+ Meer informatie

Referaat voor ouderlingenconferentie te Amersfoort op 30 oktober 1971

Samenleven in de kerk

18 minuten leestijd

Graag wil ik voor dit onderwerp uw aandacht vragen. Het verdient naar mijn gevoelen in onze tijd bijzondere aandacht. In ons volksleven zijn het juist de vragen van het samenleven, die om een antwoord roepen. En in het leven van de volkeren zijn het eveneens de samenlevingsvragen, die zich steeds meer aan ons opdringen en noodwendig beantwoord zullen moeten worden, indien we niet te gronde willen gaan. In de kerken ligt de zaak in feite niet anders.

De kerk

De kerk is een wondere schepping van de drie-enige God. De Vader heeft Zich een eigen volk uit het menselijke geslacht verkoren en roept de Zijnen krachtig tot de gemeenschap met Christus. De Zoon ontvangt ze, verzoent hun schuld en verwerft voor hen het eeuwige leven. De Heilige Geest heiligt hen en werkt de verworven verlossing in het leven van het volk van God uit.

Deze verlossing heeft vele aspecten. Maar een zeer wezenlijk moment in het heil des Heren is onmiskenbaar dat de Heilige Geest een geheel nieuwe wijze van samenleven tot stand brengt.

Leven is samenleven

In de kerk is onze verhouding tot God van bijzondere betekenis. Door het geloof in de Here Jezus is er een gemeenschap met God, die het geheim is van het leven van de kerk. Valt deze gemeenschap weg, dan is het leven uit de kerk weggenomen en de dood volle werkelijkheid.

Maar in de kerk is er niet alleen de relatie tot God. De gelovigen zijn ook tot elkaar in een zeer bepaalde verhouding gesteld. Leven is altijd samenleven. Niet voor niets spreekt de bijbel van het volk van God en het lichaam van Christus. Een volk dat geen samenleven kent is ondenkbaar en een lichaam dat niet een organische eenheid is, bezield door één geest, is eveneens ondenkbaar.

Het moet onze aandacht hebben, dat de Here het samenleven van Zijn volk op een geheel enige wijze ordent. In Israël is dat heel duidelijk zichtbaar. Gods wetten hebben niet alleen betrekking op het persoonlijke leven, maar zeker niet minder op het sámenleven. De verwondering over de wijze waarop de Here aan dit samenleven gestalte geeft is in het O.T. opvallend. Ik herinner u slechts aan Deut. 4, waar we lezen: Welke groot volk is er, waaraan de goden zo nabij zijn als de Here, onze God, telkens als wij Hem aanroepen? En welk groot volk is er dat inzettingen en verordeningen heeft zo rechtvaardig als heel deze wet, die ik — Mozes — u heden voorleg?

Wonderlijk schoon wordt hier samengevoegd het leven in gemeenschap met de Here en met elkander.

Hetzelfde treft ons in Hand. 2. Daar wordt ons het leven van de kerk getekend in haar vervuld zijn met de Heilige Geest. En ook dan is er de gemeenschap met God door het geloof in de Here Jezus en een wonderlijke wijze van samenleven zoals nergens ter wereld wordt gevonden.

Het nieuwe samenleven

Voor het kennen van de eigen „structuren” van het samenleven in de nieuw testamentische kerk is Hand. 2 van grote betekenis. In de gemeente te Jeruzalem zijn samen vrije mensen en slaven, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren.

Het is de moeite waard na te gaan hoe het samenleven van deze mensen buiten de gemeente was. Slaven waren niet in tel en stonden buiten het werkelijke samenleven. Vrouwen hadden ook hun plaatsje, ergens achteraf. En jonge mensen hadden te zwijgen, zeker tot hun dertigste jaar. Zo waren nu eenmaal de structuren van het samenleven in die tijd.

Maar ook deze structuren behoren tot het oude leven, dat in Christus Jezus op Golgotha is gekruisigd en gedood en daarom zal ondergaan. In Christus is op de opstandingsmorgen een nieuw leven aan het licht gebracht. En dit nieuwe leven krijgt op het Pinksterfeest gestalte in de gemeente. Het oude is voorbij gegaan, het is alles nieuw geworden. Slaven profeteren._ Ieder luistert en niemand zegt: het is maar een vrouw. Ook jonge mensen profeteren en ook zij worden volledig geaccepteerd. Hier is een geheel nieuwe wijze van samenleven tot stand gekomen. De wereldlijke verhoudingen zijn volkomen doorbroken. Hoezeer een en ander de verbazing van de joodse wereld heeft opgeroepen, kunnen wij nauwelijks indenken.

