+ Meer informatie

De waarheid van schepping en val

6 minuten leestijd

4.

DE „RESULTATEN” VAN DE NATUURWETENSCHAPPEN.

Na de beperkte terreinverkenning is het van belang te letten op de dingen, die oorzaak zijn of aanleiding geven tot de nieuwe benadering van de eerste hoofdstukken uit Gods Woord. U weet het wat we onder deze nieuwe benadering verstaan: het omvormen of loslaten van de feiten, zoals die daar beschreven zijn. Dus niet: een andere verklaring van één of andere tekst uit dit gedeelte. Het if opmerkelijk, dat fteeds gezegd wordt door hen, die de waarheid van Genesis 1–3 min of meer ontkennen: wij geven een andere verklaring.

Niemand behoeft bezwaar te maken tegeneen andere verklaring van één of andere tekst. De verklaring van Calvijn is weleens anders dan b.v. van de kanttekenaren op de Statenvertaling. We kunnen én voor Calvijn én voor hen, die de kanttekeningen gemaakt hebben, veel respekt hebben. Het inzicht, dat zij in Gods Woord ontvangen hebben, is tot vandaag vruchtbaar voor het verstaan van de zin van Gods Woord. Echter niemand kan en mag zonder meer aan bepaalde verklaringen gebonden worden. Maar wél is ieder, die Gods Woord tracht te verklaren, gebonden aan het gezag van de Heilige Schrift.

Nu ligt de diepste oorzaak van het niet-aanvaarden van welk gedeelte van de Bijbel bij de mens zelf, die weigert te buigen voor het gezag van Gods Woord. Dat wil echter niet zeggen, dat er geen faktoren zijn, die de weg tot het omvormen van bepaalde gedeelten des te gemakkelijker doen bewandelen. Het is niet mogelijk in de zaak, die ons bezighoudt, al de faktoren te bepalen, laat staan te bespreken. Twee kunnen niet onbesproken blijven, n.1. de ontwikkeling van de natuurwetenschappen en de verandering in de Schriftbeschouwing. Het is trouwens wel heel duidelijk gebleken bij de behandeling van de zaak van Assen in de Gereformeerde Kerken, dat deze twee zaken een grote rol hebben gespeeld. In de verschillende Deputatenrapporten wordt gewezen op de ontwikkeling van de laatste tientallen jaren, zowel van het Bijbelonderzoek als van de natuurwetenschappen.

Wij maken niet uit welke van deze twee de belangrijkste rol heeft gespeeld. Wie onbevangen de verschillende voorstellen tot een ander verstaan van Genesis 1–3 probeert te lezen, ontkomt toch niet aan de indruk, dat met name de zgn. resultaten van de natuurwetenschappen veel invloed hebben gehad. Zeker is het: er is een andere houding tegenover deze resultaten gekomen én die andere houding heeft doorgewerkt in een loslaten van het verstaan van de eerste hoofdstukken, zoals dit tot voor kort op het Gereformeerde erf gegolden heeft. Daarom willen we eerst eens gaan letten op déze in ieder geval belangrijke zaak.

Een andere houding tegenover de resultaten van de natuurwetenschappen! Het is toch niet tegen te spreken, dat in het verleden — toch zeker tot vóór de laatste wereldoorlog — men geheel anders stond tegenover de evolutiegedachte en die van de ouderdom van de aarde. Wij bedoelen met de evolutie-gedachte de gedachte, dat alles door een proces of een aantal processen is ontwikkeld van lager naar hoger, van de eenvoudigste vorm tot wat wij thans aan soorten, enz. kennen. Vele lezers zullen wel weten, dat aan deze theorie de naam van Charles Darwin verbonden is. Het is hier niet de plaats om in te gaan op verschillende vormen, waarin het evolutie-geloof zich heeft voorgedaan na Darwin. Van belang is het misschien erop te wijzen, dat men deze evolutie bevestigd heeft gezien door het onderzoek van de aardlagen. In de verschillende aardlagen vindt men de zgn. fossielen, de overgebleven sporen van plantaardig of dierlijk leven. Bepaalde aardlagen bevatten fossielen — aldus de wetenschap, die dit onderzoekt — voor die aardlagen kenmerkend. Men noemt deze fossielen: gidsfossielen. Ze zouden dus een aanwijzing geven b.v. voor de ouderdom van die aardlaag en tevens voor het stadium van ontwikkeling. In de lagere aardlagen zijn volgens dit onderzoek de fporen van de lagere planten of dieren, in de hogere zien we telkens een opklimming.

Daaruit — onder meer — konkludeert de natuurwetenschap, dat de ouderdom van de aarde zeer hoog moet zijn en alles door evolutie ontstaan is. Men noemt wel een ouderdom van 2–3 miljard jaren. Zeer lang moet het geduurd hebben vóórdat ééncellige wezens zich ontwikkeld hebben tot zoogdieren. Pas in hogere aardlagen komen sporen voor van de zgn. primitieve mensvormen van een half tot één miljoen jaar geleden. Men zou „pas” van mensen kunnen spreken plm. 150.000 jaren geleden!

Nu kan ieder wel beseffen, dat deze evolutiegedachte principieel onverenigbaar is met het geloof in God als Schepper, dat buigt voor het gezag van Gods Woord. Dan is het zeerzeker goed om te wijzen op de innerlijke tegenstrijdigheden in verschillende evolutie-theorieën, de wankele grondslag van de gegevens van het onderzoek, de mogelijkheid van snelle veranderingen door rampen, enz. enz. Uiteindelijk moet het Woord Gods hier op de eerste plaats komen. Het gaat ten diepste niet om een goedkeurende glimlach van de evolutionist en ook niet om allerlei verweer met argumenten, die toch meestal niet veel indruk maken. Principieel is er geen brug te slaan van dit evolutie-geloof naar het geloof in God als Schepper. Waarbij dan ook wel aangetekend mag worden hoe uitzichtloos deze theorie is, waar in feit twee vraagtekens worden gezet: bij het begin en bij het einde. Eén van de evolutie-mensen heeft dan ook deze evolutie omschreven als de gang „van het onbekende naar het onbekende”.

Deze dingen stonden tot voor kort vast: dit evolutie-geloof kon onmogelijk aanvaard worden door hen, dienaar de reformatorische belijdenisgeschriften Gods Woord hoog wensten te houden.

Maar: de oude evolutie-gedachte is in een gereformeerd kleed verschenen. We hebben al eerder vermeld de overtuiging van Prof. Dr. J. Lever, dat de aarde miljoenen jaren zou bestaan en dat de mens uit het dier onder leiding van zijn Schepper is voortgekomen. In zijn boek „Kreatie en Evolutie” heeft hij uitvoerig deze beweringen geprobeerd te bewijzen. En deze professor aan de Vrije Universiteit is de enige niet van deze instelling, die iets dergelijks poneert. Zo wil b.v. Dr. J. Stellingwerff de geschiedenis van Adam plaatsen binnen de door de wetenschapsmensen aangenomen ouderdom van de aarde en van de mens. Adam wordt zó niet de eerste geschapen mens, maar de eerste mens aan wie God Zich als Schepper geopenbaard heeft. Hier kan men alleen huiveren. Waar gaan we heen? Want juist deze gedachten hebben doorgewerkt tot een andere benadering van Gods Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.