+ Meer informatie

EEN VOORTREFFELIJK BEGEREN

6 minuten leestijd

Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijner dood gelijkvormig wordende; of ik enigszins moge komen tol de wederopstanding der doden. (Filipp. 3 : 10-11.)

De oiule Egyptenaren kenden geen hoger ideaal dan de onsterfelijkheid van de vorm. Daarom besteedden ze veel zorg aan het balsemen liurmer doden en aan het bouwen hunner graven. We hebben allen wel eens gelezen van de Egyptische koningsgraven. Op een van de koningsgraven stond het volgende opschrift: „Wilt gij weten hoe groot ik ben, overtref dan een mijner werken." Machtige bouwwerken waren door die koning gesticht, die de eeuwen konden verduren. Toch was er een koning, machtiger dan hij. Die koning is de dood, die wel als persoon wordt voorgesteld en genoemd wordt: „De koning der verschrikking". Hij heerst als een dictator en of wij rijk zijn of arm, sterk of zwak, wij moeten allen onder zijn ijzeren greep vallen. In de strijd tegen de dood hebben wij geen geweer.

Wanneer we vragen, waaraan ontleent de dood zijn vreselijke macht, dan geeft Paulus op deze vraag het antwoord in 1. Cor. 15. De prikkel des doods is de zonde, en de kracht der zonde is de Wet. De dood ontleent zijn macht aan de zonde en de zonde ontleent haar kracht aan de Wet. Waren er geen zonden, er waren ook geen wonden en er was ook geen dood. Waar geen wet is, is ook geen overtreding. Om van de macht des doods verlost te worden, moeten we verlost worden van de zonde en van de verdoemende kracht van de Wet. Niemand is daartoe in staat dan Hij, die in het sterfhuis te Bethanië de treffende woorden heeft gesproken: „Ik ben dc opstanding en het leven, die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven." Christus is niet alleen opgestaan, maar Hij is de opstanding Zelve en allen die door een oprecht geloof aan Hem verbonden zijn, zullen in Zijn opstand in gsglorie delen.

O O Die Egyptische koning was machtig en de dood was machtiger dan hij, maar de grote Levensvorst is almachtig. Hij heeft macht het leven af te leggen en hetzelve wederom te nemen.

Op het paasfeest werden we bepaald bij het feit van Zijn opstanding. Nu het paasfeest voorbij is letten we op het nut van Zijn opstanding.

Volgens Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus is er drieërlei nut. Eerst voor de rechtvaardigmaking, dan voor de heiligmaking en tenslotte voor de heerlijkmaking. Op de vraag: „Wat nut u de opstanding van Christus? " luidt het antwoord: „Ten eerste heeft Hij door Zijn opstanding de dood overwonnen, opdat Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood verworven had, konde deelachtig maken. Ten andere worden wij opgewekt tot een nieuw leven, en ten derde is Zijn opstanding een zeker pand onzer zalige opstanding." Christus verwerft door Zijn dood gerechtigheid. Door Zijn opstanding maakt Hij de Zijnen die gerechtigheid deelachtig. Gestorven om onze zonde, opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Op de rechtvaardigmaking volgt de heiligmaking, want wij worden opgewekt tot een nieuw leven. Op de heiligmaking volgt de heerlijkmaking, want Zijn opstanding is een zeker pand onzer opstanding. Gods kinderen zullen straks uit hunne graven worden opgewekt eri als complete mensen, naar ziel en lichaam Christus gelijkvormig zijn.

Diezelfde gedachte vinden we in Filippenzen 3. Paulus heeft al zijn Joodse voordelen prijs gegeven en schade en drek geacht om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Hij is in Hem gevonden, niet hebbende Zijne gerechtigheid die uit de Wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof. Paulus staat niet meer in zijn eerste bekering, maar is gespeend aan haar genietingen. Hij is dieper ingeleid in het geheim der verzoening maar ook in de verdorvenheden van zijn bestaan. Tegenover de woelingen van de doodsmachten zijner verdorvenheid roept hij om de kracht van Christus' opstanding te ervaren. Opdat ik Hem kenne en de

kracht Zijner opstanding. Het toverwoord dat velen in verrukking brengt in onze moderne tijd is het woord: „kracht". Krachtmensen moeten we hebben. Het altaar moet roken voor de spierkracht van de athleet, voor de denkkracht van de geleerde, voor de wilskracht van de staatsman. Al wat sterk is, is goed en wat zwak is deugt niet.

Voor Gods kinderen geldt een ander beginsel. Die de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen. Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht. Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht. Zij toch leren verstaan, welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan hen die geloven, naar de werking der sterkte Zijner

macht, die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden opgewekt heeft. De grote Paaskoning is het voorwerp van Zijn geloof en het is Zijn begeerte dat Zijn kracht in zwakheid wordt volbracht.

In het rijk der schepping sluimeren ontzaggelijke onberekenbare krachten. Denk slechts aan de kracht van de storm, van het vuur en van het water. Ook in het rijk der herschepping sluimeren geweldige krachten. Denk slechts aan de kracht van de liefde. De liefde is sterk als de dood, de ijver is hard als het graf. Denk aan de kracht van het geloof dat bergen verzet en bomen ontwortelt.

In de weg van bevindelijke kennis wil Paulus de kracht van Christus' opstanding ervaren en het stuk van evangelische heiligmaking. Die kracht is nodig opdat de nieuwe mens over de oude mens der zonde triumfere. In de lijdenshistorie gaat het lijden en het sterven aan de opstanding vooraf. In de practijk van het genadeleven is de volgorde anders. De opstanding uit de geestelijke doodstaat gaat vooraf. Alleen degenen die in beginsel de kracht van Christus' opstanding hebben ervaren, kunnen Zijn lijden en dood gelijkvormig worden. De oude mens moet worden gekruisigd, gedood en begraven, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde. Dat bekeringsproces gaat door tot onze laatste snik. Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding. Zijn lijden en dood gelijkvormig wordende. Die kennis is geen theoretische, maar een practische en bevindelijke kennis als vrucht van een dadelijke gemeenschap met Christus, Die Kruisweg loopt uit op de heerlijkmaking. Daarom zegt Paulus: „Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden." Als een compleet mens, naar lichaam en ziel, Christus ontmoeten als de grote Levensvorst is zijn ideaal. Diezelfde begeerte leefde ook in het hart van Job, toen hij de treffende woorden sprak: „Ik weet, mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; en als zij na dit mijn huid doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen: denwelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot."

Geachte lezer: Wat nut 11 de opstanding van Christus? Is uw paasfeest niet anders dan een jaarlijkse herdenking aan de opstanding van Christus, of kent ge iets van het heimwee van Job en van Paulus om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding te ervaren in een weg van heiligmaking die uitloopt in de heerlijkmaking? Dan moogt ge hier welgetroost leven, om straks zalig te sterven. Dan leert ge iets verstaan en beoefenen van dat ontzaglijke woord: Want het leven is mij Christus en het sterven is mij gewin.

Ds. A. DE BLOIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.