+ Meer informatie

De praktijk van een allochtonendokter

14 minuten leestijd

Op een doorsnee dag ziet hij ruim honderd patiënten. IVIet keelpijn, ontstoken ogen, een snotneus, een lopend oor... Anderen komen voor problemen op het werk, een onnavolgbaar epistel van de sociale dienst, huwelijksleed, of een keuken vol kakkerlakken. In de hoop dat dokter Bharos uitkomst biedt. Hij meet bloeddruk, schrijft neusdruppels voor, spuit, telefoneert, vermaant, bemiddelt en bemoedigt. Een dag uit het leven van een allochtonendokter in de Haagse Schilderswijk.


De Oostblokachtige hoekwoning aan de Paul Krugerlaan heeft de uitstraling van een derderangs reisbureau. Een handgeschreven plakkaat op de voordeur adverteert met een "zwaanzinnige aanbieding" van de KLM. Voor nog geen 1300 gulden kunnen snelle beslissers op en neer naar Suriname. Het is een dokterspraktijk. Een portaal voert naar de wachtkamer, die mudvol zit met hindoestaanse Surinamers, wat Marokkanen en een enkele Turk. Nieuwkomers melden zich aan een balie bij Carmen Biere en Luciel Bharos. Met rappe hand plukken de assistentes groene kaarten uit grijze bakken. De computer is hier nog niet doorgedrongen. De ene helft van de kaarten verwijnt in de spreekkamer van dokter Kanhai, de andere helft in die van dokter Bharos. De twee hindoestaanse artsen delen lief en leed: de beperkte ruimte, een bonte patiëntenkring, de inkomsten en de werkdruk. Hoewel ze al jaren geen patiënten meer aannemen, groeit het aantal nog steeds, door interne aanwas. „We hebben een vruchtbare praktijk", lacht de 44-jarige Carmen, die ook zelf zwanger is.

Paradoxaal
De aanbieding van de KLM is in de wachtkamer herhaald, met blauwe stift op een wit bord. Eronder is een affiche van reisbureau Lotus Travel geplakt, naast een mededeling over "vaccinaties voor kinderen die naar Turkije, Marokko-India en andere landen buiten Europa gaan". Aan de overige wanden hangen de bekende posters met informatie over cara, hepatitis, tetanus en de gevaren van roken. Daarmee houdt de overeenkomst met de gemiddelde wachtkamer op. Het vertrek lijkt zo overgeplant uit een dokterspraktijk in Paramaribo. Kale muren, grijs zeil op de vloer, plastic stoelen met slappe leuningen. De kleur wordt aangebracht door de bezoekers, soms complete gezinnen. Hun onverstaanbare geroezemoes roept de sfeer op van een oosters koftïehuis. Pal naast de toegang tot de spreekkamer van dokter Kanhai is een moslimvrouw neergestreken. Een paradoxale verschijning. Onder het zwarte hoofddoekje draagt ze een slobbertrui en een spijkerbroek. De blote voeten zijn in sportschoenen gestoken. In een buidel op haar buik draagt ze een zuigeling. De landgenote met wie ze in gesprek is, representeert de klassieke Marokkaanse vrouw. Zorgvuldig gekleed en ingetogen.

Privacy
De meeste patiënten maken het zich gemakkelijk. De dokterspraktijk in de Schilderswijk is tegelijk ontmoetingscentrum. Een deel van de cliënten maakt zelfs geen afspraak, maar komt op de bonnefooi. Het kan gebeuren dat ze anderhalfuur moeten wachten eer ze aan de beurt zijn. Aan de werklust van Bharos ligt het niet. Met driftige bewegingen maakt de arts annex touroperator plaats voor de pers, door zijn overvol bureau een halve meter naar voren te schuiven. Onderwijl neemt hij de hoorn van de rammelende telefoon in de bovenste bureaula en laat Luciel door een hoofdgebaar weten dat de volgende patiënt binnen kan komen. „Schrik niet", stelt Bharos de binnenkomer gerust. „Dit zijn twee mensen van een tijdschrift. Wil je iets privé vertellen, over je vriendin of zo, dan moet je het maar zeggen. Dan gaan ze even naar buiten." Over beroepsgeheim en bescherming van privacy wordt de rest van de morgen niet meer gerept.

