+ Meer informatie

DE GENERALE SYNODE II en de GEREFORMEERDE KERKEN (VRIJGEMAAKT)

9 minuten leestijd

Het voorstel van de commissie van rapport

Behalve van de gegevens, die door de deputaten voor de eenheid van de Gereformeerde belijders in Nederland werden verstrekt en van het schrijven van de Generale Synode van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) namen de leden van onze synode kennis van het rapport en de voorstellen van een commissie ad hoe. Rapporteur was ds. K. J. Velema.

Deze commissie, die tot taak had de behandeling van dit gewichtige agendapunt voor te bereiden, gaf geen andere lijn aan dan de deputaten. Ook zij merkte op, dat er bij de samensprekingen een grote mate van overeenstemming was gebleken in het verstaan van Schrift en belijdenis. Maar het was zeer te wensen, dat er met betrekking tot bepaalde onderdelen meer overeenstemming gevonden werd. Zij sprak van verschillen met name op het punt van de werking van de Heilige Geest in de prediking en met betrekking tot de hantering van het gereformeerd belijden omtrent de kerk.

In de plaatselijke kerken is er in het algemeen te weinig toenadering tot elkaar te bespeuren, en juist deze onderlinge verhoudingen zijn van zeer groot belang.

Gelet op de resultaten van de samensprekingen en op de gegevens, verkregen door de enquête onder de kerkeraden was de commissie van oordeel, dat de tijd nog niet gekomen was om met de Geref. Kerken (vrijgemaakt) te verenigen.

Wel stelde zij de Generale Synode voor om haar deputaten op te dragen in overleg met de deputaten van de Geref. Kerken het nodige te doen tot wegneming van de geconstateerde verschillen om op deze wijze de eenwording biddend te zoeken.

De bespreking

Met enige spanning werd de discussie tegemoet gezien. Het ging immers om een verantwoorde beslissing!

Geen van de afgevaardigden deed een voorstel, dat een directe vereniging met de Geref. Kerken bedoelde, al waren er, die het niet onmogelijk achtten, dat de „vrijgemaakte leeuw nog eens zou samengaan met het chr. geref. lam”. Maar dat zou een wonder zijn! Sommige leden van de synode zagen echter weinig heil in verdere samensprekingen en wilden de aan ons voorgelegde vraag om het Woord Gods in eenheid van samenleven te bewaren, negatief beantwoorden.

Enerzijds werd erop gewezen, dat er altijd mentaliteitsverschillen geweest zijn, reeds in de dagen der apostelen. Daardoor wordt een samengaan echter niet onmogelijk gemaakt, mits het Woord tenvolle heerschappij oefent. De samensprekingen zijn niet tevergeefs geweest. De kerken hebben te rekenen met het rapport, waaruit blijkt dat men elkaar meer is gaan verstaan. Ook de deputaten zouden evenwel gaarne meer overeenstemming hebben bereikt, bv. inzake de toeëigening des heils, de verhouding van Woord en Geest en de visie op de kerk. En het feit, dat de verhoudingen plaatselijk gezien over het algemeen juist niet goed zijn, maant tot grote voorzichtigheid. Maar zoals de deputaten elkaar bij de samensprekingen op den duur beter begrepen, zouden er ook door middel van de plaatselijke ontmoetingen betere verhoudingen kunnen ontstaan.

Anderzijds werd betoogd, dat men nog even ver is als bij het begin van de samensprekingen. Er is geen eenheid in belijdenis. Met heel de gereformeerde gezindte is er een grote mate van overeenstemming ten opzichte van de objectieve dogmata, maar dat sluit niet in, dat er eenheid is ten aanzien van het onderwerpelijke deel van de belijdenis, dat toch ook confessioneel gefundeerd dient te zijn. Dan is er het exclusivisme van de Geref. Kerken nog. Dat raakt het Evangelie en de praktische beleving ervan op allerlei levensterrein. En het moet ons tot nadenken stemmen, dat de zaak van de eenheid niet in de kerken leeft.

Nadat deze stemmen gehoord waren, werd nog door een van de deputaten naar voren gebracht, dat het gemakkelijker is over eenheid in het algemeen en vrijblijvend te spreken dan deze in een concrete situatie te realiseren. Hier klopt een concrete kerkformatie aan, die onze kerken ondanks de varianten onder ons, die daar ook bekend zijn, ziet als kerken van gereformeerd belijden, en gelooft dat beide kerken bij elkaar behoren en naar elkaar moeten toegroeien. Nu wordt ons de vraag gesteld: Ziet u ons ook zo en zegt u dat ook van ons?

De verhouding tot de Geref. Kerken (vrijgemaakt) werd dus verschillend benaderd en beoordeeld. Dat leidde echter niet tot scherpe tegenstellingen in de vergadering, omdat men algemeen van gevoelen was, dat de tijd voor een kerkelijke vereniging nog niet gekomen was, maar dat het contact met de Geref. Kerken ook niet moest worden verbroken.

Wel was een deel van de afgevaardigden ter synode van mening, dat met bepaalde formuleringen in het voorstel van de commissie teveel werd gezegd. Er werden enkele amendementen ingediend, naar aanleiding waarvan de commissie haar voorstel enigszins wijzigde. Zonder hoofdelijke stemming werd het tenslotte aanvaard.

