+ Meer informatie

Is Christus gestorven voor alle mensen?

Het hart van het Evangelie

12 minuten leestijd

Het is bijna Coede Vrijdag. De dag waarop de kerk denkt aan het sterven van jezus Christus aan het vloekhout van het kruis. De eerste christenen vierden deze dag als het Pasen van de kruisiging. Op die dag luisterden ze naar de prediking: Want ook ons Pascha is voor ons geslacht namelijk Christus" (1 Korinthe 5:7). Maar voor wie werd het grote Paaslam geslacht? Voor wie stierf Christus aan het kruis? Veel andere godsdiensten zeggen 'doen'. Maar het christendom zegt 'gedaan'. Of beter gezegd: hristus zegt op Golgotha: Het is volbracht!". Maar voor wie is het 'gedaan'? Voor wie is Christus op Coede Vrijdag gestorven?

De vraag die boven dit artikel staat, bepaalt ons bij het kloppend hart van het evangelie. Het antwoord op deze vraag bepaalt immers de prediking, de catechese, het pastoraat, de opvoeding, het jeugdwerk enzovoort. Voor wie stierf jezus? Wat is het effect van Zijn dood? Welke bedoeling had God met de kruisdood van Zijn eniggeboren Zoon?

Voor sommigen is het heel vanzelfsprekend dat jezus hoofd voor hoofd voor alle mensen is gestorven. Voor anderen is het even vanzelfsprekend dat jezus alleen voor de uitverkorenen is gestorven.

Van de ene preekstoel klinkt: „Zie hoe liefjezus u heeft. Zie hoe Hij een weg van behoud voor u heeft gebaand. Voor u werden de spijkers door Zijn handen en voeten geslagen, jij bent het, zorgeloze jongen of zorgeloos meisje, voor wie Jezus stierf. Daarom kom en leg je hand op het kruis". Van een andere kansel klinkt: „Ikzeg niet dat Christus voor u gestorven is, maar wel dat er voor u een gestorven Christus is". En wellicht weer ergens anders: „Christus' dood is alleen voor de boetvaardigen en voor degenen die de levensheiliging volbrengen”.

Voor wie...?

Mag je er eigenlijk wel over nadenken, over zo'n vraag? Moeten we hier niet terughoudend zijn? Tot de Heere jezus kwam toch ook een keer een man met de vraag: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? " (Lukas 1 3:23). Weet je wat jezus toen heeft geantwoord? Nee, Hij heeft toen niet gezegd dat er velen geroepen zijn maar weinigen uitverkoren. Hij heeft ook niet gezegd dat die man maar eens de wereld in moest kijken om te zien hoeveel mensen er nu bedroefd zijn naar God, hoevelen er nu zoeken naar een God voor hun hart en een Borg voor hun schuld en daaruit de conclusie maar eens moest trekken. Jezus antwoordde ook niet dat het een schare zal zijn die niemand tellen kan of dat het maar een kleine kudde zal worden. Watjezus hem antwoordde was: Strijdt om in te gaan door de enge poort...”

(Lukas 13:24 en volgende). Dit onderwijs hebben ook wij nodig.

Als we nadenken over de vraag „Voor wie is Christus gestorven? ", dan mogen we niet op een nieuwsgierige wijze met deze vraag om gaan. Het is geen rekensom. Wij mogen God in Zijn doen niet ter verantwoording gaan roepen. Wel willen wij luisteren naar de Schrift en naar de belijdenis. En daarbij mag de persoonlijke spits naar jouw en mijn hart niet ontbreken „Strijdt om in te gaan door de enge poort”.

Verlies je niet in de vraag „Zijn het er veel of weinig voor wie Jezus stierf? ". Dat brengt je niet dichter bij de zaligheid.

Neem met je mee wat de bekende Da Costa eens heeft gezegd tot zijn kleine gemeente over

behouden zoudt worden, zou ik tot ieder van u zeggen: houdt rekening met de mogelijkheid dat u die ene bent. En als ik wist, dat u allen op een na verloren zoudt gaan, zou ik tot ieder van u zeggen; zorg ervoor door Gods genade die ene te zijn”.

De uitgestrektheid van de verzoening

Aan het kruis van Golgotha heeft Christus door Zijn volkomen offer de verzoening aangebracht. Is die verzoening nu algemeen of particulier? De Bijbel schijnt hierin niet altijd even duidelijk te zijn. Er zijn teksten die op het eerste gezicht de gedachte van een algemene verzoening schijnen te rechtvaardigen. We denken aan teksten waarin gesproken wordt over 'allen' en 'alle mensen'. Een voorbeeld:1 Timotheüs 2:4 'welke wil, dat alle mensen zalig worden'. We kunnen ook denken aan teksten waarin het woord 'wereld' voorkomt, 1 Johannes 2:2 'en Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld'. Daarnaast zijn er in de Bijbel nog veel meer teksten die het particuliere, dat is het bijzondere in tegenstelling tot het algemene, aanwijzen. Teksten dus die het offer van Christus voortdurend in verband brengen met degenen die Christus toebehoren. Ook hier slechts een tweetal teksten als voorbeeld. Mattheüs 1:21 „En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden”.

