+ Meer informatie

BABELS ZUIGKRACHT

.doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijl< Daniël, Hananja, Misaël en Azaria .

6 minuten leestijd

Daniël1:19'm.

Niets hier op de aarde is bestendig. Dit geldt ook de Koninkrijken. Nu eens voert dit volk lieersciiappij dan weer een ander volk. In de woelige dagen waarin Daniël leefde was Nebucadnezar, koning van het Nieuw-Babylonische rijk, heer en meester. Ook Jeruzalem moest in hem zijn meerdere erkennen.

Na de inneming van Jeruzalem meende Nebucadnezar de kracht van het volk te kunnen breken door de aanzienlijken en de vaklieden te deporteren. Immer zou het volk dan geen leidslieden en b.v. wapen-, smeden bezitten! Onder de aanzienlijken bevonden zich ook Daniël, Hananja, Misaël en Azaria.

Op een zekere dag ontbiedt Nebucadnezar één van zijn onderdanen, Aspenaz en draagt hem op enige jongelingen uit de ballingen te kiezen. Maar zij moesten aan bepaalde eisen voldoen. Zij mochten geen gebrek vertonen, moesten schoon van aangezicht zijn, bovendien vernuftig in alle wijsheid en ervaren in wetenschap en kloek van verstand. Straks zullen zij de koning mogen dienen. Eerst echter moeten deze jongelingen een verandering ondergaan. Daarom neemt de koning hen in zijn huis op. Hier worden zij goed verzorgd. De koning bepaalt welke spijs zij zullen eten en welke drank zij zullen drinken. Het beste is alleen goed voor hen.

Maar niet alleen uitwendig moeten zij veranderd worden, ook inwendig! Daarom werden zij onderwezen In de boeken en spraak der Chaldeeën. Nebucadnezar begrijpt wel dat zo'n verandering niet ineens gaat; zo'n ingrijpen vergt tijd; langzaam maar zeker moet dit proces zich voltrekken. Maar al mag het langzaam gaan het einddoel staat vast: zij moeten totaal veranderen! Zij moeten verbabyloniseren!

Het boek'Daniël is zowel historisch als profetisch. Daarom kunnen de lijnen doorgetrokken worden. Babel probeert nog te veranderen, te verbabyloniseren. De vorst der duisternis heeft ook nu maar een oogmerk: de zielen, inzonderheid die der jeugd, te vergiftigen. : Op scholen en universiteiten, op kantoren en in de fabrieken slaat satan toe. Zijn listen zijn vele, zijn krachten schier onbeperkt; de zoetheid van de zonden doet hij genieten en probeert voor ogen te stellen dat zonde geen zonde is. Zijn onderwijs klinkt geloofwaardig en genade is nodig om de leugenachtigheid te onderke.nnen.

Wie zal weerstand kunnen bieden tegen zijn verleidingen? Wie wordt niet verontreinigd met de spijs van Nebucadnezar en wie wordt niet geïnfecteerd door dfi hoeken der Chaldeeën? ~

Toch zal Heerë tonen dat Hij regeert- De sterkste zuigkracht van de 'wereid verrtagniets, wanneer de Heere Zijn genade schenkt. Die genade mochten Daniël en zijn vrienden'kennen. Daarom zullen zij zich niet verontreinigen met de spijs van de koning. Immers deze spijs is onrein! Zij moeten weigeren!

Deze daad getuigt van geloofsmoed. Stelt u zich voor: jongens van ongeveer 15 è 16 jaar die neen durven te zeggen tegen dat wat de Heere haat. Daarom zullen zij voortaan het gezaaide eten, volgens de spijswetten bereid.

Satan doet zijn aanvallen op Daniël en de zijnen. Maar de Heere houdt hen staande in de gevaren. Hadden zij zichzelf staande moeten houden, gewis zij waren gevallen. Levend aan het hof van Nebucadnezar, konden zij staande blijven. Zij zochten het aangezicht des Heeren in het gebed. Op het gebed heeft de Heere hen kracht gegeven. Zij waren wel in de wereld maar niet van de wereld.