De uitspraak

De Generale Synode
kennis genomen hebbende van

1. het rapport van de deputaten voor de eenheid van de Gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken betreffende de samensprekingen met deputaten ad hoc van de Geref. Kerken;

2. de brief van de Generale Synode van de Geref. Kerken, gehouden te Assen in 1961;
constaterende

1. dat bij de gehouden samensprekingen tussen wederzijdse deputaten een belangrijke mate van overeenstemming is gebleken in het verstaan van Schrift en belijdenis, al kwamen er ernstige verschillen openbaar in de wijze waarop bepaalde door de kerken beleden schriftuurlijke waarheden worden verstaan;

2. dat de verhouding tussen beide kerken zeer bemoeilijkt wordt doordat er een vrij groot onderscheid is openbaar gekomen tussen uitingen van gereformeerde deputaten en die van sommige gereformeerde kerkeraden;
van oordeel

1. dat de Geref. Kerken zich in alles willen stellen op de grondslag van Gods heilig Woord en de gereformeerde belijdenis als daarop gegrond, en dat het daarom roeping is te staan naar eenheid;

2. dat er verschillen zijn met name ten aanzien van de toeeigening des heils en met betrekking tot de hantering van het gereformeerd belijden omtrent de kerk;

3. dat er in de plaatselijke kerken over het algemeen te weinig toenadering tot elkaar te bespeuren is;

BESLUIT

1. op grond van de schriftuurlijke roeping tot eenheid en in overeenstemming met de belijdenis van de kerken en conform de Acte van Afscheiding deputaten voor de eenheid onder de Gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken op te dragen in overleg met de deputaten van de Geref. Kerken wegen te zoeken, die tot wegneming van de geconstateerde verschillen kunnen leiden;

2. dit besluit ter kennis te brengen van de Generale Synode van de Geref. Kerken ter beantwoording van het schrijven van de Generale Synode van Assen — 1961;

3. het ingediende rapport van de deputaten voor de eenheid van de Gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken met betrekking tot de verhouding tot de Geref. Kerken, onder toevoeging van het rapport over de twee eerste, in 1959 gehouden, samensprekingen, aan de kerkeraden toe te zenden en voor de leden van de kerken op aanvrage verkrijgbaar te stellen.

De strekking van dit besluit

Wellicht is het niet ieder duidelijk, wat de betekenis van deze uitspraak is. Daarom zou ik er nog enige opmerkingen over willen maken.

Er is m.i. allereerst nota van te nemen, dat onze synode constateerde, dat er bij de gehouden samensprekingen een belangrijke mate van overeenstemming is gebleken in het verstaan van Schrift en belijdenis, en van oordeel was, dat de Geref. Kerken (vrijgemaakt) zich in alles willen stellen op de grondslag van Gods heilig Woord en de gereformeerde belijdenis, die daarop gegrond is.

Beide kerken zijn daarom geroepen om te staan naar eenheid.

Volledige overeenstemming is echter niet bereikt — er zijn zelfs ernstige verschillen aan het licht gekomen.

Deputaten van beide kerken zullen zich moeten afvragen, wat hieraan te doen is.

Het is niet de opdracht van onze deputaten om de samensprekingen op de oude voet voort te zetten, al kan er aanleiding zijn om terug te komen op een of ander onderwerp. Zij hebben in overleg met de deputaten van de Geref. Kerken wegen te zoeken tot wegneming van de geconstateerde verschillen. Maar hoe moet dat?

Het rapport over de samensprekingen wordt aan de kerkeraden toegezonden. Wanneer de Acta verschenen zijn, waarin het wordt opgenomen, kan ieder er zich natuurlijk van op de hoogte stellen, maar het gevaar bestaat, dat het dan evenals andere stukken voor kennisgeving wordt aangenomen.

Juist omdat de synode van oordeel was, dat er in de plaatselijke kerken te weinig toenadering tot elkaar te bespeuren is, vroeg zij voor dit rapport bijzondere aandacht.

Waar de kerken niet ver meer van elkaar staan, zal het goed zijn, dat de kerkeraden bij het lezen ervan bedenken, dat de zaak nog niet zo eenvoudig is, als alle aspecten onder ogen gezien worden. En waar de verwijdering nog groot is, zal het goed zijn, dat bedacht wordt, dat het in het licht van het rapport toch niet uitgesloten is om elkaar te vinden.

De vraag is gesteld, of het niet gewenst is dat er richtlijnen of adviezen worden gegeven voor plaatselijke ontmoetingen van kerkeraden. Het is te overwegen of dit een van de wegen zou kunnen zijn tot wegneming van de verschillen.

In elk geval is het zaak, dat de Chr. Geref. Kerken en de Geref. Kerken (vrijgemaakt) contact met elkaar onderhouden. Want het laatste woord is met de beslissing van onze Generale Synode niet gezegd.

Het spreekt vanzelf, dat er veel van afhangt, hoe er van de zijde van de Geref. Kerken op wordt gereageerd.

Of wij binnen afzienbare tijd een vereniging hebben te verwachten?

Niemand kan zeggen of het daar op uitloopt. Als er geen wezenlijke toenadering is, als de wederzijdse liefde en het vertrouwen ontbreken, en als er geen bereidheid is om veel geduld met elkaar te hebben, zal het niets worden.

Voor mij staat het vast, dat de kerken dichter bij elkaar komen als ze dicht bij Christus leven. In Hem ligt de waarachtige eenheid der gemeente. Als de Geest van Christus ons aan Hem en aan elkaar verbindt, zullen wij elkaar ook als kerken aanvaarden. Dan worden wij kerkelijk één omdat wij geestelijk één zijn.

Laten wij elkaar dan op de rechte wijze zoeken, en hopen en bidden dat de dag komt, dat wij als Gereformeerden èn Christelijk Gereformeerden ons geroepen weten en ons gedrongen zien om „het Woord Gods te bewaren in éénheid van samenleven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.