Op nog een aspect van dit samenleven moet gewezen worden. Namelijk op de geheel nieuwe waardering van het persoonlijk bezit van geld en goed. In Hand. 2 : 44 lezen we: En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren hadden alles gemeenschappelijk. En in Hand. 4 : 32: En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk.

Zo zijn op het Pinksterfeest geheel nieuwe verhoudingen geschapen, waarin alle tegenstellingen in geestelijk en in stoffelijk opzicht zijn overwonnen en waarin een wonderlijke eenheid is gegeven, gegrond in de liefde en de Geest van Christus.

Liever het oude dan het nieuwe

De kerken hebben deze nieuwe wijze van samenleven onvoldoende in praktijk gebracht. Men heeft zich op dit niveau niet kunnen handhaven. Het kerkelijke samenleven zonk terug op het niveau van de wereld. De oude wereldse samenlevingsvormen bleken een taai bestaan te hebben. Ze zetten zich ook in het kerkelijke leven door.

Slaven bleven slaven en deden ook in het kerkelijk leven niet ten volle mee. De vrouw bleef „maar” een vrouw en haar stem werd meer en meer tot zwijgen gebracht. De jongeren bleven buiten de werkelijke gang van zaken in de kerk staan. En wat het alle dingen gemeen hebben betreft, daar is in de praktijk al heel weinig van terecht gekomen. De „particuliere eigendom” werd een afgod.

Een en ander is begrijpelijk. Het is gemakkelijk zich aan te passen aan wereldlijke verhoudingen. Dat is de neiging van onze verdorven natuur. De oude wijn smaakt veelal beter dan de nieuwe. De nieuwe verhoudingen, die uit Christus door de Geest gestalte krijgen, vereisen ook nieuwe mensen, die leven uit het geloof in Christus en door de Heilige Geest. Altijd is er de neiging terug te vallen in het oude leven en het nieuwe leven uit de Here te verzaken.

Daarom veroordelen we niet. We weten dat wij precies zo zijn. Ook wij verkiezen telkens weer het oude leven dat in Christus gekruisigd is boven het nieuwe leven uit Zijn opstanding.

Maar deze bescheidenheid, die ons past, moet ons niet weerhouden met nadruk vast te stellen, dat we als kerken te weinig beseft hebben, dat de inwoning van de Heilige Geest nieuwe vormen van samenleven schept. We hebben ons op deze nieuwe samenlevingsvormen te weinig of misschien helemaal niet bezonnen en te weinig getracht aan deze vormen gestalte te geven. We zijn als kerken te zeer blijven hangen in wereldlijke samenlevingsvormen, hoewel ze op Golgotha vervloekt zijn. De kerken zijn niet vrij te pleiten van wereldgelijkvormigheid.

Als de kerk eens …

Het is nauwelijks in te denken wat de kerk in de tegenwoordige wereld zou hebben betekend indien zij op het niveau van de Pinksterdag was blijven staan. Immers, wat zijn vandaag de grote samenlevingsvragen? Ze zijn terug te brengen tot wat God in Hand. 2 aan de orde heeft gesteld. Nog worstelen we met de -verhoudingen tussen vrije mensen en moderne slaven, jen tussen de verschillende rassen van het menselijke geslacht. De vraag welke positie de vrouw in de samenleving heeft in te nemen is nog steeds niet beantwoord. En evenzo is het gesteld met het vraagstuk van de plaats die jonge mensen in de samenleving behoren in te nemen. Om nu maar niet te spreken over de scherpe tegenstellingen tussen rijk en arm Indien de kerk toch eens op het niveau van Hand. 2 was blijven staan … Dan zou zij een antwoord hebben gehad in woord en daad op de vragen van deze tijd. De geschiedenis van kerk en wereld zou dan trouwens een geheel andere geweest zijn.

Een opmerkelijke ontwikkeling in het volkerenleven

Inmiddels, in het volkerenleven voltrekt zich een merkwaardige ontwikkeling. Zeker, in het westen wordt het leven van de volkeren meer en meer een leven zonder God. Men heeft — om een woord uit 1 Kon. 14:9 te gebruiken — God achter zijn rug geworpen. Maar van de zaken, die de Here in Hand. 2 aan de orde heeft gesteld kán men zich niet losmaken. Die blijken zeer krachtig te zijn en werken op een wonderlijke wijze in het leven van de volkeren door. Daarin bemerken we dat de Here regeert. Hij en niemand anders bepaalt wat aan de orde zal zijn. En wat zien we nu? Men verlaat God, maar werkt met bijbelse gedachten. Men zoekt ze op alle mogelijke manieren te verwerkelijken, zij het — en daarin openbaart zich de vijandschap tegen God — op een echt wereldse en vaak revolutionaire wijze.

