+ Meer informatie

Winkelsluitingswet op de helling

7 minuten leestijd

Als het aan minister Wijers van Economische Zaken (D66) ligt, mogen de winkels in de toekomst 75 uur geopend zijn. Binnen deze marge zouden de winkeliers zelfde openingstijden mogen vaststellen waarbij openstelling op zondag zeker tot de mogelijkheden zal behoren. Nog veel verdergaand is de gedachte om de winkeliers maar helemaal de vrijheid te geven. De plannen van Wijers hebben geleid tot grote onrust onder een niet onaanzienlijk deel van de bevolking.

Bedenkingen

Op initiatief van de minister buigt zich een stuurgroep over de voorstellen om de winkelsluitingswet ingrijpend te veranderen. Hoewel de uitkomsten nog onzeker zijn, kunnen we vaststellen dat die niet zonder slag of stoot zowel het kabinet als de Kamers zullen passeren. Zelfs minister-president Kok was op het eerste gezicht niet bijster gelukkig met de plannen van z'n minister. Volgens Kok "hoef je niet kerkelijk te zijn om er toch naar te streven de rust in kleine kring niet bloot te stellen aan de jachtigheid van het bestaan". Ook I^'dA vicevoorzitter en Tweede Kamerlid Vreeman heeft grote bedenkingen tegen de becjogde verruiming.

Conservatief

Momenteel laat de Winkelsluitingswet toe dat winkels 55 uur per week geopend zijn. De uiterste sluitingstijd is van maandag tot en met vrijdag 18.30 uur en op zaterdag 18.00 uur. Daarnaast bestaan er vrijstellingsmogelijkheden. Daardoor is het mogelijk dat winkels maximaal 8 keer per jaar op zon- en feestdagen de deuren openen. De zogenaamde avondwinkels, die - afhankelijk van de opstellingvan de gemeenteraad - ook op zondag geopend kunnen zijn, mogen tussen 16.00 uur en 24.00 uur open zijn. Daarmee is het Nederlandse beleid het meest conservatief, ten opzichte van dat van de andere Europese landen.

Winkelsluitingswet

De Winkelsluitingswet dateert uit 1930. Doel van de wet was om winkeliers enerzijds rust te geven, zodat zij in staat zouden zijn om deel te nemen aan het maatschappelijke leven, en anderzijds de eerlijke concurrentie tussen winkeliers in stand te houden, om 'uitwassen van het marktmechanisme' te beteugelen. De wensen van de consument speelden hierbij geen grote rol. In 1993, toen de wet voor het laatst gewijzigd werd, had de wetgever meer oog voor de consument. Weinig winkeliers maken gebruik van deze verruiming met drie extra winkeluren. Over het algemeen hanteert men de openings- en sluitingstijden van vóór genoemde wijziging. Anders is het met de grote supermarktketens en warenhuizen. Van de warenhuizen hebben met name V& D en Bijenkorf van de mogelijkheid gebruik gemaakt hun filialen langer open te laten. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau blijkt dat de verruiming van 1 januari 1993 heeft geleid tot een toename me.t 2, 5 procent van de werkgelegenheid.

Werkgelegenheid

Het kabinet wil door langere openingstijden onder meer de werkgelegenheid bevorderen. Volgens een recente berekening van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM) zal een verruiming van de openingstijden met tien uur een prijsda-ling in de winkel met 0, 7 procent veroorzaken, een omzet- en winststijging voor de winkelier van 7 procent en (slechts) 3 procent meer banen. Uitgebreid onderzoek in Zweden wees uit dat de liberalisering van de openingstijden in 1972 meer banen tot gevolg had, terwijl de prijzen in de winkels daalden. Ook de Consumentenbond verwacht dat door de plannen van het kabinet de werkgelegenheid zal toenemen. Bovendien gaat de Consumentenbond er van uit dat de prijzen zullen dalen. De bond baseert haar verwachtingen op het genoemde onderzoek in Zweden. De Dienstenbond FNV bestrijdt dit overigens, erwijzend naar hetzelfde onderzoek. Het is nog maar de vraag of meer winkeluren zullen leiden tot lagere prijzen; voor werken op zondag is de toeslag in de huidige cao's 100 procent. Een ander positief gevolg van de verruiming van de winkelsluitingstijden is volgens de Consumentenbond het gemak voor tweeverdie- ners en werkende alleenstaanden.