Na drie jaar verschijnen ook zij voor de koning. Het onderzoek vindt plaats. En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniël, Hananja, Misaël en Azarja. Zij waren 10 keer wijzer dan de tovenaars en sterrekijkers! Zij hebben, de Heere gehoorzaamd en de Heere heeft hen rijk gezegend. De Heere heeft hun alles gegeven wat zij nodig hadden. God gaf genade en barmhartigheid voor het aangezicht van de overste der kamerlingen, (vs. 9).

De Heere gaf wetenschap en verstand, Daniël bovendien Inzicht in gezichten en dromen; ja, er was niemand die gelijk was aan Daniël, Hananga, Misaël en Azarja. De Heere gaf, hield staande, bediende. Bij de Heere is geen verandering mogelijk, daarom geeft Hij nog, houdt Hij ook nu nog staande, en bedient Hij ook heden nog.

Jongens en meisjes, deze meditatie is in het bijzonder voor jullie geschreven; hoe leven jullie aan „het hof van de moderne Nebucadnezar"? Verontreinigen jullie je nog steeds met de spijs van de koning? Op allerlei manieren wordt er aan jullie heden getrokken; overal wordt jullie de spijs van de wereld aangereikt; telkens opnieuw probeert satan jullie te onderwijzen in de boeken en de spraak der Chaldeeën. Satan heeft een jarenplan voor een ieder opgesteld met als uiteindelijk doel: de eeuwige ondergang.

Nu is dit het wonder, jong en oud, dat de gevende God van Daniël nog leeft. Nog heden in^ dagen die boos zijn wil Hij biddende en vragende Daniels geven wat zij missen.Ook nu heeft de Heere een geslacht dat niet zal omkomen aan het hof van de moderne Nebucadnezar. De Heere spreekt nog over behoudenis. Breekt dan met de zoete zonden van Babels hof, en buigt de knieën als een Daniël en vraagt of de Heere de ogen wil afwenden van de ijdelheid (= wat niets is). Vraagt of de Heere de ogen wil richten op de noodzakelijkheid van het kennen van het Koninkrijk van Zijn gerechtigheid. Laat jullie niet meezuigen door de maatschappij van heden. Kiest toch heden wien gij dienen zult. De Heere kan nog geven! Geven wat Hij op Golgotha gegeven heeft. Daar gaf Hij alles wat Hij had; Zijn eniggeboren Zoon.

Het nodig krijgen en leren kennen van Deze is de weg om verlost te worden van het moderne'B'abél. Maar in HeiVi ligt ook de zekerheid datl de Zijnen eenmaal volmaakt verlost voor Hem zullen staan om Hem eeuwig daarvoor te danken. Eenmaal uit Babel verlost, eenmaal thuis omdat de Heere gegeven heeft. Dan eindigen de Daniels in de Heere.

Jongens en meisjes, de schatten van Babel zijn tijdelijk, zijn spijs bitter Eenmaal moeten ook'jullie alles achterlaten ten dan? Maar wat de Heere geeft is van waarde en het gehemelte zoet. Immers Hij geeft de Zijnen het eeuwige leven: Hem te kennen. . Wanneer de Heere dit geeft, kan de ziel In de wereld leven (al is hij niet van de wereld). Dan zal de Heere deze -Daniels door helpen maar ook uithelpen. Daniels mogen ook nu bij ogenblikken weten: Gij hebt mijn rechterhand gevat. Gij zult mij leiden door Uw raad, en daarna zult Gij mij opnemen in Uw heerlijkheid.

Voor zulken is er in het moderne Babel doorzicht, maar ook uitzicht. Een blij vooruitzicht; hier geeft de Heere dit bij ogenblikken te zien, straks mag de Kerk zich er eeuwig over verwonderen. Dan mogen zij wel eens zingen: Mijn Gbd U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan. Bergambacht ds. H. van der Post

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.