+ Meer informatie

WAT SCHUILT ER ACHTER WOORDEN? Over beleving en bevinding

14 minuten leestijd

Onlangs verscheen Retour Nijmegen - Den Haag, een dagboek van het PvdA-kamerlid Marjet van Zuijlen (33). Het boekje heeft (helaas) inhoudelijk niets om het lijf, maar het geeft goed weer hoe veel moderne dertigers in het leven staan. Marjet laat weten hoe ze over haar collega’s denkt en waar ze zeit mee tobt. “Ik heb een gesprek bij een headhunter (iemand die je aan een andere, liefst betere, baan moet helpen, HMO) over mijn toekomst. Twee uur lang praat ik met de adviseur over mijn professionele Verlangens en ambities, over wat ik leuk vind en wat me gelukkig maakt. Hij stelt onverwachte vragen en trekt verrassende conclusies. Aan het eind van het gesprek zijn we niet veel verder gekomen”. Ze is ook druk bezig met haar bruiloft (ze trouwde met een Nijmeegse PvdA-wethouder). Van de voorbereidingen werd ze doodmoe en ze verbaasde zich over de gigantische bedragen die ze eraan kwijt zou zijn. Toch vindt ze dit leven fascinerend en wil ze niet echt anders. De zorg over de “intensivering van het verlangen”, die ze SGP-Ieider Van der Vlies hoort uiten, deelt ze niet. “Ik ben kennelijk echt-modernpaars, want wat is er mooier dan dat?”

Leuk

Dit boekje laat goed de omslag zien die wij in deze tijd meemaken, die van een overlevings- naar een belevingssamenleving. Nog nooit zijn we zo welvarend geweest (in ons deel van de wereld dan). We behoeven ons niet echt druk te maken over het feit dat we moeten eten. Drukker maken we ons echter over de vraag wat we eten. Op veel terreinen van het leven verschuift de aandacht naar de kwaliteit. Veel tijd wordt gespendeerd aan de inrichting van het huis, aan vakanties, aan de kwaliteit van relaties. Nu we niet meer elk dubbeltje hoeven om te keren, komen we toe aan de geneugten des levens. We doen de dingen die we leuk vinden. Dat woord ligt ons op de lippen bestorven.

Tegelijkertijd valt er nog iets anders waar te nemen. In onze hoog-technische samenleving zijn de alledaagse gevaren van vroeger zo goed als uitgebannen. Daar kan men dankbaar voor zijn. Toch lijken mensen ook te snakken naar een beetje avontuur. Eigenlijk vinden veel mensen hun alledaagse leven maar saai. Vandaar dat de hang naar uitdagingen in de vrije tijd geweidig toeneemt. Verre oorden, oerwouden, hoge bergen, ze zijn in trek. In advertenties treft men fraaie beschrijvingen aan. Laatst las ik een verhaal over Dartmoor, een mooi en ruig gebied in Zuid-West Engeland. De inleiding van dat artikel illustreert wat ik hier probeer aan te geven. “Toen zuinigheid nog een deugd was en schaarste de toon van ons dagelijks leven zette, was de ideale vakantie een onderdompeling in zorgeloosheid en luxe”. Maar zuinigheid en schaarste zijn verouderde begrippen aan het worden. “Nu is dat andersom: met het stijgen van het wooncomfort en de AEX verhevigt ons snakken naar afzien en contact met de elementen. Het teveel aan vitamines, centrale verwarming, voorspelbaarheid, verzekeringen en rimpelloos tv-amusement maakt de oermens in ons wakker, vooral als de vakantie nadert”.

Belevingsmaatschappij

In onze op beleving gerichte samenleving is ook veel aandacht voor gevoelens. Om nog maar eens een tijdschrift-artikel aan te halen - tijdschriften zijn een prima spiegel van een cultuur - haal ik wat aan uit een verhaal over de “emotionele golf. Geconstateerd wordt dat je je vroeger alleen kon laten gaan in intieme kring. Nu doet zich vaak het omgekeerde voor. “Je moet je emoties vooral laten zien. In de Tweede Kamer, in de talkshow of de kwaliteitskrant, in het zakenleven”. Staffunctionarissen worden naar een congresoord op de hei gestuurd om zich te oefenen in zaken als intuïtie, empathie en “je kwetsbaar opstellen”. De uitroep “dat voelt niet goed” heeft zowel in “huiskamers, kinderkamers en slaapkamers als in vergaderzalen en op kantoren de status van een valide en afdoend argument verworven”.

