+ Meer informatie

Huize Norel, kruispunt van culturen

18 minuten leestijd

Het venster naar de woeste wereld bleef in de gereformeerde gezindte lange tijd gesloten. Daar lag het werkterrein van de heilsoldaten en pinksterlingen. De laatste jaren komt daarin verandering. De deur van het reformatorische bolwerk gaat voorzichtig open. En de stroom hulpbehoevenden dient zich aan. Asielzoekers, daklozen, ex-gedetineerden, prostituees, zeblijken op de stoep te staan. Ontmoeting in Huize Norel.

"Slecht buiten", zegt Wout. Het weer typeert zijn stemming: druilerig. Ook Chris, die languit op een bank ligt, voelt zich belabberd. Balorig bestudeert hij zijn blote voeten. Een beginnende griep heeft hem een groot deel van de nacht uit de slaap gehouden. Van werken in de tuin komt vandaag niets.
23 jaar zwierf hij over straat, op zoek naar geld voor de volgende shot. „Coke, bruin, speed, alles wat je kunt krijgen heb ik gebruikt." In z'n goeie perioden verdiende hij wat geld als losvast havenarbeider. Tussendoor verwierf hij een inkomen door een ruime interpretatie van het verschil tussen mijn en dijn. Pogingen om af te kicken faalden, „'k Heb heel wat gezien. De Keet, Heemraadsingel, Boerhaavelaan, Therapeutische Gemeenschap Schiedam... Da's keihard hoor, TG in Schiedam. Net een commado-training. Dat red ik niet. Dan loop ik gewoon weg, weet je wel. Bekijk het maar met je zootje."

Dienstencentrum
Het contact met z'n familie brokkelde af Zelfs z'n ouders wisten niet waar hij zat. Tot de tv-zender RTL4 het leven van Rotterdamse daklozen vastlegde, om er de burgerij mee te amuseren. „Zagen m'n vader en moeder me bij het Leger des Heils zitten. 'Krijg nou wat, daar heb je Chris.' Zo hebben ze me weer ontdekt."
Sinds augustus vorig jaar huist de ex-verslaafde in Norel, het woon-werkcentrum van Ontmoeting in Epe. Hij leerde de instelling kennen door het dienstencentrum van de stichting, in Rotterdam. „Ik dacht eerst dat het iets van een sekte was, maar ze hebben me daar goed geholpen. Later ging het toch weer mis. Zuipen, gebruiken, huisje kwijtgeraakt. Op een morgen zei ik: 'Nou wil ik afkicken en dan naar Epe'. Ik was het echt zat, weet je wel. Al die andere gasten lachen. 'Chris wil naar Epe.' Konden ze zich niet voorstellen." Hij besloot het een week te proberen. Tot z'n eigen verbazing bleef hij hangen. „Nou ben ik al tien maanden clean. Dat is nog nooit gebeurd. Ik wil echt opnieuw beginnen. Of het lukt? Moeilijk, denk ik. Maar ik wil het proberen."

Zwerver
De achterliggende maanden raakte hij bevriend met Wout. De stille Veluwenaar treft in de keuken de voorbereidingen voor het middagmaal. Zijn wereld ging ondersteboven toen hij met twee kameraden werd gearresteerd wegens verdenking van moord op een jonge vrouw. Het korte verblijf achter de tralies was lang genoeg om hem een stevige buts te bezorgen. „We zijn verhoord van 's morgens zeven tot 's nachts drie. Constant door."
Toen de familie hem na zijn vrijlating Unks liet liggen, besloot hij te vertrekken. Moestuinen verschaften hem voedsel, hooibergen een rustplaats, kroegen een slok. „Daar doe je kennissen op, die wat werk voor je hebben. Bij een ben ik een maand aan het klussen geweest. Twee en een halfjaar heb ik zo geleefd. Via een kameraad ben ik uiteindelijk hier gekomen. Die jongen is een jaar lang naar me aan het zoeken geweest." Samen met Chris en vrijwilliger Arend Woudenberg draagt de tot rust gekomen zwerver zorg voor de tuin van Huize Norel. „Dat doe ik wel graag. De omgeving is voor mij niet vreemd. Ik ben tussen de bossen opgegroeid. Alleen de kerk is weer even wennen. Ik ben drie jaar niet geweest, moet je rekenen."

