+ Meer informatie

Voorspel van een opmerkelijk rapport

Amsterdams cultureel adviesbureau: „Cubaanse kunstenaars zijn vrij"

6 minuten leestijd

HAVANA - Opmerkelijk. „De kunstenaars zijn hier vrij". Dit concluderen twee Amsterdamse kunsthistorici van het cultureel adviesbureau Arttra die in december tien dagen een gesubsidieerd onderzoekje uitvoerden naar de stand van zaken in de beeldende kunst in Cuba. Met behulp van het ministerie van buitenlandse zaken werd onder meer de tweejaarlijkse Biënnale van Havana bezocht.

De vooroordelen die hier te lande heersen staan volgen^ Hedwig Fijen (29) en Marianne Schutte (29) mijlenver af van de Cubaanse werkelijkheid. „Wij denken dat er in een communistisch land vanzelfsprekend sprake moet zijn van een sociaal-realisme. Dat is in Cuba duidelijk niet het geval. Cubaanse kunstenaars mogen zich vrij uitdrukken. Veel werk baseert zich op de traditionele cultuur, bij voorbeeld die waarin Afro-Cubaanse elementen duidelijk naar voren komen. Het is een cultuur van versmelting. Natuurlijk, natuurlijk, grafici en dergelijke hebben in de eerste revolutiejaren vrijwillig propaganda voor de overheid bedreven. Maar al snel daarna hebben ze dit spoor verlaten, om zich meer op de persoonlijke ontwikkeling te richten".

rijen en Schutte weerspreken ten stelligste dat het ministerie van cultuur in Havana de produkten van het kunstenaarscircuit censureert. Volgens hen behoeft het per se niet zo te zijn dat dit ministerie de rol van de kunstenaar in de socialistische samenleving aan bindende voorschriften vastlegt. Eveneens ontkennen zij het bestaan van een semi-officieel netwerk van beeldende kunstenaars, zoals dat van de vitale dissidente Tsjechoslowaakse Charta 77-beweging, de initiator van de recente 'fluwelen Praagse omwenteling'. Nadrukkelijk: „Niet-officiële kunst bestaat in Cuba niet. Door de overheid wordt geen scheiding gemaakt tussen niet en wel officieel. In principe is er artistieke vrijheid. Toevallig kwamen wij in contact met een kunstenaar die zogezegd niet-officieel werkt. Dat betekent slechts dat hij niet hoort bij degenen die echt meetellen. Dat kennen we in Nederland ook. Op het moment dat wij daar waren, kreeg hij een telegram (de man had geen telefoon...) met de mededeling: „Er is een Hollandse delegatie op bezoek". Of hij bereid was mee te werken. Van staatswege worden -zo blijktniet-officiële kunstenaars allesbehalve buitengesloten".

Niet excommuniceren

De ervaringen van de twee kunsthistorici impliceren dat Castro dan zijn leus „Binnen de Revolutie, alles, buiten de revolutie nréfr' 'heeft laten varen? Is de kunst altijd vrij geweest? In principe wel, zeggen Fijen en Schutte, die overigens alleen met de beeldende kunst hebben kennisgemaakt. „Op dat terrein is sinds de jaren zeventig sprake van vrije ontplooiing. In de jaren tachtig mondt' dat uit in de zogenaamde Cuban Renaissance, waarbij de kunstenaars zich meer richten op de persoonlijke identiteit". Wat zich op het gebied van de letteren afspeelt, is Fijen en Schutte onbekend. Ook weten ze niet dat literair werk van Pablo Armandez en Heberto Padilla tot verboden stof behoort, dat de staatskrant Granma zo te zien danig wordt gecensureerd. Nogmaals nadrukkelijk: „Kijk, dat kan natuurlijk best zo zijn, maar de beeldende-kunsttraditie is v-r-i-j. Een Cubaanse kunstenaar mag zich uiten zoals hij dat wil".

