+ Meer informatie

TER OVERWEGING

12 minuten leestijd

Kerkenwerkagenda 2000. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 1999. prijs f 12,50.

De kerkenwerkagenda is bij veel predikanten bekend. Ze is m.i.v. het nieuwe jaar sterk veranderd qua inhoudelijke vormgeving. Men vindt er een keur van kerkelijke informatie in (met name in breed-oecumenische kring) alsmede allerlei liturgische gegevens van het kerkelijk jaar. Voor predikanten die in hun agenda slechts summiere aantekeningen maken, is het een geschikte uitgave. Anderen zullen al snel te maken krijgen met een nijpend ruimtegebrek.

J. Van Amstel e.a., Bloeien als een lelie. Bijbels dagboek voor de vrouw 2000. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. prijs f 29,95.

Voor de derde keer verschijnt dit speciaal voor vrouwen geschreven dagboek. Het is thematisch van opzet: iedere week een ander thema. Om u een indruk te geven daarvan de volgende voorbeelden: schuilen, depressiviteit, Gods Woord, ons Woord (maar dan toch, naar ik aanneem met een kleine letter w), ontfermen, afscheid, geloofsgroei, schoonheid. De lay-out is keurig verzorgd: naast de bijbeltekst en toelichting bestaat de mogelijkheid in een flink uitgevallen kantlijn aantekeningen te maken. Onderaan de bladzijde vindt men een kernspreuk over het behandelde gedeelte. De auteurs zijn vijf mannen en zeven vrouwen, afkomstig uit de geref. gezindte. Zij nemen ieder een maand voor hun rekening. Een heel goed verzorgd boekwerk, met korte, aansprekende meditaties.

Honingdroppels 2000. Gereformeerde scheurkalender, 117e jaargang. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. In boek-uitgave f 17,95 - met blok en schild f 18,95.

Het aantal jaren dat de bovengenoemde kalender reeds verschijnt geeft aan dat er voorzien wordt in een duidelijke behoefte. De redactie is van ‘De vriend van oud en jong’. Nadere aanduidingen van de schrijvers van de stukjes ontbreken. Als ik het goed heb zit daar een visie achter: het voorkomt het al te snel leggen van je eigen gedachten over een bepaald stukje heen. Elke dag wordt een bijbeltekst in een kort meditatief stukje uitgelegd, gevolgd met (op de volgende bladzijde of de achterkant van het blaadje) een kort stichtelijk verhaal - vaak in enkele afleveringen. Men kan het geheel typeren als: degelijk én mild; een mooie combinatie.

Voor hart en huis. Bijbels dagboek 2000. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. f 13,50 (bij grote aantallen korting).

Voor de 33e keer verschijnt dit dagboek dat geredigeerd wordt door predikanten uit ‘de rechterflank van de gereformeerde gezindte’. Dit jaar zijn het de di. D.J. Budding, A. van Heteren, G.S.A. de Knegt, W. Silfhout. Zij hadden geen geringe taak: ieder verzorgde drie maanden. De opzet heeft enige gelijkenis met het onder ons bekende ‘Goede moed’: per bladzijde twee meditatieve stukjes, waarbij telkens een bepaalde bijbelboek of -gedeelte wordt gevolgd. Soms is de stijl wat beschrijvend, maar vaak heel direct persoonlijk. Niet altijd zijn de toepasssingen raak: ik denk aan 3 augustus (Jona moet naar Nineve om Gods Woord te verkondigen), waar de auteur - na een goed begin - terecht komt bij een algemene toepassing over tegenslagen in het leven en het nochtans hopen op Gods goedheid. Maar overigens zal ook dit dagboek zeker zijn weg vinden.

Bram Grandia, Zeven maal zeven. Over sabbatsjaar en jubeljaar als Gods bevrijdende economie. Uitg. Ten Have, Baarn 1998. 380 blz. f 34,90.

Kan het jaar 2000 als een jubeljaar worden gevierd? De schrijver pleit ervoor dit mogelijk te maken.