Lazarus
Half één neemt het bonte gezelschap in de eetkeuken plaats aan de tafel. Hans Zijderveld opent de maaltijd met gebed. De oud-marinier was als vrijwilliger betrokken bij het werk van Ontmoeting in Rotterdam. Het greep hem dusdanig dat hij besloot te solliciteren naar de functie van begeleider in Epe. Wat zijn huidige baan met de vorige verbindt, is de behoefte van de staf aan discipline.
Chris is inmiddels zo ver dat hij ook vleeswaar nuttigt. De eerste tijd nam hij enkel Pipo Chocoladevlokken. Zachte drang heeft in dat patroon verandering gebracht. Na 23 ongeregelde jaren begint er wat orde in z'n bestaan te komen.
Ook het lezen na de maaltijd verbaast hem niet meer. Terwijl Zijderveld uit de "Bijbel in vertellingen en beeld" de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus voorleest, verwijdert de ex-verslaafde met een vork wat broodresten uit z'n mondholte. Aan zijn concentratie doet het geen afbreuk. „Goed stukkie vanmiddag", prijst hij, als de groepsleider het werk van Ingwersen sluit. „Ik sliep altijd in een portiek, weet je wel. Bij een groot huis, van een soort zendelingen. Die mensen deden volgens de portier goed werk. Maar mij hebben ze nooit iets gegeven, nog geen bakkie koffie."

Woon-werkcentrum
September '95 opende Norel de deuren. Het bestuur van Ontmoeting wilde meer dan een dienstencentrum. „Daar ben je in de praktijk vaak bezig met pappen en nathouden", verklaart directeur Ed van Heil. „De wens bestond om daarnaast structurele hulp te bieden." Het nieuwe woon-werkcentrum werd ondergebracht in een landhuis aan de rand van Epe, eens eigendom van de adellijke predikant Du Marchie van Voorthuyzen. Behalve thuis- en daklozen kunnen ook ex-gedetineerden er terecht.
De resocialisatie is verdeeld in twee fasen van acht maanden. De eerste fase wordt doorgebracht in Huize Norel zelf Nieuwkomers krijgen een plaats op de bovenste verdieping. Wie volhoudt, zakt na vier maanden af naar de eerste verdieping, waar de volharding wordt beloond met een royalere kamer, die bovendien gedeeltelijk naar eigen smaak mag worden ingericht. Acht maanden na opname volgt de verhuizing naar een van de appartementen op het terrein.

Op de vuist
In het washok voor de heren van de tweede fase legt Koos de laatste hand aan de installatie van een wasmachine. Met zijn studentikoze bril valt hij wat uit de toon in het bewonersgezelschap. Ook zijn achtergrond maakt hem tot een vreemd eend in de bijt. In tegenstelling tot de anderen kent hij de reformatorische wereld van binnenuit. Beter dan hem lief is.
Als kind van gescheiden ouders wist hij zich van jongsaf een buitenbeentje. Ook maatschappelijk viel de knaap tussen wal en schip. De kerk liet hem voor z'n gevoel in de kou staan. Het bezorgde hem een diepgewortelde frustratie, die zo nu en dan explodeert in vlagen van agressie.
Om wat zinnigs te doen, meldde hij zich in '95 aan als vrijwilliger voor de restauratie van Huize Norel. „En nu zit ik er zelf Ik moet leren leven met de capaciteiten die ik heb. En m'n gedrag aanpassen. We krijgen hier sociale-vaardigheidstraining. Je kunt niet elke keer op de vuist gaan, met kerkmensen of wie dan ook."

