+ Meer informatie

Een moderne interpretatie van de geloofsbelijdenis

8 minuten leestijd

1. Tijdens de tweede wereldoorlog begon een nieuwe serie boeken te verschijnen, de „Bibliotheek van Boeken bij de Bijbel”, een uitgave van Bosch Keuning N.V. te Baarn. Waardevolle werken als „Alzoo wies het Woord” van prof. dr. J. H. Bavinck en ,.De Psalmen” van prof. dr. Joh. de Groot zagen in de eerste jaargang het licht. Ook Chr. Ger. theologen hebben aan de serie meegewerkt: prof. L. H. van der Meiden en prof. dr. B. J. Oosterhoff. Geen wonder dat de boeken bij de Bijbel uit Baarn bij ons een goede naam hadden.

In 1969 zijn de laatste delen verschenen. Nu valt het niet mee om meer dan 25 jaar het niveau van een serie te handhaven. Maar het was de laatste tijd een snelle afloop als der wateren! Er tekende zich een ontwikkeling af die te denken gaf. Zelfs de theologie van de revolutie kwam in „boeken bij de Bijbel” aan het woord! Wie van een auteur als Harvey Cox en een titel als „Gods revolutie en de verantwoordelijkheid van de mens” hoorde, kon weten dat hij op zijn hoede moest zijn.

Maar de BBB-serie bracht tenslotte nog een boek, dat waarschijnlijk veel gevaarlijker is. Men vraagt zich af, of dit nog een boek bij de Bijbel is. Is het niet in strijd met de Bijbel? Ik bedoel: De geloofsbelijdenis. Pogingen tot een nieuw verstaan (1969).

Vijftien auteurs, protestanten en roomskatholieken — op een enkele uitzondering na allen theologen — bespreken hierin de artikelen van de Apostolische geloofsbelijdenis. Er zijn bekende figuren bij als Ebeling, Moltmann en Rahner. Het zijn oorspronkelijk radiotoespraken geweest.

De ondertitel is wel zo belangrijk als de titel. Het gaat om pogingen tot een nieuw verstaan. Op zichzelf is daar niets op tegen. Elk boek over het Apostolicum is in zekere zin een poging tot een nieuw verstaan van de hoofdzaken van het christelijk geloof.

De grote vraag is echter, of de belijdenis van de kerk der eeuwen verstaan wordt in het licht van de Heilige Schrift of niet. Als men zich bij een verklaring van het credo niet door de Bijbel laat leiden, komt men tot allerlei willekeurige interpretaties, waarin de heersende theologische opvattingen zich weerspiegelen. Men brengt het christelijk geloof niet op een nieuwe wijze tot uitdrukking, maar men geeft er een andere inhoud aan.

2. Enkele duidelijke voorbeelden.

De lutherse theoloog Gerhard Gloege verklaart het geloofsartikel: Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. De eerste christenen zouden van het genre der vrome legende gebruik gemaakt hebben om de zin van het gebeurde duidelijk te maken. Zo zou de maagdelijke geboorte in Matth. 1 en Luc. 1 voorkomen als entourage voor de boodschap dat de Zoon gekomen is. Gloege wil de maagdelijke geboorte niet uit de belijdenis der kerk geschrapt hebben, maar hij stelt een nieuwe interpretatie voor: Gods heil verschijnt in menselijke eenvoud. God heeft zijn afschuw voor het menselijk lichaam overwonnen, toen hij zijn zoon (zonder hoofdletters!) mens liet worden.

De theoloog Jürgen Moltmann, die door zijn theologie van de hoop van zich heeft doen spreken, tracht de nederdaling ter helle te verklaren: De hel is open. Men kan er vrij doorheengaan. En dat geldt niet alleen van zijn hel, doch voor alle hellen op deze aarde. Dan een soort toepassing: „Als wij dit geloof in de ter helle gevaren Christus vergelijken met de hellen die voor ons de aarde zo ondragelijk maken, dan zullen we de moed vinden om de gekruisigde te identificeren met de gekwelde mens”. „God is van zijn hoogten afgedaald en is nu aanwezig bij de verlatcnen. In de vernederde, de gefolterde, in de mens voor wie wij het leven tot een hel maken, — daar is onze God”. Deze gedachte heeft bij Moltmann vooral politieke consequenties: „Hoe waarachtiger de hoop gelooft in de opengebroken hel, des te militanter en politieker zal ze worden in het openbreken van alle hellen, van de witte, zwarte en groene hellen”. Men zou aan Moltmann kunnen vragen, of er ook geen rode hel is. Maar heel deze opvatting gaat in tegen de bedoeling van het geloofsartikel.