Ook meer serieuze denkers houden zich bezig met deze verschijnselen. Een Duitse socioloog schreef een dik boek over de belevingsmaatschappij. Hierin legde hij uit wat de verschillen zijn tussen een overlevings- en een belevingsmaatschappij. In een overlevingssamenleving staat de zorg voor het dagelijks brood, kleding en onderdak centraal. In een belevingsmaatschappij echter draait het om het “project van het fraaie leven”. ledereen wil een “ aangenaam en fascinerend leven”. Wat deze socioloog verder laat zien, is dat in onze belevingsmaatschappij de binding aan traditie en overlevering weliswaar steeds minder wordt, maar dat er zich weer nieuwe vormen van gemeenschap aandienen, op basis van gedeelde interessen. Mensen zijn minder en minder opgenomen in de grote traditionele verbanden van kerk en politieke partij, maar kiezen de verbanden waartoe ze willen behoren op basis van persoonlijke wensen en behoeften. Daarin wisselen mensen ook steeds vaker. Alleen voetbal-supporters blijven hun club door dik en dun trouw.

Druk

Zelfs aan filosofen gaat de beleving niet voorbij. Sterker nog, het beste dat ik las over dit thema is geschreven door de Leidse filosoof Gerard Visser. Vorig jaar schreef hij een Studie onder de titel De druk van de beleving. Twee dingen uit dit boek wil ik naar voren halen om daarmee te komen tot de kwestie waar het me hier om gaat: de samenhang tussen de moderne beleving(sbehoefte) en wat we in de (onze) kerken altijd verstanden onder bevinding. Visser laat zien dat ons woord beleving nog geen honderd jaar oud is en dat het een vertaling is van het Duitse woord Erlebnis. Het wordt gebruikt om de onmiddellijkheid van de ervaring aan te duiden. Als je iets beleeft, ben je er helemaal bij betrokken. Het is geen zaak meer van alleen het hoofd. Verder geeft het woord ook aan dat wat je beleeft betekenis voor je heeft. “Dat ik dat nog mag beleven!”. In de tweede plaats laat Visser zien dat het moderne woord beleving onderscheiden moet worden van wat vroeger wel ondervinding genoemd werd. Het woord ondervinding werd gebruikt in een praktisch-morele zin. Niet voor niets zeggen we dat de ondervinding de beste leermeester is. Het leven zelf is nodig om bepaalde zaken te leren. Je kunt onmogelijk uit een boekje leren wat het zeggen wil weduwe te zijn, kinderen te verliezen, een goede vader of moeder te zijn, een vak te beheersen. Daar is ervaring, het leven zelf voor nodig. Voor het opdoen van deze ervaringskennis was de band met traditie en overlevering belangrijk. Bepaalde kennis werd van vader op zoon overgedragen. Langzaam maakte je je dan - mede door eigen ervaringen - bepaalde kennis eigen.

De moderne beleving ziet Visser veel minder verbunden met praktisch-morele kennis. In de beleving gaat het minder om leren als wel om genieten. “Is het leuk” is iets anders dan “wat leer ik hiervan”. Juist omdat het in de beleving veel meer gaat om dat wat voor ons aangenaam is, is Visser van mening dat het een dubbelzinnig begrip is. Enerzijds positief omdat het aandacht vraagt voor het (persoonlijk) gevoel, anderzijds een stuk minder positief omdat het - juist in onze cultuur van consumeren - erg eenzijdig wordt uitgelegd in termen van genieten en welbevinden. Als in de beleving de zin van het leven wordt gezocht, wordt het overvraagd. Want als we voortdurend op zoek zijn naar leuke, spannende ervaringen, dan valt de werkelijkheid wel vaak tegen. Zo leuk is het leven niet altijd. Wie altijd wat wil beleven, zal heel wat teleurstellingen tegenkomen. Dat beleving het grondwoord van onze tijd lijkt te zijn geworden, zet Visser uiteindelijk in een breder verband. Als de horizon van het leven versmald wordt tot het maximaal halen uit het ieven wat er in zit, als gevolg van het wegvallen van de dimensie van de eeuwigheid, dan moet er wel een enorme druk ontstaan. Beleef je leven, want zo meteen ben je er niet meer.

