijk gezag van het voorgeschrevene. Maar ook in dezelfde generatie - jongeren in Zeeland lijken de relevantie van een opgeschreven geloofsbelijdenis gemakkelijker te zien dan Randstedelijke jongeren. We moeten het hier wat algemeen houden. Hopelijk wordt toch iets aangereikt, dat in verschillende contexten herkenbaar is.

LEER EN LEVEN

Vanouds heeft de kerk Gods Waarheid in samenvattende bewoordingen beleden. En die een plaats gegeven in het onderricht aan de jeugd. Van Israels credo: ‘Hoor Israël, de HERE is onze God; de HERE is één…’ - gold al: ‘… gij zult het uw kinderen inprenten…’ (Deut. 6:4-9). In het Nieuwe Testament vinden we confessie-achtige gedeelten: 1 Kor. 12:3; Fil. 2:6-11; 1 Tim. 3:16. De jonge Timoteüs blijkt ‘wél onderlegd in de woorden des geloofs en de goede leer…’ (1 Tim. 4:6). Dat was Timoteüs niet, omdat hij later evangelist zou worden. Dat was hij, omdat de vroege kerk al een samenvattende leer ontwikkelde die jongeren methodisch toegang zou verschaffen tot het geheel van de Schriften maar ook missionair tot de hen omringende wereld. De Bijbel zelf gaat er dus in voor jongeren confessioneel te leren geloven. In deze lijn hebben Luther, Calvijn en anderen catechismi geschreven om de gereformeerde leer aan de man te brengen, niet het minst de jonge man. En de catechese is daarbij van groot belang geweest.

Het moet duidelijk zijn dat het daarbij nooit alleen om verstandelijke kennis ging. Daarom is het wel altijd óók gegaan. En in een tijd waarin geloven gemakkelijk in de sfeer van gevoel en ervaring wordt getrokken, komt het daarop zelfs steeds meer aan. Wie een taal wil leren, doet er goed aan eens aan den lijve te ervaren, hoe er geleefd wordt in het land waar die taal gesproken wordt. Maar het zal toch moeten beginnen met het leren van woordjes en regels. Dat is met de ‘taal’ van het Koninkrijk van God niet anders. Maar omdat Bijbels gezien de mens een eenheid is, kunnen leer en leven nooit worden gescheiden. Er blijft een gerichtheid op het hart van waaruit de uitgangen van heel het leven zijn. Dat besef zal aan het onderwijs in de confessie een praktisch karakter geven. Sinds de Reformatie tijd heeft het catechetisch onderwijs dan ook vier hoofdthema’s: de artikelen van het geloof, de sacramenten van doop en avondmaal, de geboden van Gods wet en de beden van het Onze Vader.

GROEI EN GETUIGENIS

Jongeren willen nog best wat leren, als ze maar weten waarvoor ze het doen. Moeilijk lerende catechisanten blijken soms hoogvliegers in de theorie voor een brommercertificaat. Waarom is het belangrijk als jongere over kerkelijk geijkte, samenvattende kennis van de Bijbel te beschikken? Laten we enkele antwoorden ontlenen aan de ontstaansgeschiedenis van onze belijdenisgeschriften. Het bij de hand en in het hart hebben van de gereformeerde belijdenis is belangrijk:

1. tegen de onnozelheid. Als je aan jongeren vraagt: Wat geloof jij nu eigenlijk? -staat meer dan de helft met de mond vol tanden. Dat wil zeggen, ze komen niet veel verder dan: Ik geloof in God. Of: Dat God bestaat. Ze hebben dan niet in de gaten, dat een islamiet het eerste ook kan zeggen en de duivel het tweede. En die siddert er dan nog bij (Jak. 2:19). De oudste belijdenissen leren ons het geloof in God de Drie-enige, Vader, Zoon en Heilige Geest. En de Heidelbergse Catechismus legt ons gaandeweg uit, hoe wij bij deze God in leven en sterven een echt, eeuwig houvast kunnen vinden. Hóe Hij Vader, Zoon en Geest wil zijn. Voor mij, loser!