Idealen
Ondanks alle begeleiding haakt een deel van de bewoners af. Vaak al na enkele dagen of weken. Voor begeleider Hans Zijderveld is het keer op keer een klap. „Ik moet afleren om idealen te koesteren die niet reëel zijn. Als mensen het programma niet afmaken, trek ik me dat te veel aan. Misschien vanwege het gevoel gefaald te hebben." Het maakt het werk mentaal zwaarder dan de oud-marinier had voorzien. ,Je wordt bovendien geconfronteerd met onverwachte gebeurtenissen en wisselende gemoedsgesteldheden van bewoners. Onze doelgroep wordt wel getypeerd met de term 'maatschappelijk gehandicapten'. Er valt heel wat puin uit het verleden op te ruimen. Dat vraagt nogal wat, niet alleen van ons maar ook van de mensen zelf."
Daarbij komt het verschil in levensbeschouwelijke achtergrond. Naast de gangbare huisregels, die ook in andere opvangcentra gelden, kent Norel twee bepalingen die kenmerkend zijn voor de identiteit van Ontmoeting. Tv-bezit is in principe verboden en van de bewoners wordt verwacht dat ze op zondag minimaal één keer naar de kerk gaan. Dat levert meer dan eens onbegrip op.

Kwetsbaar
„Het verschil in belevingswereld, dat is voor ons hèt grote probleem", zegt Ed van Heil. „Hoe ga je daarmee om? Wat laat je nog wel toe en wat niet meer? In de eerste fase kun je vrij duidelijk je regels stellen. Zodra ze begeleid zelfstandig gaan wonen, wordt het moeilijker. Kan ik ze verbieden om een televisie aan te schaffen? Als een bewoner naar de disco wil, moet ik dan zeggen: 'Dat mag niet?' Als ze de kerkgang voor gezien houden, betekent dat schorsing? Ik kan mensen niet onder dwang mijn waarden en normen opleggen. Als ze hier maatschappelijk weer leren functioneren, hebben we ons doel bereikt. Vanzelfsprekend hoop je vurig op reformatie, maar we staan voor resocialisatie."
De directeur van Ontmoeting weet zich in dit streven bekeken door een achterban waarin gulhartigheid en enghartigheid soms dicht bij elkaar liggen. „Dat maakt je kwetsbaar, niet alleen hier maar ook in Rotterdam. Een simpel voorbeeld: een prostituee heeft kleding nodig. Geef ik een broek of een rok? Met een rok trekt ze meer klanten. Dus toch maar een broek? Dat kun je een marginaal probleem vinden, maar of het binnen onze gezindte zo aan de marge ligt, dat vraag ik me af In Epe is het spanningsveld nog groter, omdat daar beide werelden elkaar raken. Je komt met je bewoners in de kerk."

Stijfies
„Ik voel me in de kerk bekeken, weet je wel", grijnst Chris. „Het is allemaal zo stijfies. Ik moet bewegen. Staan ze aan het eind allemaal doodstil te wachten tot de dominee het trappie afkomt, begin ik m'n jas al aan te trekken. In Zuid-Amerika, daar swingen ze in de kerk. Heb ik een keer op tv gezien, daar swingen ze in de kerk. Dat ligt mij meer. Maar de rest gaat wel. Met Kerst vond ik het een mooi verhaal. Toen was-ie heel duidelijk, weet je wel. Bij iedereen kwam-ie toen over." Eén keer dreigde het mis te gaan. „Zegt die dominee dat iedereen die niet in God gelooft, ondankbaar is. Dat vond ik grof M'n ouders geloven niet, maar die mensen zijn heel dankbaar. Ik was zo kwaad, ik wou gelijk de kerk uitlopen. Nu begrijp ik het beter. Alleen dat stijve, daar moet ik nog effe aan wennen."
Van het personeel vraagt het Salomo's-wijsheid om op het snijvlak van de twee culturen leiding te geven. „In het algemeen vinden bewoners de diensten moeilijk en gezapig", weet Van Heli. „Een paar zijn in contact gekomen met evangelische groepen. Daar komen ze enthousiast van terug. 'Echt tof daar, niet allemaal zo ingewikkeld.' Het is een worsteling om daar goed mee om te gaan."