Ondervinding

Dat het woord beleving nog niet zo oud is, was voor mij een eye-opener. Tegelijkertijd bevreemdde het me ook. Want van huisuit is het woord me goed bekend en ik dacht dat het regelrecht uit de bijbel kwam.Vaak hoorde ik in preken de uitdrukking dat de zaken die aan de orde waren gekomen natuurlijk wel “beleefd” moesten worden. Soms werd er van bepaalde mensen met eerbied gezegd dat die op geestelijk gebied veel “beleefd” hadden. Helemaal goed raad wist ik daar niet altijd mee. Want, vroeg ik me af, wanneer kun je nu van jezelf zeggen dat je iets “beleefd” hebt? Dan zou je op een afstandje naar jezelf moeten kijken om te kunnen constateren dat er van een echte ervaring sprake was. En als ik eens met gevoel meegezongen had, was dat dan een “beleving”? Of maar een algemene indruk? Het gevolg van de nadruk op beleving - in deze zin opgevat - is een voortdurend krachtig bij jezelf naar binnen kijken, op zoek naar echte belevingen, als grand voor het geloof. Met de belofte en het verbond weet men dan niet echt goed raad meer. En zeker niet met Luther die zijn aanvechtingen te boven kwam, niet met zijn belevingen, maar met de onwankelbare wetenschap van zijn doop. Het woord beleving komt in de bijbel niet voor. Tenminste, in mijn Trommius heb ik het niet kunnen vinden. Bij Paulus leest men nooit: “Gemeente, denk erom, wat ik jullie vertel, moeten jullie nog wel beleven, wil het wel zijn”. Beleving in de moderne zin, van voortdurend bezig met de (echtheid van de) eigen gevoelens, komt men in de bijbel zo niet tegen. Wil dat nu zeggen dat het in de bijbel nu maar een droge boel is en dat er sprake zou zijn van een soort “conclusie-geloof”? Gelukkig niet. Zo rationeel ziet een mensenleven er niet uit. Alleen gebruikt de bijbel andere woorden. En niet voor niets. Dat zijn de woorden ondervinding of bevinding.

Bevinding wordt door ons vaak gebruikt als een synoniem voor beleving. Toch is het bijbelse woord bevinding anders van kleur dan het moderne woord beleving. Bevinding in de Schrift verwijst naar de Here, in plaats van naar onszelf en heeft ook niet in de eerste plaats met genieten te maken. In psalm 46 Staat het prachtige woord dat “God ons een toevlucht en een sterkte is; Hij is krachtig bevonden een hulp in benauwdheden”. Ook op andere plaatsen komen we bevinden in deze betekenis tegen. Bevinden is dan geen kennis van horen zeggen, maar zelf meemaken, ervaren, dat wat God zegt waar is, waarachtig is. Bevinding heeft hier de betekenis van ondervinding, er achter komen, proefondervindelijk, dat God betrouwbaar is.

Ondervinding is in de bijbel zeker niet alleen verbunden met genieten. Neem het woord van Jeremia uit zijn Klaagliederen: Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen, Gij slaat mij met verbijstering. God gaat soms een weg (met mij) die volstrekt niet te volgen is. Volgens Luther is de aanvechting een wezenlijk bestanddeel van de geloofservaring. Gebed, meditatie en aanvechtingen - aldus prof. W. van ‘t Spijker - zijn voor Luther de zaken die een christen tot een ervaren gelovige maken.

Ook Calvijn gebruikt het woord bevinding in deze zin. Ds. A. Baars preekte op Kerst 1999 in Ameide en zei - vrij weergegeven - dat bij Calvijn bevinding betekent dat wat God zegt in zijn Woord waar is. Bij navraag gaf hij het letterlijke citaat van Calvijn. “Inderdaad, met de (geloofs)ervaring als onze leermeesteres (be)vinden we dat God precies zo is als Hij zich in Zijn Woord openbaart”. En wanneer in het Nieuwe Testament een tekst uit het Oude Testament wordt aangehaald, kan de reformator daarbij aantekenen: “Here, Gij hebt dat gesproken en wij hebben werkelijk ervaren dat dat waar is”. Bevinding in deze zin opgevat heeft veel meer de betekenis van ondervinding, van meemaken, van het gaan van een weg. Op de weg met de Here doen wij ervaringen op wie Hij is, ook wie wij zijn. Het leven zelf is nodig om te leren. Dat gold zelfs voor Christus.