Nagelbijter
Het enige raam in het troosteloze vertrek is afgeschermd met gore lamellen. Bij gebrek aan een kast staat de vakliteratuur in de vensterbank. Antieke tlbakken verspreiden een ijskoud licht. De patiënten hebben er geen last van. Als de dokter er maar is. Zijn professie wordt onderstreept door de chaos op het bureau: stapels patiëntenkaarten, onderzoeksformulieren, receptenboekjes en achterstallige correspondentie. De volgende cliënt, een jonge moeder, duwt twee meisjes naar voren. De ene piept, de andere bijt nagels. In het bureau ratelt de telefoon. „Kom hier", commandeert Bharos, en frommelt z'n stethoscoop onder het armoedige truitje van de piepster. „Zuchten ja..., nog eens..., nog eens... Goed zo, niks aan de hand." En bij de nagelbijter moet maar eens bloed worden geprikt. „Of moeten we het nog één keer afwachten... Ja, met Bharos."

Terwijl de moeder een recept voor neusdruppels aanpakt, komt de volgende patiënte al binnen, de handen beschermend om de keel. Vorige week zijn haar amandelen verwijderd. De pijn is nog steeds niet weg en zakt nu naar beneden. „Hij zit al hier dokter." Met trillende vinger tikt ze tegen haar strot. Bharos weet voldoende. Stoppen met paracetamol, beginnen met voltarenzetpillen... „Ja, met Bharos"... en de volgende kan binnenkomen.

Uitleg
De praktijk van beide artsen telt zo'n 5200 patiënten, voor ruim negentig procent ziekenfondsers. De overgrote meerderheid wordt gevormd door hindoestaanse Surinamers, die zich bij voorkeur door een arts uit eigen gelederen laten behandelen. Begrijpelijk, vindt Bharos. „Ik begrijp hen, spreek hun taal, ken hun cultuur, weet hoe ze hun ziekte beleven en hun klachten presenteren. Daardoor heb ik minder tijd nodig voor de diagnostiek en is mijn behandeling in het algemeen effectiever. De gemiddelde Nederlandse patiënt komt met één duidelijke klacht. De mensen die ik krijg hebben hoofdpijn, hoesten, hebben pijn in hun rug en in hun knie en nu ze hier toch zijn kan ik misschien ook meteen wel even de bloeddruk meten en een recept voor oma uitschrijven. Veel tijd besteed ik aan de uitleg over therapieën en medicijnen. Vooral bij baby's en bejaarden. Ik verifieer ook altijd of het goed gaat. Laat ze daarvoor zelfs terugkomen. Het is zonde als iets fout loopt, enkel omdat ze de aanwijzingen niet begrepen hebben."

Vetbulten
De wachtkamer zit na twee uur nog steeds vol. De Surinaamse arts weet niet beter. De laatste jaren is hij niet op vakantie geweest. „Het kan gewoon niet. Als ik één dag uitval, is het de volgende morgen een gekkenhuis." Zonder zich een moment rust te gunnen onderzoekt hij oren en inspecteert kelen met houten spatels die hij los in het borstzakje van z'n colbert heeft gestoken. Slechts een enkele patiënt hoeft een kledingstuk te verwijderen. Als hij de longen wil beluisteren, trekt de arts het overhemd of de trui van het slachtoffer wel wat naar achteren of naar voren. En de band van de bloeddrukmeter kan ook óver de mouw. Dat bespaart tijd. Een jonge hindoestaan is naar de Krugerlaan gekomen om de dokter twee knobbels op z'n arm te tonen. „Vetbulten", ziet Bharos vanachter z'n bureau, „daar kun je duizend mee worden." Ze doen pijn, protesteert de man. „Oké, moet je ze weg laten halen." Maar de vraag of hij "spoed" kan zetten op de verwijzing voor de chirurg, is de huisarts te gortig. „Dan moet ik me ziek melden", probeert de Surinamer nog. „Voor een paar van die bulten?", reageert Bharos. „Of heb je je soms al ziekgemeld?" De man schudt het hoofd en ziet af van verdere discussie.