Gedetineerden
Op termijn moet het centrum zo'n 25 bewoners tellen. Nu zijn dat er acht. Bewust is gekozen voor een rustige start. „Om iemand goed te begeleiden, moet ik zijn wereld kennen", licht Van Heil toe. „Anders word je, zonder dat je het zelf in de gaten hebt, op een verschrikkelijke manier gemanipuleerd. In onze kring zijn we over het algemeen goed van vertrouwen. Dat heeft bij deze doelgroep bezwaarlijke kanten."
De instroom van ex-gedetineerden blijft tot nu toe beneden verwachting. Zodra die de vrijheid hebben geproefd, verdwijnt de motivatie om naar Epe te komen. Op zichzelf vullen de doelgroepen elkaar volgens de directeur van Ontmoeting goed aan. „De thuisloze is gewend geweest aan een geweldigde vrijheid. Die wordt hier ingeperkt. Bij ex-gedetineerden is het andersom. Hun vrijheden worden hier weer verruimd. In een groep houden ze elkaar redelijk in evenwicht. Wel zijn er forse verschillen in persoonlijkheid. Thuislozen hebben doorgaans een vriendelijk karakter. Ex-gedetineerden zijn harder."

Junk
John Woudenberg kwam van het huis van bewaring in Leeuwarden naar Norel. Een ongelukkige liefde deed hem zes jaar geleden naar de drugs grijpen. Om het spul te kunnen betalen, bestal hij zijn ouders en zakte af tot het niveau van een dealende junk. Tijdens zijn laatste detentie adviseerden zijn ouders hem om contact op te nemen met Ontmoeting. „Het blijft je kind, wat er ook gebeurt", zegt Arend Woudenberg. „Ik ben altijd in John blijven geloven. Al had het niet veel langer moeten duren, voor geen van ons drieën."
Bewust koos John ervoor om van Leeuwarden regelrecht naar Epe te verhuizen. „Je bent dan nog gewend aan regels. Wat me hier wel opviel, was dat iedereen zich druk maakte om niks. Als je een keer uitvalt, liggen ze een nacht wakker. Dat was in de gevangenis anders." Het achterliggende jaar wierp hij zich op een studie logistiek management. In september werd die inspanning beloond en vond hij werk. Alleen zijn superieuren weten van zijn besmet verleden. Voor zijn nieuwe collega's kwam hij als een onbeschreven blad binnen. Zijn overstap naar de burgermaatschappij is nu nagenoeg voltooid. „Het is tijd om te verkassen. Zodra ik een woning heb, vertrek ik. Ik zal nog best wel 's onderuit gaan, maar dat is zo erg niet. Als je maar de kracht hebt om weer op te krabbelen."

Vriendin
De ex-verslaafde maakte in Norel niet alleen maatschappelijk een nieuw begin, hij vond er ook een nieuwe vriendin: ex-stagiaire Ingrid. Ze is een van de weinigen met wie hij vrijuit spreekt over de erfenis van zijn eertijds. „Je bent je verleden niet ineens kwijt. Ik had aardig wat schuld. Daar heb ik nog niks aan kunnen doen. Dat is een gigantische belasting." Door Ingrid leerde hij de gereformeerde gezindte van binnenuit kennen. Erg enthousiast is hij er niet over. „Men praat graag over elkaar. Dat staat me tegen. Ik heb een tijdje meegedraaid bij Jeugd met een Opdracht. Daar laten ze je helemaal vrij bij de invulling van je privé-leven en je geloofsbeleving. Dat is in de reformatorische kerken anders. Daar is het allemaal veel bekrompener, kortzichtiger. Wel ben ik ervan overtuigd geraakt dat het God is die een mens moet bekeren. Uit jezelf lukt dat niet."
Ingrid maakte in haar denken een ontwikkeling in omgekeerde richting door. „Je komt in aanraking met een heel ander milieu. Dat is soms moeilijk, maar het zet je wel aan het denken. We hebben samen veel gepraat. Zo groei je naar elkaar toe. Voor mij is de Gereformeerde gemeente niet meer het enige. Je moet een weg zien te vinden waarin je je samen kunt vinden."

