+ Meer informatie

DE VREZE GODS

3 minuten leestijd

Eert een iegelijk, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de Koning. (1 Petr. 2 : 17)

De vreze Gods is een vrucht des geloofs, in en door Christus.

De vreze Gods is een ootmoedige genade, voortspruitende uit de bekering tot God en de verzoening met God in Christus' bloed. Omdat deze vreze dooide liefde is, verwekt zij een kinderlijk ontzag voor God, in tegenstelling met de slaafse vreze.

Deze ware vreze Gods is een zoete en zalige onderwerping aan God en Zijn ordinantiën. God is een God van orde, zowel in natuur als in genade.

Een waar Christen is alle menselijke ordening onderdanig, mits die gegrond is op Gods Woord; het is dan onderwerping om des Heeren wil. Onze tekst spreekt van wel vier zaken. Een iegelijk te eren, de broederschap lief te hebben, God te vrezen en de koning te eren. Dit kan alleen, als het geloof dooide liefde is werkende. Dan is de mens handelbaar voor God en de medemens. Dan is er liefde en gezag in het gezin, in de kerk en in de staat. Dat verwekt orde en vrede in de samenleving. Eigenliefde, eigen wil en zelfverheffing vallen weg; evenzo de zucht een eigen koninkrijk te hebben en zich zelf te handhaven.

Die God vreest is arm, nietig en klein in eigen oog, verlegen met al Gods weldaden, en ziet af van eigen kracht en hulp van mensen.

De vreze Gods is ook vrucht van een dagelijkse bekering en heeft lust in Gods instellingen.

Volgens onze tekst is er ook sprake van een eren van zijn naaste. Niet alleen de koning en de overheden, maar een iegelijk. De vreze Gods verwekt eerbied en ontzag op alle terrein. Die mens heeft de broederschap lief, omdat de Heere in dat volk woont. Over deze gemeenschap schrijft Paulus zo treffend in Romeinen 12 en lezen we ook in Zondag 21 van onze kostelijke Iieidelberger. Maar dit vloeit dan ook uit de geloofsvereniging met Hem, als vrucht des Geestes. Heel Gods Kerk is één heilige broederschap in haar Hoofd Christus.

Daarom behoren zij het goede voor elkander te zoeken, vergevensgezind te zijn, het kwade te haten en het goede te beminnen.

Wat brengt toch het leven des geloofs een kalmte en rust voort.

De vreze Gods maakt het gezin aangenaam en er gaat stichting van uit in de Gemeente, maar ook in het maatschappelijk leven.

Als deze vreze aanwezig is, is men elkander onderdanig om des Heeren wil, men spreekt en smeedt geen kwaad tegen zijn naaste.

En of men bij vriend of vijand komt, of men in de kazerne is, of op reis in trein, boot of bus, deze vreze is een sieraad op alle terrein.

Helaas leven wij in droeve tijden, waar deze vreze Gods zo veel wordt gemist. Huichelaars en geveinsden bezitten deze vreze Gods niet. Het is een waarachtig verbondsgoed, waarvan het heilgeheim naar Zijn Vreêverbond wordt getoond aan Zijn vrinden.

Ons hart moge er mede vervuld worden, want de vreze Gods bewaart voor de zonde, ze maakt ons los van de aarde en eindigt in de eeuwige heerlijkheid.

Dat ook onze huizen en gemeenten er mede vervuld mochten worden tot eer van God, tot zaligheid des harten en dat het blijken moge in een stichtelijk, Gode verheerlijkend leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.