Het boek begint met een uiteenzetting van de bijbelteksten die gaan over sabbatsjaar en jubeljaar. Grandia laat zien dat het bij het jubeljaar niet gaat om een overblijfsel uit het Oude Testament waar wij geen boodschap meer aan zouden hebben. Het gaat in sabbats- en jubeljaar om Gods barmhartigheid die gestalte krijgt in de (economische) praktijk van het dagelijks leven. Vlammend is de kritiek van de oudtestamentische profeten waar deze ontferming van God tekort wordt gedaan. Ook in de prediking van Christus is het jubeljaar terug te vinden (Luk. 4:19). Het herstel van de verhouding tot God en de naaste is de spits van de betekenis van het jubeljaar: de gerechtigheid door het geloof gaat hand in hand met sociale gerechtigheid.

Bij de behandeling van de bijbelteksten legt Grandia er de nadruk op dat er niet te snel vergeestelijkt mag worden. Daardoor wordt een zwaar accent gelegd op de sociale betekenis van Gods Woord. Het is de vraag of de geestelijke kant van de verlossing en de vernieuwing op deze wijze tot zijn recht kan komen. Anders gezegd: moeten mensen niet eerst delen in Gods bevrijdende genade, voordat zij gemotiveerd kunnen worden zich in te zetten voor een leven naar de inzettingen van Gods bevrijdende economie? Het is boeiend om te lezen hoe eerst de kerkvaders en later de reformatoren zijn omgegaan met de betekenis van het jubeljaar. Met voorbeelden wordt aangegeven hoe in het verleden leven door geloof en sociale bewogenheid op elkaar betrokken waren (o.a. de opstelling van Luther en Calvijn over woeker en rente).

Na de bijbelse en de historische lijnen wordt de blik gericht op onze eigen tijd. Het schuldvraagstuk tussen de rijke en de arme landen van de wereld komt aan de orde. Schrijnende situaties worden getekend. Bevrijdingstheologen krijgen het woord om aan te geven wat schuldvergeving vandaag de dag betekent: rijke landen hebben zich ten onrechte toegeëigend wat aan allen toebehoort. In deze situatie hebben de rijken vergeving van de armen nodig en de armen kunnen de rijken weer leren wat leven is, bevrijd van de banden van het geld. In dat kader staat het pleidooi van de schrijver om het jaar 2000 een jubeljaar te laten zijn.

Ook voor wie het niet met de schrijver eens is, biedt dit boek veel stof tot verdere diaconale bezinning. Door de literatuurverwijzingen wordt veel informatie ontsloten. Het is jammer dat de inhoudsopgave zo summier is gehouden. Meer dan eens heb ik tevergeefs gezocht naar een register van genoemde bijbelteksten. Na het lezen van dit boek blijft de vraag hangen hoeveel van het heil van God hier en nu wordt geschonken en wat er als belofte voor de toekomst open blijft staan.

Henri Nouwen, Maria de betrouwbare gids. Uitg. Kok, Kampen 1999. 65 blz. f 19,90.

Henri Nouwen (reeds in 1996 overleden) laat in dit boekje zien, welke plaats Maria voor hem heeft ingenomen in zijn geloofsbeleving. Door velen wordt Nouwen als een spirituele gids beschouwd die de traditionele waarden van de Rooms-Katholieke kerk weet over te zetten in de tijd van vandaag. Voor een christen behorend bij een kerk die voortkomt uit de Reformatie roept de titel veel vragen op. Na lezing van dit boekje is bij mij een tweeslachtig gevoel blijven hangen. Aan de ene kant respect voor de fijnzinnige humaniteit die Nouwen als theoloog en psycholoog vanuit zichzelf blootgeeft. Aan de andere kant werden mijn traditioneel meegekregen vooroordelen tegen Mariaverering bevestigd. Nouwen ziet Maria als gids naar de onschuld die ieder mens van nature in zich heeft. Laat men zich door de gids naar deze plaats van onschuld leiden, dan kan daar de ontmoeting met Christus plaatsvinden. Zo wordt het onbelemmerde en rechtstreekse zicht van het geloof op Christus als de Middelaar tussen God en mensen, verduisterd in plaats van geopend.

Oikodomè, universiteitsblad van de TUA, jrg. Ill no. 2, april 1999. Uitg. Theologische Universiteit, Apeldoorn.