Romantiek
Voor Arend Woudenberg is het een wonder dat zijn zoon zo ver is gekomen. Als blijk van waardering verricht hij een dag per week vrijwilligerswerk in Epe. „Het is geweldig wat ze hier voor die jongens doen. Ook bij de familie van z'n vriendin is hij geweldig opgevangen. Daar neem ik m'n pet voor af." Het is niet de enige verkering die is voortgekomen uit het contact tussen het woon-werkcentrum en kerkelijke gemeenten. Van Heil weet er maar moeilijk raad mee. „We hadden dit absoluut niet voorzien, laat ik dat voorop stellen. Al snel kwamen bewoners met enthousiaste verhalen thuis. Vervolgens blijkt dat met een paar meisjes wel bijzonder nauwe banden zijn gevallen. D
e omgeving reageerde voornamelijk enthousiast, vanuit een zeker gevoel van romantiek. Mijn eerste reactie was: 'O nee!' Het hulpverleningstraject stagneert meteen. Het hoofd van zo'n knaap staat naar heel andere dingen. Verbieden kan ook niet. Blijft over dat je het zo goed mogelijk probeert te begeleiden. Al houd je je hart soms vast. Laten we eerlijk zijn, er is nogal wat verschil in visie op waarden en normen."

Stokbejaard
„Ik respecteer de regels die ze hier hebben", zegt Karel, „maar begrijpen doe ik ze niet. Om maar wat te noemen, op zondag mag ik wel fietsen, niet hardlopen. Ik zie het verschil niet. Ik ben graag met sport bezig en zou op zondagmiddag het liefst de gympies en het sportbroekie aantrekken. Hoppa, draven over die hei. Zeker in het hoofdgebouw zit je de hele middag maar een beetje te koekeloeren."
Na een arbeidsavontuur in Zuid-Afrika keerde de expediteur platzak huiswaart en leerde het Rotterdamse thuislozencircuit kennen. Al snel vond hij een kamer, kwam in contact met Ontmoeting en belandde als vrijwilliger in de drugshulpverlening. Het werk lag hem wel, de sfeer niet. Opnieuw liep de weg dood.
Door zijn verblijf in Epe hoopt hij de zaken wat op een rij te krijgen. Een reguliere baan lijkt uitgesloten. „Of je hebt geen papieren, of je bent te oud. Op de abeidsmarkt ben je met 42 jaar stokbejaard." Ook de reformatorische ondernemerswereld biedt volgens Van Heil nauwelijks soelaas. „De meeste werkgevers uit de gereformeerde gezindte steunen ons werk van harte, maar ze staan niet te trappelen om bewoners in dienst te nemen."

Te ver
Het verblijf in Epe heeft Karel in ieder geval een aantal vrienden opgeleverd. „De mensen zijn anders dan in Rotterdam. Daar heb je meteen een babbel. Hier moet je je in het begin een beetje rustig houden. Low profde. Tot ze je beter kennen, dan komen ze los. Ik heb nu aardig wat contacten. Via de kroeg en de Sionskerk."
De kerkelijke wereld was de Rotterdammer voorheen volslagen vreemd. „D'r is niks mis mee, maar het trok me gewoon niet. Dat is hier anders geworden. Niet dat ik ineens helemaal bekeerd ben of wat dan ook, maar ik ga met plezier naar de kerk. Je gaat bewuster nadenken over het leven. Al ben ik wel kritisch. Als iets niet mag, wil ik weten waar dat in de Bijbel staat. Anders geef ik er niks voor. Ze zeggen mij soms te gemakkelijk dat iets niet mag. Waarom kun je niet op een goeie manier met een televisie omgaan? Wat is er mis aan een rockconcert? Ik voel er niet voor om een keus te maken. Voor mezelf vind ik het verantwoord om zowel in de kerk als in de kroeg te komen. Ik leid al een heel ander leven dan vroeger. Om het ouwe helemaal los te laten, dat gaat me net iets te ver."

