+ Meer informatie

HERNIEUWDE BELANGSTELLING VOOR RELIGIE IN DE PSYCHOTHERAPIE *)

6 minuten leestijd

Het onderwerp

Aleid Schilder en Aldert Schipper (in het boek afgekort als A.S./A.S.) zijn bekend door hun publikaties in Trouw. Mevrouw Schilder als free-lance medewerker, de heer Schipper als aan dat blad verbonden journalist.

In het nu te bespreken boek hebben ze interviews over psychotherapeutische hulpverlening gebundeld. Ze hebben met allerlei mensen gesproken: hulpverleners, wetenschappers op dit terrein, vrouwen die zelf hulp hebben ontvangen. Ook de psychotherapeute van onze hulpinstelling ”Het Anker” in Utrecht, en Arthur Hegger, betrokken bij de Gliagg, komen aan het woord.

Het boek vertoont een grote verscheidenheid van inzichten. Men komt dr. Wiebe Zijlstra tegen en ook de rooms-katholieke oud-hoogleraar dr. Willem Berger.

Men kan het boekje noemen een staalkaart van inzichten op het gebied van de psychotherapie. Bijna in alle gesprekken komt ook de plaats van de religie in het leven van mensen ter sprake.

Aandacht voor religie

Opvallend is dat er voor de religie weer aandacht komt bij hulpverleners. De een onderkent de betekenis vazn religie voor hulpzoekenden. Een ander ziet zich door de nood van mensen ertoe verplicht aandacht aan de religie te besteden, ook al kan hij of zij er zelf niet mee overweg. Vooral de laatste groep besteedt die aandacht om hulpzoekenden niet af te stoten. Men wil hen vasthouden als cliënt. Mede daarom wil men weer over religie als factor in het leven van mensen praten.

Dat is het eerste wat in dit boek opvalt. Met waardering wijs ik erop dat dit boek aandacht vraagt voor religie als factor in het leven van mensen. De schrijvers vestigen de aandacht op de religie dus door met hulpzoekenden zelf te spreken en door in te gaan op de hulp die psychotherapeuten verlenen.

Onduidelijkheid

Een tweede punt dat opvalt is de onduidelijkheid bij de geïnterviewden over de relatie van psychotherapeutische hulpverlening en geloof. Er komen hulpverleners aan het woord, die zeggen: Als mensen hebben we belangstelling voor de religie van onze cliënten; als hulpverleners kunnen we er niets mee. Als ik de schrijvers goed begrijp, zien zij het ook zo. Ik schrijf nu de laatste alinea van het boek over. Ik heb de indruk (ik zeg het voorzichtig), dat hierin hun eigen mening verwoord is: ”Dat religie gezondheid kan bevorderen, kan helen, verruimen en verrijken, is even waar, maar het is niet iets dat actief als therapeutisch middel mag worden aangewend. Niet door de therapeut tenminste. Natuurlijk kan geloof werkzaam zijn in de therapieruimte, en mag een therapeut bidden voor een cliënt. Maar dan wel ”in de binnenkamer” - en het is geen therapie. Bidden met een cliënt is even toelaatbaar als vrijen. Christelijke hulpverlening bestaat niet, net zo min als christelijk timmeren. Je zou kunnen zeggen dat alle goede hulpverlening christelijk is, als christelijk wordt opgevat zoals Zijlstra dat doet, gericht op openheid, loslaten, autonomie en heelheid. Therapeutisch werk helpt de cliënt vrij te worden van blokkades. Vrij van aangeslibde prut, vrij tot wat? Dat ligt buiten de grenzen van de psychotherapie” (blz. 102 v.).

In dit verband zou ik van een ambivalente opstelling willen spreken. Wel aandacht voor religie, maar psychotherapeutisch kunnen we er niets mee. Arthur Hegger en de psychotherapeute van ”Het Anker” (blz. 78-90) spreken er anders over, zij het ook terughoudend.

Het is goed dat het onderscheid tussen pastor en psychotherapeut duidelijk wordt gesteld en gehandhaafd. Wij waarderen dat er door onderscheiden geïnterviewden in dit boek op dat onderscheid wordt gewezen.

Toch is daarmee niet alles gezegd. Geloof correspondeert met het Woord van God. Dat Woord is er niet alleen in de relatie met de pastor. Dat heeft zeggenschap over heel het leven. Ook ons specifiek psychisch bestaan heeft met het Woord van God te maken. Zo stuit ook de psychotherapeut in een aantal gevallen op het geloof. Als hij dan zegt: dat is niet mijn terrein maar dat van de pastor, dan beperkt hij zijn psychotherapeutisch bezigzijn! Wij zijn van mening, dat de psychotherapeut dus niet slechts als mens, maar ook in zijn of haar vakmanschap voor het geloof plaats moet hebben.

De laatste zin van het boek, die we hierboven citeerden, is veelzeggend voor het hier aangehangen standpunt. Zou men iemand wel van aangeslibde prut kunnen vrijmaken, terwijl men niet weet hoe en waartoe die nieuwe vrijheid moet worden benut? Weet men dan wel zeker dat het om bevrijding van prut gaat?

Wij verkeren dus ten opzichte van het hier voorgedragen standpunt in een wat merkwaardige positie. Enerzijds waardering voor het feit dat religie weer een plaats krijgt in het plaatje. Anderzijds bevreemding over het feit dat de therapeut alleen als mens, en niet als vakman zich met religie kan bemoeien. Zo demonstreert zich de gespletenheid van de geseculariseerde samenleving in haar houding tegenover religie. Wellicht komt ook iets daarvan uit in de titel van het boek. Men zou die ook kunnen lezen alsof bedoeld was dat de religie zelf in therapie moest.

De inbreng van de pastor

Wel mag duidelijk zijn, dat door psychotherapeuten om die inbreng van pastores wordt gevraagd. De pastores mogen het niet laten afweten. Zij moeten dat gesprek aangaan. Nu is er (opnieuw) een kans om de betekenis van het geloof voor het leven van mensen ter sprake te brengen.

De lezer zal gemerkt hebben dat ik aan het slot van het artikel van de term religie ben overgestapt op geloof. Dat deed ik met opzet. In het boek wordt religie als menselijk fenomeen behandeld. Hoe mensen aan hun religie geluk, vreugde en bevrijding beleven. Wij willen pleiten voor geloof, dat op het Woord van God amen zegt; dat zich door het Woord laat voeden en normeren. Pastores hebben als dienaren van dat Woord met mensen te spreken. Zo hebben zij ook met psychotherapeuten over mensen te spreken. Het aardige van dit boek is, dat er impliciet op pastores een beroep wordt gedaan. Dat appel wil ik graag onderstrepen. Er is veel in dit boek dat vaag blijft. Het appel op pastores negere niemand. Het gaat dan om het Woord van God, dat leven schenkt; dat bevrijdt van zonde en schuld; dat in de ruimte stelt en blij maakt. De gezonde woorden (1 Tim. 1 : 13) maken, zo geloven we, ook geestelijk gezond.

* Naar aanleiding van Aleid Schilder en Aldert Schipper, Religie in therapie. Uitg. Kok. Kampen 1990. 108 blz. f 17.50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.