Het is niet moeilijk te zien waar dit op uit zal lopen. Aan b.v. de achteruitstelling van de negers en soortgelijke daden zal beslist een einde komen. Aan het eenzijdig mannelijk karakter van de samenleving eveneens. De jongeren zullen in de toekomst een veel grotere rol gaan spelen in het wereldbestel dan tot hiertoe het geval was. En de tegenstelling tussen rijk en arm zal eenmaal ophouden. De gemeenschap van goederen zal algemeen zijn. We kunnen de ontwikkeling der dingen in deze richting reeds duidelijk waarnemen. En zij is niet te keren. Dat deze ontwikkeling zich niet geruisloos voltrekt, maar gepaard gaat met bloed en vuur en rookzuilen, konden we reeds uit Hand. 2 weten.

Wie meent dat dit op een soort heilstaat uitloopt vergist zich. Hij vergeet dat de verhoudingen in Hand. 2 geopenbaard nieuwe mensen vereisen, vervuld van de Geest van Christus. De huidige ontwikkelingen zullen uitlopen op het rijk van de antichrist. Dat rijk zal „structureel” veel overeenkomst vertonen met het koninkrijk van God en Zijn Christus. De duivel is als het er op aankomt weinig origineel. Hij heeft weinig gedachten van zichzelf. Hij aapt na wat de Here voor doet. De antichrist zal dan ook iemand zijn die zich in de plaats van Christus stelt en gestalte geeft aan samenlevingsvormen, die gelijkenis vertonen met wat in Hand. 2 door Christus is tot stand gebracht. De valse profeet, die in dienst van de antichrist zal staan, zal zich dan ook telkens weer op de bijbel beroepen, zich „christelijk” voordoen en zo de duizenden verleiden.

Het is benauwend dat het ware karakter van de tijd waarin we leven zo weinig doorzien wordt.

De kerk wordt wakker maar staat nog niet op

De ontwikkelingen in de wereld hebben in de kerken grotere aandacht gewekt voor de samenlevingsvragen. Er zijn ook andere factoren, die dit hebben beïnvloed, maar de wereldproblematiek is zeker niet de minst belangrijke factor. De kerken beginnen zich bewust te worden dat er op het vlak van het samenleven het een en ander aan de hand is en dat juist daar de grote knelpunten liggen. De noodzaak van diepgaande bezinning op de samenlevingsvragen begint tot ons door te dringen. De kerken beginnen wakker te worden. Maar tot een opstaan om deze problematiek nu ook grondig onder ogen te zien, kwam het nog niet. Het gebeurt wel meer dat er tussen wakker worden en opstaan lange tijd verloopt. Alleen maar, wie eenmaal wakker geworden is en blijft liggen, loopt gevaar opnieuw in slaap te vallen.

Hij zal u in de gehele waarheid leiden

Dat de samenlevingsvragen met zoveel kracht op ons afkomen moet ons iets te zeggen hebben. Daarin is duidelijk op te merken een leiding van de Heilige Geest. Het moet onze aandacht niet ontgaan dat de kerken in de loop der geschiedenis juist in verbánd met de eigentijdse vragen vordering hebben gemaakt in het verstaan en belijden van de Heilige Schrift. De Schriften openbaren ons het werk van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Maar het verstaan van deze openbaring is niet het werk van één dag. Door de eeuwen heen leidt de Heilige Geest de kerk in het geheel der waarheid. Telkens weer nieuwe facetten van de waarheid lichten voor de kerk op. En dit gaat zeer beslist niet buiten het wereldgebeuren om. Integendeel, het is er direct op betrokken.