Duisternis
De werkers van Ontmoeting worden door de kritische vragen dagelijks gedwongen hun reformatorische identiteit en moraal te toetsen. „Het wezen is meer voor me gaan betekenen, de buitenkant ga je in deze omgeving relativeren", stelt Van Heil vast. „Je staat hier op de grens van licht en duisternis. De machten van de duisternis zijn in het leven van sommige bewoners bijna tastbaar." De kamer van Chris is een zichtbare illustratie. Hij houdt er de gordijnen gesloten, ook overdag. „In de wereld waarin ik zat was het altijd donker. Dat hou je, een hekel aan licht. Niemand hoeft hier binnen te kijken. Maar nou heb ik ze toch al een stukkie open. Langzaam wennen aan het licht, weet je wel."
Recent kwam het bij de exverslaafde tot een crisis. Hij wilde terug naar Rotterdam. ,Je hebt gevreeën op straat, je dronk op straat, je praatte tegen de straat... Het was je vriend eigenlijk. Maar toen ik alles terugzag, dacht ik: 'Was dat het nou?' Zie je je ouwe kameraden zitten, op een stoeltje. Mekaar aan te staren. Net een wachtkamer. Nou wil ik er echt uit. Eigen huisje, hondje, meubeltjes, vrijwilligerswerk... Hoop ik. Ik zeg altijd: 'Hier gaat het allemaal wel'. Je hebt je contacten, je wordt een beetje in de gaten gehouden. De overstap, dat is m'n grote angst, weet je wel. Als het na een jaar nog goed gaat, dan kun je pas zeggen: ik heb het volgehouden."

Volgende keer: Evangelisatie onder asielzoekers.

==

Waarom juist wij moeten geven.
Bij de start van Ontmoeting in 1989 zorgden de lezers van Terdege voor het beginkapitaal van de jonge stichting. Mede dankzij uw giften heeft de reformatorische instelling voor thuisen daklozen in Rotterdam een goede naam en een brede ervaring opgebouwd.Vele honderden ontheemden weten de weg te vinden naar het dienstencentrum. Meer dan dagopvang kan daar niet geboden worden. Daarom is er sinds 1995 ook een woonwerkcentrum in Epe.Werkelijk gemotiveerde thuislozen kunnen daar opgenomen worden om ze voor te bereiden op de terugkeer naar een normaal, geregeld leven in de maatschappij. Ook ex-gedetineerden, net uit de gevangenis ontslagen, zijn welkom. Mits ze bereid zijn zich aan de regels te houden en te werken aan hun nieuwe toekomst. Elke bewoner krijgt een mentor toegewezen, die hem persoonlijk begeleidt. Eigen schuld En nu wordt van u gevraagd of u dit werk wilt steunen. Met uw gebed, maar ook met uw gift. Nadat u het verhaal over Huize Norel gelezen hebt, was uw eerste reactie misschien: „Moet ik aan die lui mijn geld besteden? Ze hebben het toch meestal aan zichzelf te wijten dat ze in de goot zijn geraakt?" Een begrijpelijke reactie, maar geen christelijke! Elk mens ligt van nature in de goot van de zonde, door eigen schuld. En toch zoekt God ons op. Christus bemoeide zich met hoeren, tollenaren en zondaren. Hij laat in de gelijkenis de nodiging zelfs uitgaan in de heggen en steggen. Opdat Zijn huis vol worde.Wie zichzelf leert kennen als een thuisloze, van God vervreemde zwerver wijst niet meer zo snel naar anderen. Integendeel, hij zal juist graag onderdak helpen bieden. Daarom durven we van u te vragen of u dit werk wilt steunen. Uit christelijke barmhartigheid, omdat u bewogen bent met het heil van uw naaste. Ook de naaste die zijn leven misschien wel heeft vergooid. Net als de verloren zoon. Een treffende gelijkenis. Waar is het geld voor nodig? In de eerste fase leert de bewoner met lotgenoten samen te wonen in Huize Norel en samen te werken binnen een van de werkprojecten op het eigen terrein. Na acht maanden vindt de verhuizing plaats naar een van de appartementen op het terrein. Indien mogelijk wordt in deze periode ook de overstap naar een normale baan gemaakt.Gezien de geplande groei van het woon-werkcentrum moeten op korte termijn nog vier appartementen worden gerealiseerd.Verder zal het aantal werkprojecten worden uitgebreid. Gedacht wordt aan een kopieer-project en een kleinschalig houtbewerkingsproject. Graag willen we opnieuw de handen ineenslaan om dit streven van Ontmoeting financieel mogelijk te maken. Samen sterk voor wonen en werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.