Geen relevant onderzoek

Opvailend is dat er geen relevant onderzoek is gedaan naar de mogelijke gevolgen van langere openingstijden. Naast de genoemde berekening door het EIM is er alleen een op persoonlijke titel geschreven bijdrage van een topambtenaar, een beleidsmedewerker en een stagiaire van het ministerie van Economische Zaken. Ook is er geen serieus onderzoek gedaan naar de mening van de consument. Bekend is dat de gemiddelde consument niet negatief staat ten opzichte 'fun-shopping'. Maar of de consument nu écht behoefte heeft aan langere openingstijden, is zeer de vraag. Wie 's avonds geen eten in huis heeft, kan óf niet efficiënt boodschappen doen, óf beschikt niet over een vriezer. Daarnaast zijn er altijd nog de vele benzinestations die omgebouwd zijn tot kleine supermarkten. Gezien het feit dat winkels gemiddeld 53 uur per week geopend zijn, met een werkweek van 38 uur voor de doorsnee werknemer, kan minimaal 15 uur per week aan winkelen kan worden besteed.

Rol overheid

erecht mag de vraag gesteld worden of het werkelijk gaat om het gemak van de tweeverdieners en de werkende alleenstaande. Ik ben het dan ook eens met Mark Kranenburg, redacteur van het NRC, als hij zegt dat het winkelsluitingsdebat slechts een afgeleide is van de veel fundamentelere vraag in hoeverre de overheid nog beschermend, dan wel 'belerend' (lees 'normerend') dient op te treden. Hij signaleert dat "het debat hierover, dat iedereen over de sociale zekerheid verwachtte, zich thans afspeelt rond de Winkelsluitingswet (..) waar de neo-liberalen en de klassieke sociaaldemocraten elkaar tegenkomen".

Fun-shopping

I n feite gaat het om twee zaken: het verruimen van de 'doordeweekse' openingstijden en het opheffen van de zondagssluiting. De Dienstenbond van het FNV verv\'acht dat slechts weinigen gebruik zullen maken van het verruimen van de openingstijden omdat "in veel gezinnen om zes uur 's avonds nog gewoon de dampende piepers op tafel staan". Te verwachten is dat, wanneer er geen 'markt' is voor langere openingstijden, de winkeliers er niet aan beginnen. Anders is het met het opheffen van de zondagssluiting. De winke­ liers in de grote steden staan te trappelen van ongeduld om de deuren op zondag, met name tijdens de zomermaanden, te openen voor de 'funshoppers', waarvan een niet onaanzienlijk deel bestaat uit de (buitenlandse) toeristen. Ook onderzoeken in gemeenten waar de winkels meer dan 6 zondagen per jaar geopend zijn, geven aan dat de zondag een geliefde 'fun-shopdag' is.

Zondag

De mogelijke openstelling van winkels op zondag heeft binnen onze kring geleid tot verzet. Het LVSGS/SGP-jongeren heeft door middel van een open brief gereageerd op de plannen van Wijers. In de brief wordt aandacht geschonken aan het feit dat de zondag, door God ingesteld als rustdag en onderbreking van het arbeidsritme, opgeofferd dreigt te worden aan economische belangen, "hetgeen in strijd is met wat God ons, als burgers én als overheid voorhoudt in Zijn Woord". Ook wordt ingegaan op de grote sociale waarde van de zondag voor de samenleving en het feit dat "veel werkgevers, zelfstandigen en werknemers in gewetensnood zullen komen als zij verplicht worden op zondag te werken. Ook zal het gezinsleven nog verder worden aangetast wanneer de zondag, als haven en rustpunt in een drukke en jachtige week, een gewone werkdag wordt".

Hoe het ook zij, de openstelling van winkels op zondag zal het Evangelie niet vernietigen. Het zal evenmin de ruïnering betekenen voor de Kerk. Maar wel zal het een nieuwe stap zijn in de richting van een nog verder geseculariseerde samenleving die buigt voor geld en goed.

Martien van der Zwan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.