Wie op de hoogte wil blijven over de gang van zaken en de ontwikkelingen binnen onze Theologische Universiteit te Apeldoorn, doet er goed aan zich te abonneren op Oikodomè. In dit nummer van april is o.a. een terugblik te vinden op de themadagen te Münster, een stad met een rijk theologisch verleden en (ook heden ten dage nog) nauwe banden met Nederland. Het vermelden waard is het artikel van de Ned.Ger. student R. Foekens. Hij gaat in op de doctoraalscriptie van de pas bevestigde Urker predikant A.A. Egas. Het gaat in die scriptie over het curatorium en de ‘kruk van de deur’. Het is interessant om te lezen met welke argumenten beiden meer grip proberen te krijgen op de kruk van de deur. Wellicht dat de discussie over het functioneren van het curatorium werkt als de olie die het mechanisme smeert.

Bernard Rootmensen, Waar het op aankomt. Een werkboek bij het begin van een nieuwe eeuw en een nieuw millennium. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1998. 205 blz. f 29,90.

De auteur is bekend door twee vorige boeken die bestsellers geworden zijn: Veertig woorden in de woestijn, en Oases in de woestijn.

De titel richt de aandacht op de grote culturele veranderingen, vooral met het oog op de wisseling van het millennium.

Een centraal woord hierbij is concentratie. Hij tekent in het middenhoofdstuk vijf concentratiemodellen: recht doen,leven, liefde, wachten op Gods tijd en de Heilige Geest. Deze vijf kernwoorden worden vooraf en achteraf toegelicht en in het kader van onze tijd gesteld. Het christenleven is door hem in zijn vorige boek getypeerd als woestijnleven. Nu gebruikt hij het beeld van de ballingschap. Dat was in Israël een tijd van heroriëntatie.

Dit boek biedt veel stof voor nadenken en discussiëren. Het is (soms te) systematisch opgezet. Het bijbels gehalte lijkt mij sterker dan in vorige boeken. Tegelijk moet ik zeggen dat de innerlijke samenhang, een totaliteitsvisie ontbreekt. De woorden worden soms wat willekeurig naast elkaar gezet. Waarom het ballingschapsmodel in de plaats van het woestijnmodel moet komen (bladzijde 72-74) is mij niet overtuigend duidelijk geworden!

De concentratie is nogal breed uitgewaaierd. Dat heeft voor- en nadelen. Het boek moet zeker eerst persoonlijk verwerkt worden, alvorens aan een groepsdiscussie hieroverte beginnen.

Dr. J.T. Nielsen, Handelingen, deel II. Een praktische bijbelverklaring. Tekst en toelichting. Uitg. Kok, Kampen 1999. 169 blz. f 35,–.

Met genoegen kondig ik de verschijning aan van de verklaring van Handelingen, deel II (hoofdstuk 15-28).

De verklaring is helder, nauwkeurig en tegelijk eenvoudig. De verdeling van deze hoofdstukken is: De bijeenkomstte Jeruzalem, Paulus’ tweede en derde zendingsreis, zijn gevangen genomen worden en zijn reis als gevangene naar Rome.

Een handige en bruikbare toelichting.

Gerard Dekker en Hijme Stoffels, Een kerk die bij mij past. Gerefomeerde jongeren over de kerk. Uitg. Kok, Kampen 1998. 72 blz. f 19,90.

Verslag van een onderzoek onder jongeren die in de kerk zijn gebleven. Dat is in de titel uitgedrukt. De kerk wordt gezien als een sociale gemeenschap door de helft van de ondervraagden. De kerk wordt vooral beleefd als een instelling waar je iets aan hebt (moet hebben), niet zozeer als een zaak waarvoor je je moet inzetten. Het eeuwige heil dat vroeger beslissend was in kerkvragen, verdwijnt naar de achtergrond, ten gunste van een consumentistische instelling ten opzichte van de kerk.

We vragen ons af hoe een onderzoek onder de jeugd van onze kerken eruit zou zien.

Deze resultaten wijzen op een tamelijk antropocentrische instellingen van jonge kerkleden.

Drs. C.H. Versteeg-Corba, Sta nou eens stil. Over beweeglijke en onbeweeglijke kinderen. Serie Bijzondere opvoedingsvragen. Uitg. Groen, Heerenveen 1999. 144 blz. f 24,50.

