+ Meer informatie

Uitvinder: Begin er nóóit aan

Jarenlang geleur en gezeur in dagboekvorm vastgelegd

4 minuten leestijd

TWEEDE EXLOËRMOND (ANP) Uitvinden in Nederland is geen pretje. Frans Philips, uitvinder te Tweede Exloërmond (Drenthe), heeft dan ook een goede en korte raad voor aspirant-collega's: „Begin er niet aan". In een boekje getiteld "Dagboek van een uitvinder" beschrijft hij onder het pseudoniem Ferdinand Blaupunkt de lijdensweg die hij aflegde om zijn uitvinding bij het bedrijfsleven aan de man te brengen en via patenten beschermd te krijgen.

Die bescherming is er, acht jaar nadat bij Frans Philips het spreekwoordelijke lichtje ging branden, nog steeds niet. Hij heeft wel een contract getekend met een fabriek die in elk geval een prototype zal laten bouwen. „Ik weet niet zeker of het ooit in produktie wordt genomen. Maar daar kan ik dan altijd nog een tweede boekje over schrijven", zegt de van origine technisch inspecteur.

Met het ondertekenen van dat contract eindigt het dagboek. In de hoofdstukken daarvoor beschrijft de uitvinder in een cynisch verhaal hoe hij snipperdag na snipperdag opnam om met „breedbekkikkers" en „gehaktballen" van diverse pluimage over zijn vinding te praten. Zes jaar deed Philips erover om tot de laatste bladzijde van zijn dagboek te komen. Een periode die hem van één ding heeft overtuigd: „Als ik dit had geweten, had ik het niet gedaan. Dit nooit weer".

Oplossing

Philips bedacht in 1983 de oplossing voor een in de offshore-wereld berucht veiligheidsprobleem. Hij houdt voor zich wat het precies is. „Als ik dat vertel, is voor de insiders meteen bekend wie ik eigenlijk ben en dat wil ik nog niet", verklaart hij. Philips begon zoals waarschijnlijk het merendeel van de uitvinders begint: met het vastleggen van zijn vinding in een patent; meteen het eerste struikelblok. Het aanvragen van een patent, dat per land moet gebeuren, kost enkele tienduizenden guldens. Geld dat Philips niet had.

In zijn dagboek beschrijft hij vervolgens hoe hij, na vergeefse pogingen om bij gevestigde bedrijven ibinnen de branche zaken te doen, terechtkomt bij de wat „louche" Ronny M. (pseudoniem). Die helpt hem via een wurgcontract aan zijn startkapitaaltje.

Met dit geleende geld, ongeveer 18.000 gulden, legt de uitvinder zich meteen goed vast. Mocht het op een of andere manier samen met Ronny M. niet tot een vergelijk komen, dan verplicht Philips zich het geleende bedrag in zijn geheel terug te betalen. Het geld geeft de uitvinder in elk geval de kans-patenten aan te vragen en vooral-te betalen.

Geleur

Vervolgens begint het geleur en gezeur en groeit het cynisme van de uitvinder. „Bij elke afspraak en na elk gesprek dat goed verloopt denk je: Dat zit goed, het gaat lukken", zegt Philips. „Maar in werkelijkheid is het allemaal lucht. Stel je voor, je komt bij een bedrijf en je zit daar tussen afdelingschefs en de directie. Niemand ziet je graag komen, omdat zij zelf die uitvinding hadden moeten doen. Zij vangen er dikke salarissen voor en dan kom ik, Frans Philips uit Tweede ExloërTWEEDE EXLOËRMOND Frans Philips vindt uitvinden in Nederland geen pretje. Zijn advies is: „Begin er niet aan", FO» ANP mond, even vertellen hoe het moet. Dat gaat er natuurlijk niet in".

Philips ontmoette in zijn pogingen zijn uitvinding aan de man te brengen, een lange reeks zakenlui („een stuk of zeventig", maar in het boekje lang niet allemaal genoemd). Ze leken het allemaal goed met hem te menen, maar lieten het achteraf steeds afweten. Tel daarbij de problemen om een patent in enkele offshore-landen te krijgen èn het feit dat een ex-werkgever beweert recht te hebben op de uitvinding, en je hebt de ingrediënten voor een bij vlagen komisch dagboek.

„Ik zou iedere uitvinder willen adviseren eens goed om zich heen te kijken alvorens met de vinding aan de slag te gaan. Is het produkt wel nodig, is er niet iets dat er op lijkt en hoe moet het worden gemaakt?", zegt Philips. „Als je een rage-artikel hebt, zal het makkelijker gaan dan bij een industrieel ontwerp zoals ik heb. Als er bij voorbeeld een investering van 50 miljoen gulden nodig is om het te maken, wordt het wel heel moeilijk. Je kunt van een uitvinding namelijk niet berekenen wat de winsten zullen zijn. Er is geen ervaring mee".

Positief

Uiteindelijk ontmoet Philips een fabrieksdirecteur die zijn vinding in elk geval wil uitproberen. Hij neemt ook de eerder genoemde 18.000 gulden van Ronny M. voor zijn rekening, zodat Philips van dat contract wordt bevrijd. Tijdens een inspectie (voor zijn eigenlijke werkgever) bij het bedrijf meldt hij min of meer tussen neus en lippen door bij de directeur dat hij een uitvinding heeft gedaan. Tot Philips' grote verbazing reageert de directeur positief en komt het uiteindelijk tot een contract.

Philips schat dat er van de honderd uitvinders slechts twee in slagen hun vinding in produktie te krijgen. Exacte cijfers daarover zijn bij officiële instanties niet voorhanden. „Ik heb eigenlijk nog nooit een uitvinder gesproken wie het was gelukt", zegt Philips. „Ik heb er tot nu toe vijf gesproken".

Philips heeft zijn persoonlijke gevecht in een oplage van enkele honderden exemplaren vastgelegd. Hij is van plan zijn dagboek binnenkort op grotere schaal op de markt te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.