+ Meer informatie

1953—1954

4 minuten leestijd

Zo heeft dan het jaar 1954 zijn intrede gedaan en het jaar 1953 werd afgesloten met alles wat daarin heeft plaats gehad, zowel landelijk, kerkelijk, als voor ons verenigingsleven. Als wij denken aan de watersnood met haar ontzaggelijke gev olgen, dan zal het afgelopen jaar voor ons wel tot de onvergetelijke jaren behoren. Hoe kennelijk heeft de Heere gesproken in die ontzettende nacht, torn de dijken doorbraken, en het water het land overstroomde, waardoor velen hun have en goed verloren en als het allerergste zovele mensen hun graf in de golven vonden. Hoe naamloos groot toch is dat leed, want dal verlies is onherstelbaar. Al heeft de Heere vele harten geneigd, om de nood enigermate te lenigen, het verlies van betrekkingen valt niet te herstellen.

Het was des Heeren stem die sprak, en wat hebben wij daaruit geleerd? Hoe gaat alles weer zijn oude gang, maar weinig wordt gezien dat men de oorzaak dier ellende opmerkt, en dat is toch dezonde. Dat daar de ogen voor mochten opengaan, en in diep schuldbesef een wederkeren tot de God onzer vaderen mocht plaats grijpen. Dat tocli blijft de enige weg, en dat mocht de Heere ons schenken uit vrije gunst.

Ook voor ons kerkelijk leven heeft het jaar 1953 grote en blijvende betekenis. De breuk die geslagen is, heeft verstrekkende gevolgen met zich gebracht, wal vooral ook voor onze jonge mensen van betekenis is. Er was wel een vrees in ons hart, maar dat het zó zou gaan» had niemand kunnen denken. En dat Ds A. Vergunst, die ook hartelijk meeleefde in ons werk, ons land binnenkort hoopt te verlaten, ook daaraan had niemand kunnen denken. Dat de Heere hem in dat vreemde land gedachtig mocht zijn en de arbeid die daar staat te verrichten nog stelle tot een eeuwige zegen. Tóch heeft hij mij beloofd, om gedurig in ons geliefd blad Daniël door middel van brieven, het contact ook met onze jonge mensen te onderhouden, waarvoor vvii zeer dankbaar mogen zijn. liet vergoedt enigermate liet gemis, dat door zijn vertrek door al onze jonge mensen gevoeld wordt. Uit dit alles blijkt dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen.

Hoe blijkt uit dit alles dat alles staat in het teken van onbestendigheid, en dat wij maar geen grote dingen meer verwachten moeten, maar dat wij onze zielen als een buit uit deze verloren zijnde en steeds

verder verloren gaande wereld mogen wegdragen. Ook voor ons verenigingsleven heeft het afgelopen jaar betekenis gehad. Niet een van onze medewerkers werd door de dood weggenomen, en allen hebben met grote ijver hun arbeid mogen verrichten. Ook anderen hebben hun medewerking beloofd, en ik vertrouw dat zij in dit nieuw begonnen jaar hun gedane belofte zullen gaan verwezenlijken.

Ook ons aller vriend H. Hoogendoorn heeft zijn omvattende taak met grote nauwgezetheid vervuld, waardoor het contakt met de plaatselijke verenigingen zoveel mogelijk werd onderhouden. Helaas: door de kerkelijke omstandigheden verloren wij verscheidene abonnees, maar gezien de werfactie mogen wij nog dankbaar zijn dat het nog is, zo het is. En wat uw hoofdredacteur betreft, ook hij gevoelt, dat zijn krachten bij het klimmen zijner jaren afgebroken worden, en de gedachte vervult hem wel eens, of hij, de man met grijze haren nog wel de man op zijn plaats is in het midden van de jongelingschap. Niet dat hij te klagen heeft omtrent de liefde en de hoogachting, o neen, want dat is en zal voor hem altijd een blijde herinnering zijn, want met grote aangenaamheid hebben wij al die jaren in uw midden mogen verkeren, en elke bondsdag die wij mochten leiden deed de band versterken, maar aan alles komt een einde. Dat de Heere met ons mocht zijn in het nieuw begonnen jaar, en dat de arbeid, die in zwakheid verricht wordt, gesteld werd tot ere des Heeren en tot geestelijk èn kerkelijk èn maatschappelijk welzijn van onze jongelingschap. Dat de belangstelling voor de plaatselijke verenigingen mocht vermeerderen, wat zo zeer nodig is in deze ernstige tijden. Dat het Woord des Heeren biddend werd onderzocht en dat Gods Geest krachtig mocht werken om dat woord als het zaad der wedergeboorte in onze harten in te werken, opdat .dat leven waardoor wij leren dat wij in ons zelf verloren schepselen zijn, ons geschonken mag worden, maar ook het heil mochten zoeken en vinden wat in Christus Jezus is. Ook de lezers van ons blad wensen wij des Heeren zegen toe bij de intrede van het nieuwe jaar. De Heere gedenke ons te samen naar Zijn grote barmhartigheid.

Dit is de wens van uw lieilzoekende hoofdredacteur

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.