+ Meer informatie

Kweker aan land

5 minuten leestijd

Onder „kweker aan land" verstaat men in Boskoop, in teg^enstelling^ tot de „grote bazen", de zogenaamde kleine kweker, waarvan er de meeste z^n; de kweker die alleen of met een enkele knecht z^n bedrijf exploiteert. Zy zi^n de harde werkers waarvan men er sonunigen ook wel zaterdags op de kweker^ vindt.

Het ideaal dat elke leerling-kweker voor ogen staat is het bezit van een eigen kwekerij. Het verwezenlijken daarvan is niet zo'n grote kunst, wel een kwestie van willen, doorzetten en vakmanschap. Wie geen kweker wordt door opvolging van vader op zoon, begint als werknemer bij een baas een bescheiden begin te maken.

Hij werkt dan b.v. één of enkele dagen per week in zijn eigen kwekerijtje en voor het overige van de week bij zijn baas, die hem ook bijna altijd helpt in de vorm van het leveren van het benodigde stek- en pootgoed. Het is mogelijk om in enkele jaren een eenmans-kwekerij op te bouwen van zo'n 300 roe, waarop men een ruim bestaan kan vinden. Bij de naoorlogse gunstige omstandigheden is het ook de kleine kweker mogelijk geweest en nog mogelijk om naast een goed bestaan ook auto te rijden, en na wat langere tijd 'n eigen huis te kopen of te bouwen op de kop van de inmiddels eigendom geworden kwekerij.

Kwekerij Zekveld

Een voorbeeld van volharding en vakmanschap is de aan het Laag Boskoop gelegen mooie kwekerij van vader en zoons Zekveld. Vader Jan Zekveld, bijna 80, weet wat boomkweken is. Hij doet het dan ook vanaf zijn twaalfde jaar en heeft nog alle liefde voor het vak. Hij staat nog elke werkdag zijn mannetje van 's morgens acht tot 's avonds na vijven. Zijn zoons Wout en Gerrit hadden aan hem een uitstekende leermeester, waarvan him kwekerij een levend bewijs is. Aanvankelijk exploiteerde Wout met succes een eigen kwekerij, maar toen vader Zekveld het iets kalmer aan wilde gaan doen, hebben de twee gebroeders samen de kwekerij van hun vader voortgezet. Ook zij hebben al ontelbare bomen gezaaid, gestekt, veredeld en geleverd aan de handel in binnen- en buitenland. Behalve dat hun vader h\in de daarvoor nodige kneepjes van het fak leerde, heeft hij hun ook de overtuiging meegegeven, dat al him planten en natmaken, al hun arbeid onder de zon, afhankelijk is van de door God te geven wasdom. Daarom betekent kweken ook voor hen meer dan alleen maar poten en rooien.

Het veredelen

Zoals elke kwekerij heeft ook kwekerij Zekveld een zogenaamd „hart" van de kwekerij. Dat is een tuinloods waarin de Jonge stek wordt gesneden of het plantgoed wordt veredeld, en een aantal kweekbakken waarin het gezaaide of gesneden plantgoed moet ontkiemen en wortelen, om daarna in onafzienbare rijen op de zogenaamde koude grond te worden uitgepoot.

Wie de kweker aldoende bezig ziet ontdekt de liefde voor zijn vak. En wie naar hem wil luisteren verneemt dat het kweken van jonge boompjes en struiken op verschillende manieren kan geschieden. De gemakkelijkste manier is het zaaien van zaden of pitten, die men uit de vruchten van oude bomen of heesters haalt.

Omdat het zaaien niet voor alle soorten. kan worden toegepast, vermeerdert men ook ia de vorm van stekken, waarbij van de moederstruik kleine takjes worden afgesneden, die dan onder glas in een speciaal grondmengsel woVden gestoken om te wortelen.

Een andere methode is het zogenaamde afleggen of moeren, waarbij van de moederstruik een aantal takken in de grond worden omgebogen en vastgezet. Uit de takken, die onder de grond zijn gelegd, groeien dan nieuwe plantjes, die wanneer ze geworteld en groot genoeg zijn om op eigen benen te staan, van de moederplant worden afgesneden en uitgepoot.

Moeilijker vermeerderingsmethoden zijn het enten en het oculeren. Bij het enten worden kleine takjes, zgn. greffels, van de gewenste soort op een snel groeiende wilde eenjarige onderstam gebracht, die men daarop laat vastgroeien. Oculeren is op hetzelfde principe gebaseerd, met dit verschil dat men daarbij geen takje of greffel op de onderstam brengt maar een oog of knop van de te kweken soort. Deze beide methoden noemt men veredelen. Waar men door de bomen het bos niet meer'ziet.

Door helfe rooien en leveren der bomen met kluit gaat veel teelaarde verloren. Het weer aanvullen daarvan door middel van het vanouds toegepaste baggeren met de beugel uit de naast de kwekerijen gelegen sloten, wordt nauwelijks meer toegepast. Men betrekt thans voornamelijk veenaarde van elders. Ook het ouderwetse bemesten met uit het water opgeviste kroos komt praktisch niet meer voor. De Boskoper is in veel opzichten met zijn tijd meegeg:roe}d. Daarom vermoeit hij zich ook niet meer met spitten, want daarvoor gebruikt hij al jaren uitstekend werkende mechanische hulpmiddelen. Zelfs het vuilrapen is voor een belangrijk deel vervangen door het spuiten met onkruidwerende stoffen. De ouderen zeggen dan ook, dat het niet meer het kweken van vroeger is, toen men ook 's zomers' werkte van donker tot donker. Voor de jongere generatie is mechanisatie echter noodzaak wil het produkt terwille van de prijsvorming verkoopbaar blijven. Dat betekent echter ook steeds meer produktie en de vraag rijst of de afzet altijd maar evenredig zal kunnen blijven. Gelukkig voor de kwekers is dat nog steeds het geval, mede omdat assortiment en kwaliteit nog steeds meer en beter worden.

Zo maakt en handhaaft de Boskoopse kweker zijn naam over heel de wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.