2. tegen de onwetendheid. In dit geval van anderen. Want een mager antwoord op bovenstaande vraag zal een dominee zijn catechisant wel vergeven. Hij heeft dan immers reden om zich af te vragen, of hijzelf in zijn catechetisch onderwijs niet het een en ander liet liggen. Maar het wordt spijtiger, als een niet-gelovige vriend vraagt: Maar wat geloof jij nu eigenlijk? De Nederlandse Geloofsbelijdenis is oorspronkelijk bedoeld als een geloofsverantwoording aan de Spaanse koning Filips II. Guido de Brès wilde duidelijk maken, dat gereformeerd zo gek nog niet is en al helemaal geen gevaar voor de samenleving.

3. tegen de onverschilligheid. Het is tamelijk gangbaar en bovendien tolerant om te zeggen: ‘Jij jouw geloof, ik het mijne’. Met de geloofsbelijdenis van Athanasius en de Dordtse Leerregels in de hand wordt dat toch moeilijk. En dan blijken de fronten dichterbij te liggen dan menig jongere én oudere lief is. Zo valt er vanuit de Dordtse Leerregels over de evangelische geloofstraditie wel iets meer te zeggen dan dat ‘het bij hen een stuk vrolijker is dan bij ons’. Gaat het om kiezen of gekozen worden? Wie neemt het initiatief voor een levende geloofsrelatie en wie garandeert mij, dat het nooit meer stuk kan?

MIDDELEN EN WEGEN

Hoe brengen wij de gereformeerde belijdenis aan de jonge man en vrouw? Wat allereerst nodig is, is een hernieuwde overtuiging bij de oudere generatie dat de gereformeerde geloofstraditie niet alleen een getrouwe maar ook de rijkst denkbare manifestatie is van het Bijbelse geloof. Voor alle duidelijkheid: gereformeerd is hier meer dan christelijk-gereformeerd!

Vervolgens mogen wij onze jongeren wel toewensen ouders, ambtsdragers, catecheten en jeugdleiders die de Schrift, de belijdenis maar ook hun tijd en hun jongeren kennen. Voorbeeldfiguren door hun aanstekelijke overtuiging en tegelijk milde wijsheid. Bidders, dat de HERE het verstand van jonge mensen verlichten wil en hun hart vernieuwen tot het kennen van Hem.

Laat de leerdienst een echte leerdienst zijn. Een samenvatting van de preek, met vermelding van de kernteksten (niet op de beamer maar op een papier, dat mee naar huis kan) is al een heel eenvoudig middel. Als de Catechismus oorspronkelijk een leerboek voor de kinderen is, moet het ook nu mogelijk zijn het onderwerp van elke zondagsles uit te leggen aan de kinderen van de gemeente. De catechismusprediking moet zeker ook voor jongeren toegankelijk zijn. Het verwondert mij steeds weer dat de confessie volop ruimte laat voor actualisering. Zo kan bijvoorbeeld aan de catechismuspreek over zondag 11 heel geschikt een aparte themapreek worden vastgeknoopt over de islam. Met een nabespreking voor de jeugd.

We moeten het aandurven de confessie aan te bieden in de taal en vorm van deze tijd. Dr. W. Verboom verricht in dat opzicht veel goed werk (De Heidelbergse Catechismus, een eigentijdse weergave, uitg. Boekencentrum 2007, en ook: Van hart tot hart, over de Dordtse Leerregels, uitg. Boekencentrum 2009).

En dan de verschillende catechisatiemethoden. Dat zou wel weer eens een mooi onderwerp zijn voor een afzonderlijk artikel. Laat ik het maar persoonlijk houden: ik kijk nog altijd uit naar de ideale methode. Die zal in elk geval gewoon uitgaan van de catechismus. En dan maar met de degelijkheid en vroomheid van Reflector en de actualiteit en creativiteit van Follow Up.

Ds. Schenau (1960) is predikant in Goes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.