+ Meer informatie

Strijd tegen bacteriën en virussen

Immuunsysteem probeert ziekteverwekkers op tijd uit te schakelen

4 minuten leestijd

Ons lichaam wordt van alle kanten door allerlei schadelijke stoffen en organismen belaagd. Iedereen weet waarom het niet verstandig is om een ander in het gezicht te hoesten. Niemand zal het vreemd vinden als je van bedorven vlees ziek wordt. Vaak heeft er echter een besmetting plaats zonder dat je het merkt. Hooguit voel je je wat belabberd. In zo'n geval is het immuunsysteem in staat om de ziekteverwekker snel op te ruimen.

Het immuunsysteem is een complex geheel dat ziekteverwekkers bestrijdt. Ziekteverwekkers zijn er in vele vormen: bacteriën, virussen en allerlei parasieten. Voor de bestrijding beschikt het immuunsysteem over een natuurlijk deel en een specifiek deel.

Natuurlijke afweer

Onder het natuurlijke deel wordt dat deel verstaan dat probeert een besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Hieronder valt bijvoorbeeld de huid, die met de dode hoornlaag aan de buitenkant een effectieve barrière voor bijna alle ziekteverwekkers vormt. Ook slijm in de luchtwegen hoort hierbij. Het bevat chemische stoffen met een bacterie-dodende werking.

Als een ziekteverwekker toch kans ziet om door deze barrière heen te breken (bijvoorbeeld als gevolg van een wondje of een slechte conditie), bevat het natuurlijke afweersysteem ook nog een keur aan witte bloedcellen. Macrofagen zijn in staat om bacteriën te verzwelgen. Killercellen proberen lichaamscellen te doden waarin een virus zich genesteld heeft.

In alle gevallen moet datgene wat vreemd is ook als vreemd herkend worden. Dat heeft vrijwel altijd via de eiwitten van de ziekteverwekkers plaats. Bacteriën hebben in hun celwand aan de buitenkant eiwitten, en elke stam heeft weer andere. Virussen hebben een eiwitmantel. In het algemeen zal een door een virus geïnfecteerde lichaamscel aan de buitenkant ook delen van viruseiwitten krijgen. Als dat het geval is, is de cel herkenbaar als "vreemd" en wordt deze gedood door er een gaatje in te maken.

Specifieke afweer

De natuurlijke afweer is echter niet altijd afdoende. De redenen zijn divers. Eén verklaring is dat de meeste ziekteverwekkers zich razendsnel kunnen (laten) vermenigvuldigen. Het specifieke deel van het afweersysteem is in staat om zeer gericht een bepaalde ziekteverwekker met lichaamsvreemd eiwit daarop te bestrijden. Hiervoor zijn weer andere witte bloedcellen nodig. Deze werken wel samen met die van het natuurlijk afweersysteem.

Nadat een macrofaag van het natuurlijke deel van het immuunsysteem een bacterie gevonden, opgenomen en verteerd heeft, worden eiwitfragmenten van de bacterie aan de buitenkant van de macrofaag vastgemaakt. Deze gaat hiermee naar de lymfeklieren. Daar bevinden zich vele duizenden verschillende lymfocyten. Lymfocyten zijn witte bloedcellen die de specifieke afweer verzorgen.

Omdat binnen de specifieke afweer diverse dingen gebeuren moeten, zijn er ook verschillende lymfocyten, die grofweg ingedeel worden in B- en T-lymfocyten. Beide hebben in hun membraan herkenningseiwitten (receptoren) zitten. Per cel is er één soort receptor, specifiek voor één type lichaamsvreemd eiwit. Omdat er zoveel verschillende eiwitten zijn, zijn er ook veel verschillende B- en T-lymfocyten.

Anti-stoffen

Als de macrofaag in de lymfeklier komt, gaat hij net zo lang langs de lymfocyten totdat er binding tussen de receptor op de lymfocyt en het eiwitfragment van de bacterie tot stand komt. Dat gebeurt bij beide soorten lymfocyten.

Deze binding activeert de T-lymfocyt om zich te gaan delen waarbij verschillende soorten T-lymfocyten ontstaan, allemaal specifiek voor dat ene vreemde eiwit, maar elk met een aparte taak. De Th-cellen vormen de regelcentrale van de afweer tegen de drager van het vreemde eiwit. Tc-cellen zijn in staat om eigen lichaamscellen waaraan dat vreemde eiwit zit, te doden.

De binding tussen de macrofaag met het vreemde eiwit en de B-lymfocyt zorgt voor activering van de laatste, mits de bijbehorende Th dat goedkeurt. De geactiveerde B-lymfocyten zorgen voor de produktie van anti-stoffen die specifiek zijn voor het vreemde eiwit. De anti-stoffen zijn in staat om zich bijna overal in het lichaam te binden aan het vreemde eiwit. Het geheel van de anti-stof met dat wat eraan vast zit, wordt vernietigd. Door een zeer grote hoeveelheid van deze anti-stoffen te maken, is het specifieke immuunsysteem in staat om alle ziekteverwekkers in vrij korte tijd op te ruimen.

Als een ziekteverwekker voor het eerst moet worden bestreden, duurt het even voordat de antistofproduktie goed op gang komt. Bij een herhaling gaat dat echter heel snel. Hierop berust ook het principe van vaccineren.

Controle

In die gevallen dat eigen lichaamscellen gedood moeten worden, is het uiteraard zeer belangrijk dat alleen die cellen gedood worden die besmet zijn. Voor dat doel zijn alle lichaamscellen in het bezit van speciale herkenningseiwitten (HLA's) aan de buitenkant. Om een eigen cel te doden, moet een Tc-cel zowel het vreemde eiwit als het HLA aantreffen. Pas dan wordt de cel opgeruimd. Voor een killercel van het natuurlijke afweersysteem geldt bovenstaande ook. Deze werkt echter minder specifiek en daarom ook minder effectief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.