+ Meer informatie

Zeg de kinderen Israels, dat zij voorttrekken

4 minuten leestijd

Exodus 14 : 15b

Onwillekeurig denken wij aan dit woord, wanneer wij het jaar 1965 zijn binnengetreden.

De tijd staat nooit stil en ’t is altijd maar weer vooruit.

En zoals wij het jaar ’64 uitgingen, zo moeten wij ’65 weer aanvangen. Nu is het een groot voorrecht, wanneer wij mogen trekken en gaan onder ’s Heeren geleide.

Natuurlijk doen wij hier geen woord vanaf, maar toch wil dit niet zeggen, dat de weg dan ook niet soms heel moeilijk kan zijn.

De Israëlieten gingen onder dit geleide, doch de weg voor ze was niet zo aangenaam, omdat des Heeren wegen anders waren dan de hunne. Gods weg is soms raadselachtig, en lijkt onze ondergang te bedoelen. Zijn weg is en was daar letterlijk in de zee en Zijn pad in diepe wateren, en later werd bekend, dat het zo juist goed was.

’t Is vaak in het leven zo, dat de Heere zegt:,,wat ik nu doe, weet gij niet, doch na dezen zult gij het verstaan.”

Toch ondanks alles, is des Heeren weg verre te verkiezen boven de onze, omdat laatstgenoemde ons voert naar het eeuwig verderf en eerstgenoemde naar het Kanaan der ruste.

’t ls wel de moeite waard, hier over na te denken bij de ingang van ’65. Wij moeten dan niet voort, maar wij mogen en kunnen dan voort.

Wij kunnen dan voort, wanneer er ogenschijnlijk geen weg is.

Zo was het bij Israël. Het gevaar dreigde aan alle kanten.

Zij waren voor en opzij opgesloten en Farao stormde op ze af, om ze te verdelgen en zich te wreken en zijn vijandschap en haat bot te vieren. Toen kwam echter uit, welk een voorrecht het was, dat zij gingen onder ’s Heeren geleide en op Zijn bevel.

Wanneer wij in ’s Heeren weg zijn, zorgt Hij ervoor, want dan is het Zijn zaak.

Als het zo bij ons is, kunnen wij ’65 binnentreden. Of het dan gemakkelijk is, om voort te gaan op Gods bevel?

Neen, waarde lezer, dat kan heel moeilijk zijn!

Wanneer er dan geen weg is, maakt de Heere een weg, zelfs daar waar geen weg is.

Zie, dit is de rijkdom van des Heeren geleide.

Moeilijk was het, dat kunt ge wel bemerken aan Mozes. Hij had zo rijk mogen getuigen, dat de Heere mede ging en ze daarom niet behoefden te vrezen, en wij menen, dat ook Mozes nu min of meer vreesde. Wat roept gij tot Mij? Voort!

En dan komt het wonder. In des Heeren weg een algehele bevrijding en een lied aan de overkant, wanneer zij door de zee getrokken waren.

Was dat volk van Israël het waard, dat de Heere zulke wonderen aan ze deed? Ach, neen!

Luister maar even naar de taal, die ze uitslaan tegen Mozes. Omdat de Heere niet verandert, daarom zijn deze J acobs kinderen niet verteerd.

Ze waren bevoorrecht, want zij trokken weg op Gods bevel, onder Zijn geleide en naar het doel, hetwelk de Heere Abraham had toegezegd.

Hebben zij allen dat doel bereikt? Neen, maar daarvan was de Heere de schuld niet. Hij was machtig en getrouw genoeg.

Velen zijn nedergeslagen in de woestijn en omgekomen met de Egyptenaren, omdat alles, wat des Heeren almacht wrocht, hen niet bewoog, om Hem te vrezen.

Een ernstige les voor ons! Het nieuwe jaar is begonnen en wij hebben er enkele voetstappen in gezet. Gaan wij onze eigen weg en menen wij, dat wij wel goed uitkomen? Gewis, dan is deze onze weg een dwaasheid.

De Heere zegt: „verhardt u niet, maar laat u leiden”.

De Heere geve ons, dat wij niet rusten, voordat wij dit geleide mogen hebben. Dan is de uitkomst zeker. Wij zeggen dan met Asaf: Gij zult mij leiden door Uwen raad hoe dan ook, doch dan bereiken wij het beloofde doel.

Deze nieuwjaars-meditatie van onze overleden vriend Ds. M. S. Roos uit het Haagsch Kerkblad van 8 januari 1965 heeft vandaag nog zijn waarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.