In Hebreeën 5 staat dat de Zoon gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden. Zo beschouwd is voor net opdoen van bevinding, van ondervinding, ook nodig het staan in een traditie, het behoren tot een gemeenschap. Het verteilen van (bevindelijke) verhalen geldt dan niet als een model voor wat “beleefd” moet worden, maar als het vernemen van wat zich in een christenleven allemaal kan voordoen, wat er geleerd kan worden. Hoe de gang door het leven de kennis van de zonde, maar ook van de genade kan verdiepen, kan kleuren. Terzijde merk ik op dat in het (hoger) onderwijs het ervarings-gericht leren weer volop in de belangstelling staat. Boekenkennis zonder de praktijk leidt tot weinig. Dat geldt voor het geestelijk leven net zo.

Gevoel

De aandacht voor het (eigen) gevoel en daar ruimte voor vragen is in zekere zin modern. Onze ouders en grootouders spraken er heel wat minder over. Maar hoewel ik bevinding vooral met ondervinding, met leren, in verband breng, wil dat niet zeggen dat het gevoel geen plaats heeft. Het gaat immers om ervaren kennis, kennis die is opgedaan door meemaken, ondervinden. Dat gaat gepaard met gevoelens. Wie even in de belijdenisgeschriften bladert, komt het zo tegen. Als de Dordtse Leerregeis spreken over de wedergeboorte, dan valt te lezen: “De wijze van deze werking kunnen de gelovigen in dit leven niet volkomen begrijpen; ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben”. Prachtig is het om te zien hoe - in deze voor ons vaak zo dogmatisch bevonden Leerregeis - hoofd- en hartkennis bij elkaar gehouden worden. Weten en gevoelen, met het hart geloven, liefhebben. Ook op een andere plaats voeren de Leerregeis - onbekommerd lijkt het wel - de gevoelens op als een “bewijs” van het geloof. Van je verkiezing wordt je niet zeker door “curieuselijk de diepten Gods te onderzoeken”, maar door te letten op de onfeilbare vruchten van de verkiezing die in het Woord van God worden aangewezen - een waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid naar God over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid - en die bij jezelf met “een geestelijke blijdschap en heilige vermaking” waar te nemen.

Loslaten

De moderne beleving is veel meer gericht op genieten dan op leren, veel meer individueel dan gemeenschappelijk. Verder valt het op dat belevingen georganiseerd moeten worden. Via tal van evenementen wordt het leven opgesierd, om toch maar het gevoel te krijgen iets wezenlijks mee te maken. Veel jongeren werken zich doordeweeks suf om in het weekend “uit hun dak te gaan”. Ook in kerkelijke kring wordt er veel georganiseerd. Ik ben de laatste om daar schamper over te doen. Toch zou ik ter afsluiting willen wijzen op een aspect dat in zekere zin haaks Staat op het zeit organiseren van belevingen. Bijbels gezien dient de verhouding omgedraaid te worden. Pas als we leeg zijn (van onszelf), kan God met ons aan het werk. Het gaat hier om een geheiligde passiviteit. Van deze omdraaiing van natuurlijke strevingen lezen we iets in zondag 38 van de catechismus, over het vierde gebod. De opstellers leggen de rust van de sabbat zo uit”: “Dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken rüste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo den eeuwigen sabbat in mijn leven aanvange”. Het gaat erom dat God het in ons leven geheel voor het zeggen krijgt. Prof. L.H. van der Meiden omschreef deze passiviteit die tegelijkertijd activiteit is onovertroffen als volgt: “Het geheim van het geloof is God te laten werken, Christus te laten zaligen, en de Heilige Geest te laten toepassen. Dit totale afzien en veroordelen van de mens en zijn bestaan als zondaar, is de hoogste activiteit des geloofs”. We komen dan in de buurt van wat zondag 48 zegt over de bede Uw koninkrijk kome: “Regeer ons alzo door uw Woord en uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen (..) totdat de volkomenheid van uw Rijk kome, waarin Gij alles zult zijn in allen”.

Br. Oevermans, lid van de kerk van Ameide, is als juridisch adviseur verbunden aan de Universiteit Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.