De schrijfster is bekend in onze kring door haar werk voor de Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn. In dit boek behandelt zij, in het kader van bijzondere opvoedingsvragen, het probleem van hyperactiviteit van kinderen. Vanuit het kind, de ouders en zijn omgeving worden waardevolle adviezen gegeven, aan de hand van een tienstappenplan (blz. 80 v.).

Vanuit de bespreking van bijbelse gegevens worden man en vrouw beiden geholpen, vooral op het punt van schuldgevoelens. Een waardevolle handreiking.

Ds. C. den Boer, Filippenzen. Uitg. Voorhoeve, Kampen 1998. 240 blz. f 37,50.

Opnieuw een deel in de bekende reeks uitleggingen van Paulus’ brieven. Ds. Den boer heeft deze toelichting uitgesproken voor de microfoon van de Evangelische Omroep.

Het boek bevat heel wat verklarende noten. De schrijver/spreker heeft van deze brief een diepgaande studie gemaakt.

Ik heb ook dit deel met veel waardering gelezen. Het is een waardevol hulpmiddel bij de bestudering van deze brief van Paulus. Hartelijk aanbevolen.

Dr. René Erwich, Het gaat om mensen. Een exploratief onderzoek naar het functioneren van gemeenteopbouwprocessen in drie Baptistengemeenten. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1999. 413 blz. f 62,50.

Met grote verwachting ben ik aan dit boek begonnen.

Een studie over gemeenteopbouwprocessen in drie Baptistengemeenten. Dat is interessant. Een groot deel van het boek bestaat uit literatuuronderszoek èn uit veldonderzoek, waaraan onder andere mevrouw Dunsbergen uit Ermelo heeft meegedaan. Professor J.J. Visser is de promotor van dit proefschrift (Rijksuniversiteit Utrecht).

Het resultaat is me, gezien de omvang van het boek en de brede opzet wat tegenvallen. Laat ik mogen zeggen dat er veel waardevol materiaal, uit publicaties en empirisch onderzoek, in is verwerkt. Daarvoor waardering.

Men kan hier in een bestek van vierhonderd bladzijden veel vinden, De opbouw vind ik niet sterk, noch strak. Bepaalde gegevens komen daardoor meermalen terug. De resultaten van de enquête fungeren maar matig in de conclusie. Zou de schrijver zonder dat veldwerk niet tot hetzelfde resultaat gekomen zijn?

Niettemin een boek dat zijn eigen plaats inneeemt in de literatuur over gemeenteopbouw.

Ton Valkenburg, Verborgen troost. Een handreiking voor psycho-pastorale hulpverlening. In de serie Mantelreeks. Uitg. Plateau, Barneveld 1999. 96 blz. f 21,95.

De Stichting Psycho-Pastorale Hulpverlening (Veenendaal) doet van zich spreken. Onlangs besprak ik “Helen door te delen”, dat door de psychiater R. Schoonhoven en de Nederlands Hervormde predikant C.G. Geluk is geschreven. Het bevat materiaal dat op de cursussen voor klaagvrouwen (en klaagmannen) wordt behandeld.

Het nu te bespreken boek geeft over de positie, de taak en de toerusting van klaagvrouwen nadere informatie. Haar plaats in de gemeente en haar relatie tot de kerkenraad worden besproken. De zaken worden niet in elke gemeente gelijk geregeld. Voor de verscheidenheid van organisatie is plaats.

Er worden voorbeelden beschreven van praktische hulp van mannen en vrouwen. Bijbelse gegevens, vooral ook met het oog op “het ambt van alle gelovigen” worden besproken.

Dit boek is een combinatie van verantwoording, instructie en aansporing. Ik heb het met genoegen gelezen. Het zou door elke kerkenraad besproken moeten worden. Dan kan de kerkenraad nagaan of in de gemeente ook op klaagvrouwen een beroep gedaan kan worden. Ik moet het sterker zeggen: een beroep gedaan moet worden. Wie er niets vanaf weet, wordt door dit boek geïnstrueerd en wegwijs gemaakt. Tot heil van de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.