Een van de brandpunten van de strijd tussen de voorstanders en de tegenstanders van de nieuwe theologie is de opstanding van Christus. Wij kunnen instemmen met de woorden van Günter Bornkamm, dat dit maar niet een geloofsartikel is onder vele andere, maar het kernpunt van het geloof. Hij verwijst naar Rom. 10 : 9 en 1 Cor. 15. Maar bij de paasverhalen van de evangelisten betreden wij volgens deze theoloog een hoogst onzeker terrein. Het lege graf zou twijfelachtig of althans onbewijsbaar zijn. Daar staat en valt het geloof echter niet mee. Men moet geen wonderlijk netwerk van miraculeuze gebeurtenissen uit vroeger tijd in stand houden en verdedigen. Men moet van het geloof van de discipelen uitgaan. „Zij kwamen tot de overtuiging dat Christus, niet de overwonnene maar de overwinnaar, niet een gestorven mislukkeling maar de levende triomfator was, dat hij bij hen was met zijn woord en met de kracht van zijn geest”. Het enige waar het om gaat is voor Bornkamm het verlossende en bevrijdende binnentreden van Gods wereld in deze onze wereld, in onze geschiedenis. Hij beroept zich tegenover de evangelisten op Paulus. Alsof er bij de apostel Paulus ook maar enige twijfel bestond aan de lichamelijke opstanding van Christus’

Volgens een van de andere auteurs is de hemelvaart er een typisch voorbeeld van, hoe de christelijke boodschap helemaal verstrengeld is met een al lang achterhaald wereldbeeld. Het zou geen zichtbare aards-ruimtelijke gebeurtenis zijn geweest, al werd het wel zo beschreven. Het zou alleen de verheffing van Jezus zijn tot een hemelse bestaanswijze.

Gerhard Ebeling zegt het zijne over het laatste geloofsartikel: Het eeuwig leven is geen vervanging of voortzetting van dit leven na de dood. Het zou goed zijn dat het zijn aanschouwelijke plaats verloor. Daarmee bedoeldt hij de ruimtelijke hemel en de verlenging van de tijd na de dood.

3. In dit geschrift over de geloofsbelijdenis blijft niet veel van de geloofsbelijdenis over.

Anton Vögtle valt zichzelf in zijn beschouwingen over de hemelvaart in de rede en Iaat iemand er bezwaren tegen inbrengen: ,Ja, dat zeggen jullie tenminste, jullie moderne exegeten, die immers met verbazingwekkende handigheid de kunst verstaat om althans de grofste moeilijkheden uit de weg te ruimen om daardoor het geloof aanvaardbaarder te maken”.

Al deze schrijvers zijn in meerdere of mindere mate beïnvloed door de vermaarde Duitse theoloog Rudolf Bultmann, die sinds 1941 met grote nadruk de vraag aan de orde heeft gesteld, hoe de mens van deze tijd de boodschap van het Woord van God kan verstaan en hoe hij zich die eigen kan maken. Het is wel belangrijk om te weten, wat de boodschap is, maar belangrijker wat die boodschap mij zegt.

Wat de moderne mens ongeloofwaardig voorkomt, wordt mythe genoemd. De „mythologie van het Nieuwe Testament” wordt niet zonder meer geëlimineerd, maar kritisch geïnterpreteerd. Maar er ontstaat daardoor een ander evangelie!

Niet allen gaan zo radicaal te werk als Bultmann zelf, die schreef: Hoe kan men belijden: „nedergedaald ter helle” en „opgevaren ten hemel”, wanneer het wereldbeeld dat aan dit belijden ten grondslag ligt, is voorbijgegaan. Afgedaan heeft het geloof in geesten en demonen en het geloof in wonderen. Afgedaan hebben de voorstellingen van de erfzonde en van een zekere Adam, afgedaan heeft de leer van een plaatsvervangende genoegdoening door de dood van Christus.

De ideeën van Bultmann hebben ingang gevonden.

Verschillende artikelen van de Apostolische geloofsbelijdenis waren voor velen allang problematisch geworden. Er was onverholen kritiek en vooral de maagdelijke geboorte heeft het dikwijls moeten ontgelden. In deze nieuwe verklaring van de geloofsbelijdenis wordt minder openlijke kritiek gemaakt en meer kritiek via interpretatie. Zoals het er staat, kan en wil men het niet meer geloven.

Dit is een verschijnsel waarop wij verdacht moeten zijn.

Vooral rooms-katholieke theologen zijn meesters in het opnieuw interpreteren van oude teksten. Zij moeten zich daar ook wel moeite voor geven, tenzij zij bereid zijn om alles voor hun rekening te nemen wat hun kerk voor en na heeft uitgesproken. En die bereidheid wordt minder.

Als men de beschouwingen over de artikelen van het Apostolicum vergelijkt, die van protestantse en rooms-katholieke zijde ten beste gegeven worden, valt te constateren, dat de protestanten niet voor de anderen onderdoen in de moderne interpretatietechniek. „Umdeutung” noemt men dat in de taal van de auteurs.

In een schrijven deelt Bosch Keuning N.V. mee, dat besloten werd de BBB-vlag te strijken en daarvoor in de plaats een nieuwe wimpel te hijsen.

Het is ook maar beter, dat boeken van dit soort niet langer door deze vlag gedekt worden.

Wat ervoor in de plaats gekomen is? De serie Oekumene, waarin het moet gaan „om de wereld en de kerk — in deze volgorde! — de tot eenheid bestemde wereld en de tot eenheid geroepen kerk”.

Of wij met de Oekumene-boeken gelukkig kunnen zijn? Beslist niet. Maar dat moet nu blijven rusten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.