Johannes 1 7:9 „Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt”.

Een heilige onmogelijkheid

Als we dit zo naast elkaar zien staan, moeten we er dan aan gaan geloven dat de Bijbel zichzelf tegen spreekt? Nee, dat behoort gelukkig tot de onmogelijkheden. Als we onze Bijbel lezen, dan zullen we steeds op het verband moeten letten, anders raken we de weg in een doolhof van teksten kwijt. Natuurlijk kunnen we binnen het kader van dit artikel geen brede uiteenzetting geven over het verband van de genoemde teksten. Laat dit echter duidelijk zijn: als Gods Woord spreekt over 'allen' en 'alle mensen' dan mogen we daar niet onderverstaan: alle mensen hoofd voor hoofd, maar moeten we denken aan allerlei mensen, allerlei slag, rijk en arm, jong en oud enzovoort. En als Gods Woord Christus de Zaligmaker der wereld noemt, dan zegt de bekende Thomas Boston daarover in een preek: „Christus is door God gegeven als de Zaligmaker der wereld, zoals een zeker arts gegeven wordt aan een bepaald regiment van het leger. Zieken en steivenden uit dat regiment mogen een beroep doen op die arts. Wie deel uitmaakt van de wereld van mensenkinderen, hoe gewond en verminkt ook, mag een beroep doen op de Zaligmaker der wereld.”

Als we de Schrift in haar samenhang proberen te lezen dan ontdekken we dat de particuliere verzoening een hechte bodem vindt in Gods Woord. Het centrale principe dat uit Gods Woord naar ons toe komt is dat Christus Zichzelf geofferd heeft om Zijn volk zalig te maken. Hij wist voor wie Hij leed en stierf. De zegen op Zijn dood was voor Hem geen onzekere zaak. Hij stierf voor Zijn schapen Oohannes 10:11), voor Zijn gemeente (Handelingen 20:28), voor Zijn uitverkorenen (Romeinen 8:32-35).

De rijkdom van Christus' offer

Als we nu zo ronduit zeggen dat de verzoening die Christus aanbracht door Zijn sterven aan het kruis niet algemeen maar beperkt is, doen wij dan aan de rijkdom van het offer van Christus niet tekort? Is het niet aantrekkelijk om te zeggen wat de remonstranten naar voren hebben gebracht? Ze zeggen dat Christus voor iedereen gestorven is en dat er nu 'verzoenbaarheid' is voor ieder die zalig worden wil. Er is nu - volgens de remonstranten - voor God opnieuw de mogelijkheid om met de mens te onderhandelen omtrent de zaligheid, maar 'als de mens niet wil, staat de genade stil’.

In deze gedachtengang stierf Jezus dus evengoed voor de Farao van Egypte als voor Saulus van Tarsen. Er is dan ook niets aantrekkelijks in deze leer. Het is een leer van een machteloze

Zaligmaker en een machtige zondaar. De Synode van Dordrecht in 1618/1619 wees deze gedachte gang van de remonstranten dan ook geheel af. De

verzoening die jezus aanbracht is een werkelijke verzoening. Hij bracht niet slechts de mogelijkheid tot verzoening met God aan. Nee, Hij verwierf groter goed! Hij verwierf een echte verzoening, een volkomen verzoening. En bij deze echte verzoening gaat de verwerving van het heil hand in hand met de toepassing van het heil.

De kerkvader Augustinus heeft begrepen dat we hier de diepste aderen van de Schrift raken. Hij zegt: „Christus wil bezitten wat Hij kocht, en Hij kocht het metzo'n prijs dat Hij het bezitten zou... Hij Die ons kocht met zo'n prijs, zal niemand laten verloren gaan die Hij kocht". Ik vraag je, is dat rijk of niet? De Schrift leert ons dat de verzoening die Christus aanbracht een verzoening is met kwaliteit. Er is zoveel gewicht in het werk en de dood van Christus dat het een reddende verzoening is. Gods toorn is er door gestild. De levendmakende Geest is er door verworven. De grootste van de zondaren kan zalig worden. Laat het toch duidelijk zijn dat de leer van de beperkte verzoening niet de rijkdom om Christus offer wil verdringen.

De verzoening is niet beperkt door de kracht van Jezus' bloed maar door de verkiezing Gods: En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelfve opwekke ten uitersten dage" (johannes 6:39).

De rijkdom van de prediking

Maar verliest het Evangelie zo niet zijn kracht? Raak je de ruimte van het Evangelie niet kwijt door de verzoening te beperken tot de uitverkorenen? Van een algemeen aanbod van genade kan zo toch ook geen sprake meer zijn? God zal toch nooit iets aanbieden aan de mens, als Hij ook niet van plan is om het te geven?