Plassen
Een leeftijdgenoot met pet betoont zich kloeker. Hij is zwaar verkouden, maar nog steeds aan het werk. Het enige wat hij wenst is een goede hoestdrank. „En niet zo'n armzalig flesje als de vorige keer, we zijn hier niet in de Derde Wereld. Trouwens, wat is het hier eigenlijk, een artsenpraktijk of een reisbureau?" Die vrijpostigheid gaat de dokter net even te ver. „Je weet, je bent hier in een Surinaamse praktijk", corrigeert hij scherp. ,Je kunt bij mij ook zonder afspraak komen. Dat zul je in een Hollandse praktijk niet meemaken." „Weet ik, weet ik", sust de man. Op de drempel staat de volgende patiënt te wachten, een tiener met branderige ogen, pijnlijke oren en een zere keel. Terwijl hij via de telefoon een breedsprakige klant te woord staat, schrijft de Surinaamse arts het zoveelste recept uit voor neus- en oordruppels. „Pas op dat je de neusdruppels niet in je oor doet en de oordruppels in je neus." En tegen de beller: „Johnny, je moet morgen komen en urine meenemen. Of nee, je moet hier plassen. Iets na half acht. Hier komen plassen. Ik geef je nu de assistente."

Sociaal raadsman
„De consumptie is in deze praktijk absurd hoog", erkent Bharos. „Nederlanders kunnen veel zelf opvangen, omdat ze wat kennis van zaken hebben. Buitenlandse mensen denken snel dat ze iets ernstigs hebben en willen de dokter zien." Voor een groot deel van de patiëntenpopulatie is de arts tevens maatschappelijk werker en sociaal raadsman. Achter veel lichamelijke klachten gaan sociale problemen schuil. Pathetisch gebaart hij naar de opgetaste stapel brieven op zijn bureau. „Dat is van één week. En dan heb ik de spoeddingen al behandeld. Huisvestingszaken, problemen rond arbeidsongeschiktheid, hier een formulier waarop ik moet aangeven waarom deze patiënt in aanmerking komt voor een aanleunwoning, een brief van een verzekering, deze gaat ook over een woning, deze over een aanrijding, hier een brief van een advocaat die gegevens wil hebben, het GAK waarom deze meneer niet aan het werk kan. Alsof ik verder niks te doen heb. Brieven van een blindeninstituut, de politie, de vreemdelingendienst, het pensioenfonds... Elke dag ga ik met plezier naar m'n werk, maar dit vind ik een bezwaar." Met een luide klap op de stapel bezegelt de hindoestaanse medicus z'n woorden. „Hier gaan uren in zitten."

Baarmoeder
Een oude oma treedt binnen. Ze durft amper op de stoel voorhet bureau plaats te nemen. Achter haar schuilt een kleindochter, vakkundig opgemkaakt, een koket lachje om de mond. „Haar darmen zijn niet goed", meldt oma. „Ik denk dat ik wel weet waardoor", zegt Bharos. „Wittebrood, cola, patat, kroketten..." Oma knikt. „Ze wil niet luisteren." De arts haalt de schouders op. Dan is er niks aan te doen.

Dat geldt ook voor de Aziatische dame die weer komt klagen over menstruatiepijn en overmatig bloedverlies. De gynaecoloog adviseert al tijden een curettage. Bharos ook, maar de vrouw blijft aarzelen. Geïrriteerd grijpt de arts een afbeelding van de baarmoeder en geeft nog eens tekst en uitleg. „Kijk, als je zegt "Ik hoef'm niet meer", dan kun je hem er ook uit laten halen. Maar een baarmoeder heeft natuurlijk wel een kleine functie." Dat is de vrouw bekend. „M'n man wil graag een kind." „Dan moet je je gewoon laten curetteren", maant Bharos. „Stelt niks voor. Gewoon een soort 100.000 kilometerbeurt van je baarmoeder. En je hebt meer kans dat je zwanger wordt."