In de eerste eeuwen van de geschiedenis van de kerk worstelde de wereld — waarin een typisch messiaans verlangen ontwaakte — met de vragen omtrent God en de wereldheiland. En juist in die tijd kwam de kerk tot een klaar belijden van God en Christus. De drie algemene belijdenisgeschriften ontstonden. Maar aan deze belijdenisgeschriften bleek men op den duur niet genoeg te hebben. Ze gaven geen antwoord op vragen die nog niet eerder zo aan de orde waren geweest. Want langzamerhand ontdekte de mens zijn individualiteit. Met al de vreugden, vragen en angsten daaraan verbonden. Men zocht in de Heilige Schrift te beluisteren wat God in dit opzicht ons mensen zegt. En toen werd b.v. een belijdenisgeschrift geboren als de Heidelberger Catechismus, met als inzet: Wat is üw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven niet mijn maar mijns getrouwen Zaligmaker, Jezus Christus, eigen ben. In verband met de vragen van die tijd ontdekte men de betekenis van Gods heil voor de enkele mens. We zijn nog niet toe aan een belijden inzake de betekenis van Gods heil voor het samenleven in kerk en wereld. Maar de Here stelt in de gang der geschiedenis nu de vragen aan de orde. Dwaas is het om wat de kerk tot nog toe beleed te veront-achtzamen. Nog dwazer is het om het te verwerpen. Maar het is ook niet goed te denken dat onze aloude belijdenis genoegzaam is om de vragen van deze tijd te beantwoorden. Het zijn vragen die pas nu in volle kracht aan de orde komen. De antwoorden zijn in de Heilige Schrift reeds gegeven. God heeft geantwoord voor de vraag er was. Maar we zullen het antwoord Gods eerst moeten Ieren verstaan voor het tot een gemeenschappelijk belijden komen kan. Er zal nog veel gebeden moeten worden: Och dat mijn ziel de wonderen zie en eer, die in Uw wet alom zich openbaren. Er zal ook nog veel gestudeerd moeten worden. Maar er is de belofte dat de Heilige Geest in de gehele waaïheid zal leiden.

Het samenleven in de kerk een zichtbaar getuigenis

Niet vergeten moet worden, dat de kerk geroepen is de vragen betreffende het samenleven met name in eigen gemeenschap tot klaarheid te brengen. Er is een tendens om de kerk te verwaarlozen en alle aandacht aan de wereld te geven. De kerk moet zich bemoeien met de samenlevingsvragen in de wereld, zo hoort men alom. Ik wil dit niet ontkennen. De kerk heeft inderdaad een roeping ten deze in de wereld te vervullen. Maar de wijze waarop zij dit heeft te doen vereist dat zij in eigen gemeenschap het samenleven beoefend zoals de Here dat werkt door de Heilige Geest. Daarom moet ook terwille van de wereld met name in onze tijd met grote zorgvuldigheid aan het kerkelijke leven verder gebouwd worden. Juist in de kerk moet de orde van het nieuwe leven uit Christus werkelijk beleefd worden. Indien wij door de Geest leven, laat ons ook door de Geest wandelen. Gal. 5.

Het heimwee naar een kerk die het samenleven zoals het in Hand. 2 getekend wordt ként en belééft, is hier en daar sterk. Meerderen voelen intuïtief aan dat zulk een kerk van machtige betekenis zal kunnen zijn in deze tijd. Immers, alleen dán zal de kerk haar profetische roeping kunnen vervullen, indien zij zelf voor-lééft wat God in Zijn Woord ons voor-zégt. Voortgaande secularisatie kan alleen krachtig tegengetreden worden door een werkelijk geestelijke beleving van de zaken in Hand. 2 aan de orde gesteld.

Eigen kerkelijke moeilijkheden

Onze kerken, waarin altijd grote aandacht is gevraagd voor het werk van de Heilige Geest, hebben hier grote mogelijkheden. Maar ... ze zullen het op hun eigen manier met deze roeping heel moeilijk krijgen. De persoonlijke godsvrucht zoals ons die uit de Heid. Cat. tegenademt, die persoonlijke kennis van Gods heil voor de menselijke individu, mag niet gemist worden. Maar indien dit zou verworden tot een schraal individualisme, met alleen maar belangstelling voor het persoonlijke, doen we tekort aan de volheid van het leven des Geestes. In onze kerken is een individualistische levensinstelling, meer nog dan een introverte, niet te ontkennen. Het individualisme bevordert de verwijdering van elkaar zodra er zich bepaalde verschillen van inzicht voordoen. In een tijd als de onze zijn meningsverschillen onontkoombaar. Ze zijn er in onze kerken in niet geringe mate. Naar mijn vaste overtuiging ligt de oorzaak van verwijdering, die er hier en daar tussen broeders en zusters van het zelfde huis valt op te merken niet in die meningsverschillen, maar in het feit dat we ons niet be-zonnen hebben op en niet geoefend hebben in het op christelijke en geestelijke wijze met elkaar samenleven. En dit zou nog zo erg niet zijn indien er maar het besef was hoezeer daaraan juist in onze tijd behoefte is en hoezeer we juist in dit opzicht voor God schuldig staan. Het gaat soms zo door en door werelds toe in de omgang met elkaar.

