+ Meer informatie

Leer en Leven

6 minuten leestijd

(23.)

I. Het Woord Gods (v)

Gedurende enige malen hebben we Uw aandacht gevraagd voor de vier verschillende spreekwijzen, waarvan de Heere Zich in Zijn Woord heeft willen bedienen, nl. het verhaal, de onderwijzing, de profetie en het lied. Het is daarbij wellicht duidelijk geworden, dat ieder van deze openbaringswijzen een middel was in Gods hand om bijzonder het licht te laten vallen op Zijn handelingen met de mensenkinderen en wel speciaal op de leiding van Zijn volk.

Behalve deze onderscheiding in 4 grondvormen is het noodzakelijk ook het oog te laten vallen op de verschillende zegswijzen der Heilige Schrift. Ons oog wordt dan geboeid door vierderlei z e g s w ij z e, dat wil dan zeggen, dat de Schrift in vierderlei z i n (betekenis) kan verstaan worden. Men spreekt dan ook wel van dc zin en mening der Heilige Schrift.

We zien dan in Gods Woord:

1. een 1 e 11 e r 1 ijk e,

2. een s y m b o 1 i s c h e,

3. een typische,

4. een geestelijke zin.

Het ligt in onze bedoeling van elk van die vier iets te zeggen, om op die wijze U een beter inzicht' tc mogen geven in de betekenis van 's Heeren Woord, zodat het lezen van dat Woord voor U des te meer profijtelijk moge zijn, altijd onder inwachting van de bedauwing des Geestes, zonder Wie de dierbaarste openbaringen voor ons zielsoog een gesloten Boek blijven.

Ten eerste: de letterlijke zegswijze.

U begrijpt, dat de bedoeling van deze zegswijze, die in de Bijbel voorkomt, is, om deze letterlijk op te vatten. Letterlijk, wil zeggen: naar de letter, dus: eigenlijk, natuurlijk; precies zoals het er staat. Deze letterlijke zegswijze komen we dan ook tegen in het verhaal, waarin de Schrift ons gebeurtenissen of feiten verhaalt. Werkelijke gebeurtenissen hebben we dan ook letterlijk op te vatten. Als* de Bijbel ons zegt, dat er in het midden van het Paradijs een boom deikennis des goeds en des kwaad^ stond, dan hebben we dat letterlijk zo te geloven. Dat is dan een echte boom van echt hout geweest, met echte takken en bladeren. En als er geschreven staat, dat de Heere God één van Adams ribben nam en daar een vrouw van maakte, terwijl Hij die plaats weer toesloot met vlees, dan geloven we dat juist zoals het daar staat en dus heeft Adam een rib minder gehad dan voorheen. Zegt de Schrift ons verder in Gen. 3, dat er een slang tot Eva sprak, dan gaan we van die slang geen zinnebeeld of een schijngestalte van de duivel maken, maar dan is dat een echte levende slang geweest, al blijft het ook even waar, dat de duivel haar als instrument gebruikte. Lezen we verder, dat in Egypte het water in bloed veranderd werd, dan is dat ook zo en dan mogen we er niet van maken, wat helaas! zo dikwijls gedaan wordt, dat het water a 1 s bloed werd, met andere woorden, dat het op bloed geleek.

Geven we aan de gebeurtenissen en feiten, welke de Schrift ons mededeelt, niet de letterlijke, maar een zinnebeeldige betekenis, dan ontnemen we de waarheid en de kracht aan Gods Woord. Wie durft te zeggen, dat de boom en de slang en meerdere dingen in het Paradijs niet letterlijk opgevat moeten worden, kan net zo goed zeggen, dat het kruis van Golgotha geen echt kruis geweest is; dat dus de Heere Jezus daar niet ccht aan gehangen heeft en dat dit ook slechts zinnebeelden zijn. Nimmer mogen we hieraan toegeven aan deze verkrachting van de Waarheid Gods! Altijd moeten we blijven vasthouden aan de letterlijke betekenis van Gods Woord, tenminste wat die gedeelten betreft, waarin ons de geschiedenis, de feiten, de verschillende gebeurtenissen worden meegedeeld.

Van harte zijn we het dan ook eens met het eenvoudige, doch heerlijke getuigenis van een oud vrouwtje, dat op de vraag, of zij werkelijk geloofde, dat Jona door een walvis was opgeslokt, antwoordde, dat ze dat zeer zeker geloofde, omdat Gods Woord het zegt. En — zo voegde ze er aan toe — als de Bijbel zeide, dat Jona de walvis ingeslokt had, inplaats van de walvis hem, dan zou ik het nog geloven, want Gods Woord kan niet liegen.

Toch moeten we niet alle woorden der Schrift letterlijk gaan verstaan. Want in de tweede plaats is er ook: een symbolische of overdrachtelijke zin in de H. Schrift. Symbolisch wil zeggen: figuurlijk, zinnebeeldig.

Deze zegswijze treffen we dan ook veel aan bij dc profeten in hun profetieën. Er worden dan natuurlijke dingen gezegd, die echter een geestelijke betekenis hebben. Tussen het symbool en het gesymboliseerde moet een vaste betrekking bestaan, waardoor het mogelijk is, dat het waargenomen symbool niet aan iets willekeurigs doet denken, maar aan datgene, waaraan men door het symbool gedacht wil hebben. Men kan symboliek een taal in beeld noemen. Zo is een verlovingsof huwelijksring een gouden bandje, dat door zijn vorm wijst op de band der liefde, die degenen, die hem dragen, verbindt. Een zandloper, die vroeger diende om dc tijd te meten, is symbool geworden van het snel voorbijgaande leven; de zeis wordt gebruikt als zinnebeeld van de dood, die het leven afsnijdt gelijk de zeis de korenaren; een slang, die zijn staart in de bek houdt, en waar geen begin of eind aan is, is het symbool van de eeuwigheid. Zo is de palmtak het beeld van de overwinning, de olijftak dat van de vrede, de weegschaal met het zwaard het symbool der gerechtigheid.

Ook in de H. Schrift worden we telkens op symbolen gewezen. God-zelf wees de regenboog aan als een teken, een zinnebeeld van Zijn verbond met Noach; een herder met Zijn kudde is het beeld van Christus met Zijn gemeente; het water is het symbool van de afwassing der zonde; het brood verzinnelijkt de voeding van het geestelijk leven; de wijnstok is het symbool van Christus. Zo spreekt de Schrift ook van een wijngaard des Heeren; van een Lam, dat ter slachting geleid wordt.

Zulke spreekwijzen zijn niet letterlijk op te vatten, maar symbolisch, zinnebeeldig, d.w.z. er worden natuurlijke personen en zaken genoemd, om geestelijke personen en voorwerpen er door af te beelden.

Voordat we echter deze symbolische zegswijze aan een nader onderzoek onderwerpen, moeten we even letten op de derde zegswijze, nl. de typische. Dat is weer iets anders dan de symbolische. De symbolische zegswijze is niet letterlijk, doch alleen overdrachtelijk, zinnebeeldig te verstaan. De typische daarentegen. is zowel 1 e 11 e r 1 ij k, als zinnebeeldig op te vatten. Zo is bijv. S i o n een typische uitdrukking, waarmede zowel de natuurlijke berg, als ook het uitverkoren volk Gods wordt aangeduid. Over die beide betekenissen zullen we in een volgend artikel bij welzijn nogmaals handelen. Voor ditmaal dus genoeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.