Huisvesting
Kwart voor elf is de wachtkamer leeg. Veertig patiënten zijn weggewerkt, onder wie één Nederlandse. Ruwweg twintig zijn telefonisch van advies voorzien. Het merendeel van de hulpvragers had net zo goed even bij de drogist langs kunnen gaan. Een kleine minderheid tobt juist met zeer ernstige kwalen. Jonge hindoestaanse mannen worden opvallend vaak getroffen door een hartinfarct. Ook tropische ziekten als bilharzia komt Bharos frequent tegen. En niet te vergeten tbc. „Laatst hadden we drie gevallen van open tb. Ik had vorige week al naar de GGD gemoeten om mezelf te laten onderzoeken, maar ik heb nog geen tijd gehad." Over de hele linie ligt de gezondheidssituatie in de Haagse probleembuurt duidelijk onder het gemiddelde, door ongezonde voedingsgewoonten, gebrek aan kennis en beroerde behuizing. Het laatste probleem wordt snel kleiner, door de rigoureuze stadsvernieuwing in Den Haag. „Toen ik dertien jaar geleden begon, trof ik nog onvoorstelbare toestanden aan. Bij sommige patiënten deed ik staande consult, vanwege de muizen onder en de kakkerlakken op de bank... Wat dat betreft is er in tien jaar veel verbeterd."

Drankmisbruik
Na het morgenspreekuur probeert de Surinaamse arts post weg te werken. Om half twee gaat de deur van de praktijk weer open en stromen de patiënten opnieuw toe. Meestal in nog groteren getale dan 's morgens. De namiddag is gereserveerd voor patiënten met sociaal-maatschappelijke problemen, vaak veroorzaakt of versterkt door overmatig alcoholgebruik. „Wij hindoestanen nuttigen traditiegetrouw al behoorlijk wat alcohol. Komen er dan problemen, dan is het verleidelijk om die te ontvluchten door de drankconsumptie nog wat op te voeren." Ook arbeidsconflicten zijn regelmatig het onderwerp van gesprek. „Deze maatschappij vraagt efficiëntie en tempo. Vooral de oudere hindoestanen hebben daar moeite mee. Het overgrote deel komt van het platteland, beheerst nauwelijks de Nederlandse taal en is niet opgewassen tegen de druk van een westerse samenleving." Met de jonge generatie heeft de arts minder mededogen. „Die is hier opgegroeid en moet de uitdaging niet uit de weg gaan. Ik leg hen altijd uit dat je als bruine dubbel moet presteren om carrière te maken. Dan moet je je zeker niet onnodig ziek gaan melden. Ze weten dat ik er zo over denk. Ik laat me niet manipuleren."

Sociale visites
In de vooravond legt de Surinaamse huisarts sociale visites af. Zeker voor de hindoestaanse bejaarden heeft hij de status van een medicijnman, die veel meer verschaft dan medische zorg. Een broze weduwvrouw met perkamenten huid buigt als een knipmes, als ze hem voor de deur ziet staan. De dokter moet plaatsnemen in de beste stoel en we komen niet weg zonder wat te drinken. Op het formica wandmeubel staat een bloempot met medicijnen. Erachter hangt een postergrote foto van een hindoestaanse heer. „Mijn broer", zegt ze. „Nu vier jaar dood. Man ook dood, mama tien jaar dood, vader veertig jaar dood." Kinderen heeft ze niet. De enige met wie ze regelmatig contact onderhoudt, is een Surinaamse overbuurvrouw. Over en weer nodigen ze elkaar op de koffie. En eens per week komt de dokter langs. Om de medicijnen te controleren, de bloeddruk te meten en even bij te praten.