Het wordt tijd dat we ons realiseren dat we op deze wijze de doorwerking van de Heilige Geest tegenstaan. Bovendien demonstreren we daarmee geen enkel begrip te hebben voor de wezenlijke nood van onze wereld. Juist nû moest de wereld in de kerk zien het waarachtig samenleven gegrond in de liefde en de Geest van Christus. Indien we daarmee geen ernst maken staan we niet alleen de werking van de Geest tegen, we zullen Zijn werking uitblussen en versterven en als onnut terzijde geschoven worden. Een kerk die deze dingen niet beleeft, heeft in deze tijd geen toekomst. Zelfs het jagen naar persoonlijke godsvrucht zal ijdel blijken te zijn, indien het niet doorwerkt in een waarachtig christelijk samenleven.

Wat moeten we doen? We zullen als ambtsdragers de bovengenoemde vragen in onze gemeenten steeds weer aan de orde moeten stellen. We kunnen nu niet volstaan met te wijzen op de noodzaak van de liefde. De liefde is er soms wel, maar men ziet geen kans haar te beleven en gestalte te geven. Man en vrouw, oud en jong zullen samen om de bijbel moeten gaan zitten en samen moeten leren vragen: Hoe wil de Here dat we met elkaar samen zullen leven? Daarmee bezig zijnde komen we bij deze vraag terecht: Hoe functioneerde het samenleven in _de, gemeente op en vlak na de Pinksterdag? En verder: Hoe functioneert het nu? En: Op welke wijze kunnen we iets dichter komen bij de ons in Hand. 2 voorgestelde volkomenheid?

Want een werkelijk en biddend bestuderen van de Heilige Schrift zal ons tot het inzicht brengen dat er zo het één en ander in onze kerken is dat niet overeenstemt met Gods bedoelen. Als bijbelstudie wordt een zitten aan de voeten van de Here Jezus, kouden we wel eens leren: Wij zijn van ’t heilspoor afgegaan, ja wij, en onze vaderen tevens. Dit is heilzaam als er uit geboren wordt een wederkeren tot en wandelen op de wegen des Heren. Die wegen worden ons in de Schrift als een lichtend spoor aangewezen, ook al zien we ze nog niet.

We moeten bedenken dat we zeer beslist niet klaar zijn met het aanbrengen van enkele organisatorische veranderingen. Het gaat veel meer om een verandering van levensinstelling. Die wordt alleen verkregen door een diepgaande beïnvloeding van het Woord van God.

Vanuit ons zendingswerk is er de vraag hoe bruin en blank zal samenleven. In eigen kring gaat de vraag naar de positie van de vrouw en de jeugd steeds meer knellen. En onze materialistische instelling vereist een grondige bezinning op het alle dingen gemeenschappelijk hebben.

Daarom, we zijn niet gebaat met wilde experimenten. De vragen moeten steeds weer aan de orde gesteld worden en de mensen moeten steeds meer rondom de bijbel samengebracht worden om te ontvangen de onderwijzingen van de Heilige Geest uit het Woord.

Nogmaals wil ik herhalen dat de nieuwe samenlevingsvormen nieuwe mensen vereisen. Het omgekeerde is ook waar dat nieuwe mensen, die leven uit Christus door de Heilige Geest ook behoefte hebben aan nieuwe samenlevingsvormen. Wie deze zaken weg haalt uit de sfeer van de Geest van Christus heeft niet begrepen waarom het gaat.

Daarom zijn deze dingen ook niet te maken. Het is een zaak van het persoonlijk kennen van het werk van de Heilige Geest en van het groeien in de genade en kennis van onze Here en Zaligmaker, Jezus Christus.

Het gaat in de kerk des Heren zo heel anders toe dan in de wereld. En wee onzer zo we wereldse methoden in de kerk gaan gebruiken om onze doelstellingen te bereiken.

Inmiddels, de tijd dringt. Wellicht is nu de laatste fase van de wereldgeschiedenis ingetreden. Mogelijk is ook dat we na de stormen van deze tijd een wat rustiger periode ingaan met nu nog onbekende en ongedachte levensverhoudingen en levensvormen. Misschien volgt daarop nóg weer een tijd van overgang naar weer een andere fase in de wereldgeschiedenis. Wij weten het niet.

Eén ding staat echter vast. In samenhang met de voortgang van de geschiedenis zal de Here de betekenis van Zijn werk en heil steeds rijker openbaren en het licht dat in de Schriften ontstoken is steeds rijker doen zien.

Alleen maar, het zij ons vurig gebed dat we als kerk niet achter de ontwikkelingen in de geschiedenis aanlopen, doch daarin voorop mogen gaan om in leer en leven een weg te wijzen. Dé weg naar de toekomst van onze Here Jezus, die door zijn Geest, in opdracht van de Vader, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde zal scheppen en voor die nieuwe aarde een volk bereidt, dat hier reeds het nieuwe samenleven begon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.