Wellicht voel je het ook aan, er is hier sprake van een spanningsveld. Logisch geredeneerd hoort bij een algemene verzoening een algemeen aanbod. En bij het beperken van het effect van Jezus' dood tot de uitverkorenen een beperkt aanbod.

Toch kunnen en mogen wij op grond van de Schrift en de belijdenis deze kant niet op. De Heere Jezus leert ons 'met twee woorden te spreken'. In Kapernaüm sprak jezus over de wil van Zijn Vader, Die Hem gezonden had. En wat was de wil van Zijn Vader? „Dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uiterste dage" (Johannes 6:39). In een adem er achteraan zegt Jezus echter: En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal Hem opwekken ten uitersten dage" (Johannes 6:40).

Wat zegt jezus ons hier? Dat wij beide moeten handhaven, Gods souvereiniteiten onze verantwoordelijkheid.

Daar willen wij geen kloppend systeem van maken, dat hebben ze in 'Dordt' ook niet gedaan.

„Deze dood des Zoons Gods is de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voorde zonden; van oneindige kracht en waardigheid, overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld" (Dordtse Leerregels II, 3).

En nadat in datzelfde hoofdstuk het welmenende en het ernstige van de Evangelieprediking tot al de hoorders is beleden, komt in artikel 8: „Want dit is geweest de gans vrije raad, de genadige wil en het voornemen Gods des Vaders, dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood van Zijn Zoon zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen, om die alleen met het rechtvaardigmakend

geloof te begiftigen, en door ditzelve onfeilbaar tot de zaligheid te brengen" (Dordtse Leerregels II, 8).

Algenoegzaamheid

Uitdrukkelijk spreken de Dordtse Leerregels over de algenoegzaamheid van Christus' offer. Dit is grond voor de evangelieprediking. Tot eer en heerlijkheid van Christus belijden wij, dat er zoveel waardigheid en kracht is in Zijn bloed en offerande, dat indien God het wilde heel de wereld zalig kon worden. Daarom kan het Evangelie met vrijmoedigheid aan alle creaturen gepredikt worden en mag er tot jou worden gezegd dat er genoeg kracht is in jezus' offer om de dodelijke kwaal van de zonde te genezen. We hebben geen theorie van algemene verzoening nodig om welmenend te zijn in de prediking. De algenoegzaamheid van jezus' kruisverdiensten geeft de ruimte om met Thomas Boston ook vandaag nog te zeggen dat er voor jou een gestorven Christus is. Er is een algenoegzame Zaligmaker beschikbaar voor de grootste van de zondaren, voor de schuldigste van de schuldigen.

Of God nu wil dat een zondaar of heel de wereld zalig wordt, in Christus sterven is genoeg. Nee, Thomas Boston zei niet dat Christus voor jou gestorven is. Dat hebben de apostelen ook niet gepreekt. Dan zou de prediking ons bewegen om in een leugen te geloven. Want wanneer God door de prediking van het Evangelie de mensen zonder onderscheid oproept om te geloven, roept Hij ons niet op te geloven dat Christus voor ons in het bijzonder is gestorven, maar dat een ieder die in Christus gelooft niet zal verderven maar het eeuwige leven hebben en dat er kracht genoeg is in Jezus' bloed om de gruwelijkste zondaar met God te verzoenen.

Verkoren heid of verlorenheid?

Nogmaals, het is geen rekensom. Het Goede-Vrijdag-Evangelie is niet in een formule te vatten. Het bepaalt ons bij de weergaloze rijkdom van Christus' offer. Wat een goede tijding komt er tot ons in het Evangelie van het kruis. De reddingsboei wordt uitgeworpen tot drenkelingen die zonder een gewillig en almachtig Helper de dood moeten sterven. Er is een gestorven Zaligmaker, Iemand Die volkomen zaligmaken kan allen die door Hem tot gaan. De meest onverbeterlijke onder jong en oud mag verkondigd worden, dat er geen gebrek is in Jezus Christus. Maar de verkiezing dan? Mag ik tot Hem gaan?

In het komen tot Christus en Zijn kruis gaat het niet om de kennis van onze verkorenheid maar om de kennis van onze verlorenheid. Zondaren komen niet tot Hem omdat ze ervan overtuigd zijn tot de uitverkorenen te behoren. Ook niet omdat ze verzekerd zijn van de oprechtheid van hun berouw of de echtheid van hun geloof.

Weet je wat tot Christus dringt? Het is de wetenschap buiten Hem verloren te zijn. Het is het gevoelen in je hart: ik moet Jezus vinden of anders eeuwig omkomen. Juist omdat je stuk bent vanwege je verlorenheid voor God, vlucht je als een ongeredde zondaar tot Christus om redding. En wat geeft je de moed om tot Hem te vluchten? Dat is niet de boodschap dat Christus voor mij in het bijzonder aan het kruis gestorven is, maar het is de roep van het Evangelie dat er een algenoegzame Zaligmaker is, Die zegt: „En die dorst heeft kome en die wil neme het water des levens om niet”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.