Johan Chandoe Huis
De gedachte dat de oude generatie nog zal integreren in de Nederlandse samenleving, heeft Bharos allang uit het hoofd gezet. Als bestuurslid van Lalarookh, een landelijke organisatie voor welzijnswerk onder Hindoestanen, zette hij zich in voor de realisering van eigen woonvoorzieningen voor hindoestaanse bejaarden. In Den Haag resulteerde dat onder meer in de stichting van het Johan Chandoe Huis. De bewoners hebben er steun aan elkaar en leven hun vertrouwde leven. In de meeste huizen is een hoek van de slaapkamer ingericht als huistempel, voor de dagelijkse gebeden. En in nagenoeg elke huiskamer levert de lokale hindoestaanse radio 24 uur per dag eigen muziek en nieuws dat voor de gemeenschap van belang is. „Bij de meeste mensen blijft het toestel zelfs 's nachts aan staan", weet Bharos. „Mijn vrouw ligt vaak tot twee, drie uur te luisteren."

Aanpassen
Voor de aankomende generatie heeft de Surinaamse arts een andere boodschap. Die moet zich aanpassen. „Als je je niet wilt schikken naar de gewoonten van het gastland, moet je teruggaan. Anders ben je zelfde oorzaak van problemen. Ik woon hier dertig jaar en kan me niet herinneren dat ik ooit gediscrimineerd ben." Wel zit het de Surinaamse arts dwars dat voor hem dezelfde financiële normen gelden als voor een Nederlandse collega in een nette buurt. Die op een dag hooguit veertig patiënten ziet. „Wij hebben hier drie assistentes rondlopen. Dan praat ik nog niet over de gelden die ik laat lopen door de behandeling van illegalen en vakantiegangers. Uit Afrika, India, Pakistan... Die worden allemaal hiernaartoe gestuurd, omdat bekend is dat ik ze niet op straat laat staan als ze wat hebben."

Illegalen
Ook van zijn volksgenoten verblijft een aanzienlijk deel onwettig in Nederland. Naast ruim 35.000 Haagse Hindoestanen met de Nederlandse nationaliteit, lopen er naar schatting 5000 illegaal in de hofstad rond. Ze zijn gehuisvest bij familie en verdienen de kost door zwartwerkerij in obscure bedrijfjes, de horeca en het Westland. „Pakweg één op de tien patiënten die specialistische hulp zouden moeten hebben, kan ik niet doorsturen", zegt Bharos. „Omdat ze op papier niet bestaan en onverzekerd zijn. Alleen als sprake is van een levensbedreigende situatie moeten ziekenhuizen hen opnemen. En een enkele keer is de familie in staat het geld op tafel te leggen. Anders moet ik het zelf zien uit te zoeken." De medicijnen voor deze doelgroep krijgt de hindoestaanse huisarts gratis aangeleverd door bevriende apothekers. „U weet dat de heren medici bij kilo's voorschrijven. Soms voor een halfjaar tegelijk. Overlijdt de patiënt na twee maanden, dan gaan de pillen voor de resterende vier maanden retour naar de apotheek. Die komen hiernaartoe. Ik heb dozen vol staan."

Bolkestein
Over de houding van de overheid is de allochtonendokter matig te spreken. Hij bepleit een consequente aanpak. „Als je toestaat dat mensen blijven, moet je ook verantwoordelijkheid voor hen dragen. Wil je dat niet, dan moet je ze op het vliegtuig zetten." In het algemeen is het Nederlandse vreemdelingenbeleid hem te soft. „De Haagse heren zijn zo bang om van discriminatie beschuldigd te worden, dat ze alles maar slikken. Wat gaat er niet aan uitkeringen de grens over, naar landen waar je met de kinderbijslag van hier een complete familie kunt onderhouden? De staat is toch geen melkkoe? De enige die dat gesprek aandurft, is Bolkestein. Dat is mijn man. Daarin ben ik wel een uitzondering in mijn kring, ja. Ik heb nooit enig racisme in zijn opvattingen kunnen bespeuren. Het is gewoon een realist. Iemand die hardop zegt wat de anderen heren politici alleen maar durven denken."

Volgende keer: De medische zorg voor illegalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.