+ Meer informatie

Het Verbond der genade (7)

4 minuten leestijd

liet Uitwending inzijn.

Voor diegene ft die inwendig in het Ver-O bond is, is geen vervallen van het Verbond mogelijk. Anders is het echter bij diegene, die uiterlijk in het Verbond is. Uiterlijk in het Verbond zijn al degenen, die uiterlijk in de kerk zijn, hetzij door geboorte uit ouders die bij de kerk behoren, hetzij dat men zich om een of andere reden bij de kerk gevoegd heeft, zonder de wedergeboorte deelachtig te

zijn. Deze „uitwendige bondelingen" kunnen echter wel afgesneden worden. Zij kunnen hun uiterlijke verhouding tot het Genadeverbond verbreken, doordat zij met de kerk breken in wier schoot het Verbond is neergelegd. Zij gaan dan verloren door verharding en ongeloof, omdat door hen de oproep tot bekering en geloof werd afgewezen.

Het uiterlijk inzijn in het Verbond geeft echter grote uiterlijke zegeningen, die wij nooit moeten verachten of mogen vertreden. Er is hierom een zware verantwoordelijkheid hoe wij handelen tenopzichte van het uiterlijk inzijn in het Genadeverbond. Van de wereld afgesneden klinken de roepstemmen tot ons van bekering en geloof, leven wij onder de nodigingen om te komen tot dc zaligheid in Christus Jezus, leven wij onder de verkondiging van de grote blijdschap, die al den volke wezen zal.

Christus bedient door de prediking van Wet en Evangelie zondaren uit het mensdom, zonder enige beperking en zonder enige uitzondering uit het gevallen geslacht van Adam, allen die in de zichtbare kerk leven. Door de prediking van de Wet worden we op schuld en zonde gewezen. Door het Evangelie wordt Christus ons voorgesteld en aangeboden, worden we gewezen op de rijkdom van Christus' bloed. Om eigen schuld zal men daarom verloren gaan. En dan niet alleen veroordeeld door de wet, maar ook door het Evangelie. In de uitwendige bedeling van het Verbond roept God allen die onder de prediking van Gods Woord leven. Die God roept deelt Hij zelfs verscheidene gaven mee. (De Dordtsche Leerregels).

Dit alles moet de mens aanzetten om uit genade als een inwendig kind des Verbonds te worden ingelijfd, opdat men om Christus' bloed erfgenaam zal worden van alle tijdelijke en eeuwige zegeningen en weldaden des Verbonds.

Verbondsplicht.

Er is ook een verbondsplicht. Deze verbondsplicht geldt niet alleen voor het uiterlijk inzijn in het Genadeverbond, er is ook een verbondsplicht wat betreft het innerlijk inzijn. Het nieuwe leven door wedergeboorte verkregen moet tot ontwikkeling en tot opwassen komen. Het moet gepaard gaan met opgroeien en wassen in de kennis en in de genade van de HEERE Jezus Christus. Het moet vrucht dragen, dat openbaar moet komen in de heiligmaking. Hoe geheel onvoorwaardelijk het Verbond ook is in de sluiting, degenen die tot God bekeerd zijn, worden, gelijk het Doopsformulier zegt, vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Het innerlijk inzijn in het Verbond maakt niet tot zorgeloze en goddeloze mensen. Integendeel, de Dordtse Leerregels zeggen (3, 4, 12), dat de vernieuwde wil van de uitverkorene na de wedergeboorte nu zelf ook werkt. De HEERE komt met de Evangelische eis, om roeping en verkiezing vast te maken, om op te wassen in de kennis en de genade van de Heere Jezus Christus, om heilig te leven voor Gods aangezicht. Dit alles moet verbinden aan God en aan Christus. Deze eisen maken het Verbond Gods niet conditioneel, integendeel, het zijn juist de beloften des Verbonds: Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, Ik zal mijn wetten in uw binnenste in schrijven.

Christus zal als koning heersen in Zijn kerk en in de harten van Zijn volk. Dat is het loon voor Zijn arbeid. Christus zal niet stil en werkloos in Zijn kerk zijn. Door Woord en Sacrament komt Hij Zijn eigen werk te bevestigen.

Zo is de zichtbare kerk geroepen, in wier schoot het Verbond is neergelegd, Gods Verbond heilig te houden. Al blijft er in de kerk kaf en koren, zolag de aardse bedeling blijft bestaan, is toch de kerk verplicht door tuchtmaatregelen het Verbond in brede zin rein te houden. Hoewel niemand als een verworpene mag worden beschouwd, zolang hij niet met het zwaard van Gods Woord is afgesneden, is er ook roeping voor de kerk om in gehoorzaamheid aan Gods Woord haar uitwendig leven zo rein mogelijk te houden, zodat in het instituut van de kerk de grenzen van het in-en uitwendig inzijn van het Verbond zo dicht mogelijk elkaar naderen, en het openbare leven in de kerk zoveel mogelijk het leven van Gods ware kinderen nadert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.