+ Meer informatie

Wereldmarkt

4 minuten leestijd

Enkele jaren geleden circuleerden er optimistische prognoses over de prijzen van landbouwproducten op de wereldmarkt. De indruk werd gewekt dat er een eind zou komen aan een prijsdaling van tientallen jaren. De oorzaak was vooral dat de vraag naar dierlijke producten in landen als China en Indonesië zou aantrekken.

De prognoses kwamen na een sterke prijsstijging op de wereldmarkt: tussen 1990 en 1995 zijn agrarische producten ongeveer 25 procent duurder geworden. Voor sommige producten, zoals graan, was de stijging veel groter. Blijkbaar zijn prognosemakers geneigd om de tendens van de afgelopen jaren min of meer door te trekken.

Dat is eerder geconstateerd: als er door misoogsten of andere oorzaken sprake was van sterk stijgende prijzen, werden prompt "structurele tekorten" voorspeld. Meestal volgde er dan na een of twee jaar een prijsdaling doordat de productie werd uitgebreid. Dat was nu ook het geval. In 1995/96 bereikten de wereldmarktprijzen een hoogtepunt, maar sindsdien zijn ze met tientallen procenten gedaald. De optimistische prognoses van een paar jaar geleden kunnen de prullenmand in.

Crisis

Zowel bij de prijsstijging tussen 1990 en 1995 als bij de daling daarna, speelden naast weersinvloeden verschillende factoren een rol. Een ervan is de voortdurende stijging van de opbrengsten door technische ontwikkelingen. Rond 1970 werd er wereldwijd gemiddeld ruim 1500 kilo graan van een hectare geoogst, medio jaren negentig was dit circa 2500 kilo.

Tegenover de toename van de productie staat de gestage groei van de wereldbevolking. Het globale beeld van de afgelopen decennia was dat de productie de neiging had sterker te groeien dan de vraag, zeker in de rijke landen. Daardoor zijn de prijzen voortdurend gedaald.

Verder spelen de ontwikkelingen in het voormalige Oostblok en in Azië een rol. Tot voor kort liep de landbouwproductie in de 'Oostbloklanden' terug door de politieke en economische omwentelingen. Inmiddels tekent zich een herstel af. In deze landen bestaan nog grote productiemogelijkheden. De Oekraïne werd vroeger niet voor niets de graanschuur van Europa genoemd.

In het begin van de jaren negentig zorgde de sterke groei in Zuid- en Oost-Azië voor een toenemende vraag naar dierlijke producten. Toen kwam de economische crisis, met voor grote delen van de bevolking een forse vermindering van de koopkracht. De vraag naar geïmporteerde voedingsmiddelen liep sterk terug. Deze problemen vormen niet de hoofdoorzaak van de prijsdaling op de werelmarkt; die was al begonnen voordat de crisis uitbrak, maar is er wel door versterkt.

Als reactie op de lage wereldmarktprijzen rond 1990 hebben verschillende landen hun landbouwbeleid aangepast, door steunprijzen te verlagen en de productie te beperken. De hervorming van het EU-landbouwbeleid in 1992, met onder meer een verplichte braaklegging van landbouwgrond, vormt daarvan een voorbeeld.

Het effect van dergelijke veranderingen op de wereldmarkt moeten we niet onderschatten. Als de EU 10 procent van haar graanareaal braaklegt, scheelt dat zo'n 20 miljoen ton graan. Dat is bijna 10 procent van de hele wereldhandel. Voor zuivel geldt iets dergelijks: de omvang van de wereldhandel komt overeen met ruim 35 miljoen ton melk. De EU heeft enige tijd geleden besloten de melkproductie in de loop van een aantal jaren met ongeveer 3 miljoen ton uit te breiden. Als die extra hoeveelheid op de wereldmarkt terechtkomt, kan dat tot stevige prijsdalingen leiden.

Liberalisatie

In het licht van de verslechterde vooruitzichten op de wereldmarkt zou het dan ook goed zijn om, voordat de nieuwe onderhandelingsronde over een verdere liberalisatie eind dit jaar begint, de effecten daarvan nog eens opnieuw door te rekenen. De meeste studies kwamen tot de conclusie dat liberalisatie hogere wereldmarktprijzen oplevert. Tot dusver blijkt daar weinig van.

Het prijsniveau op de wereldmarkt is ook van groot belang voor de hervorming van het EU-landbouwbeleid: hoe lager de wereldmarktprijzen, des te moeilijker is exporteren naar de wereldmarkt. Daarom was het een verstandig besluit van de EU om de bestaande vormen van productiebeperking -braaklegging en quotering- in elk geval voorlopig te handhaven.

Ir. C. van Bruchem, senior-medewerker Landbouw-Economisch Instituut

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.