+ Meer informatie

RVIM: Forse toeneming smog in 1990

1 minuut leestijd

BILTHOVEN (ANP) - De kwaliteit van de lucht boven Nederland werd in 1990 vooral bepaald door het veelvuldig voorkomen van zomersmog. In de maanden juli en augustus leidde de uitworp van stikstofoxyden en koolwaterstoffen door verkeer en industrie op zomerse dagen tot een sterke verhoging van de ozonconcentratie.

Op grond van het grote aantal dagen met smog in een korte periode moet worden aangenomen dat bij een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking geregeld voorbijgaande lichamelijke effecten zijn opgetreden. Die gevolgen varieerden van oog-, neus- en keelirritatie tot afname van de longfunctie.

Dat stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in het gisteren openbaar gemaakte rapport "Luchtkwaliteit; jaaroverzicht 1990". Het geeft een samenhangend beeld van de luchtkwaliteit boven Nederland aan de hand van gegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Ér wordt een overzicht gegeven van de concentratie en depositie (neerslag) van een groot aantal luchtverontreinigende stoffen.

Volgens het RIVM neemt de zomersmog van 1990 op de lijst van jaren met verontreiniging de tweede plaats in. zowel naar frequentie als naar ozonconcentratie gemeten. Alleen in 1982 was de zomersmog erger.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.