Bovendien, je mag een land niet excommuniceren op grond van een politiek systeem, vinden beide kunsthistorici. „Want dan doe je de artiesten geen recht. Juist door contacten kun je hen verrijken, stimuleren". Anderzijds, zo oordeelt Hedwig Fijen, moet je de kunsttraditie van een land in haar context plaatsen. Als die context dan de alomtegenwoordigheid van Castro en de partij blijkt te zijn? „We hebben geen enkel portret van Castro gezien. En: je moet nuances aanbrengen. Natuurlijk, als afgestudeerde aan de hogere kunstacademie krijg je meteen een baan, maar daarin kun je je vrij ontplooien".

Fijen en Schutte steken hun waardering voor de zogenaamde Afro-Cubaanse cultuur niet onder stoelen of banken. „Kunst van zeer hoog niveau", oordeelt Marianne met een kennersblik. Enkele elementen? „Mystiek, voodoo* erotiek, humor". De economische schaarste blijkt aan de kunstenaars niet voorbij te gaan. „Er is groot gebrek aan deugdelijk materiaal".

Stichting Arttra vindt dat Nederland ver achterloopt met de weigering een cultureel akkoord met Cuba aan te gaan. „In Engeland hebben de Cubanen al geëxposeerd, Finland gaat aandacht aan Cuba besteden, Spanje etcetera. Uit gesprekken bleek dat Cubaanse kunstenaars popelen om erkenning in het buitenland". Bij voorbeeld Marta Maria Pérez, met haar nogal geladen fotowerk, de kunst van José Bedia, die in zijn werk Afrikaanse vruchtbaarheidssymbolen relateert aan hedendaagse objecten.

Aan Arttra de taak een (goed) woordje in Den Haag te doen voor enkele Cubaanse artiesten. Iets wat dan te zijner tijd kan uitmonden in een of andere expositie? Aan de hand van de missie met de analoge bevindingen gaan Fijen en Schutte inderdaad binnenkort een rapport uitbrengen aan het ministerie van WVC en aan BuZa. Wat de inhoud van dit manuscript zal zijn, hoeft geen betoog.

Vast staat wel dat het afwijkt van de gangbare mening die in Haagse diplomatieke wandelgangen wordt geventileerd. Volgens Arttra moet men in de Hofstad overigens wel op de hoogte zijn van de „vrijheid in de Cubaanse beeldende kunst". Want de huidige. Roemeense ambassadeur, Stork, heeft dit vanuit zijn vorige standplaats Havana regelmatig in rapporten laten weten, zo vertelt Arttra. Hoe men in het Haagse zal reageren op het Arttra-verslag, is nog even afwachten. Geschokt? Met uitzondering wellicht van mevrouw Hedy d'Ancona (WVC), die vorig jaar in de hoedanigheid van voorzitter van de Europese commissie voor de rechten van de vrouw Cuba bezocht. Vreemd dat zij Castro niet heeft weten over te halen wat korreltjes glasnost in Cuba uit te strooien. Overigens staan de ervaringen van Fijen en Schutte in Cuba haaks op bij voorbeeld wat Kees van Kortenhof van de Stichting "Glasnost in Cuba" aldaar afgelopen zomer meemaakte. Van Kortenhofs commentaar op de algehele situatie in dat land klinkt ronduit negatief. Fijen/Schutte echter: „Je kunt Cuba niet vergelijken met bij voorbeeld Tweede-Wereldlanden als het Oostblok, zoals dat vaak gebeurt. Cuba hoort thuis in de Derde Wereld en bezit een soort "tropisch communisme", dat zijn voordelen heeft gebracht. Je ziet er geen bedelaars, geen drugsverslaafden, iedereen is enorm enthousiast. En dat er op straat regelmatig wordt gecontroleerd, zeg je? Nee hoor, daar hebben wij niets van gemerkt. O ja, opvallend is dat zwarten niet worden gediscrimineerd; schrijf dat er vooral bij. Verder zijn de sociale voorzieningen er uitstekend. Weet je wat ons zo frappeerde? Wij maakten kennis met een Nederlands meisje dat uit overtuiging Havana verkoos boven Amsterdam, omdat het wonen indeze stad veilig is en de mensen er bijzonder aardig zijn". Dit is het derde deel van een serie over Castro en Cuba in de jaren negentig. De vorige artikelen verschenen 29 en 31 januari. r.SfS,.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.