+ Meer informatie

De val van Srebrenica en de nasleep

6 minuten leestijd

Het verhaal van Srebrenica, dat in 1991 begon, is al op veel manieren verteld. Vooral in tal van onderzoeken, debriefings en rapporten. De parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, die maandag begint met een reeks verhoren, wil vóór 1 februari 2003 het politieke hoofdstuk ervan afsluiten.

Een chronologisch overzicht:

1991 - Het begint flink te rommelen in Joegoslavië. In mei en juni vinden de eerste gevechten plaats tussen Serviërs en Kroaten in de Krajina, in Banija en in Slavonië. In november rept de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van den Broek (CDA), voor het eerst van de noodzaak voor een internationale vredesmacht voor de regio.

1992 - Het Servische leger begaat gruweldaden tegen de burgerbevolking in gebieden die op Kroatië zijn veroverd en beschiet moslimdorpen in Bosnië-Herzegovina. De Veiligheidsraad besluit de vredesmacht Unprofor in te stellen. Nederland stelt in eerste instantie een verbindingseenheid van 300 man beschikbaar. Halverwege het jaar wordt melding gemaakt van door (Bosnische) Serviërs geleide concentratiekampen in Bosnië.

In de loop van het jaar breidt Nederland zijn bijdrage uit met 540 extra militairen, onder meer voor een Belgisch-Nederlands transportbataljon. Toenmalig minister van Defensie Ter Beek (PvdA) zegt bereid te zijn F16's beschikbaar te stellen voor het afdwingen van een vliegverbod boven Bosnië.

1993 - In januari keert generaal Couzy, bevelhebber der landstrijdkrachten, zich opnieuw tegen een militaire ingreep in voormalig Joegoslavië. De opvolger van Van den Broek, Kooijmans (CDA), en Ter Beek pleiten voor verlenging van de VN-vredesmissie in Bosnië. Er is voor het eerst sprake van de instelling van "veilige gebieden" voor de moslims, iets waar vooral Kooijmans zich hard voor maakt.

De Franse VN-generaal Morillon belooft de moslimbevolking van Srebrenica dat de wereld haar nooit in de steek zal laten in de strijd tegen de Bosnische Serviërs. De Veiligheidsraad van de VN roept zes moslimenclaves in Bosnië uit tot "veilige gebieden". Naast Srebrenica zijn dat Sarajevo, Tuzla, Zepa, Gorazde en Bihac.

1994 - In maart arriveert Dutchbat I in Srebrenica. De secretaris-generaal van de VN constateert dat Unprofor onvoldoende is toegerust om de veilige gebieden te beschermen. De discussie hierover begint in april door te sijpelen naar de Tweede Kamer. Dan beginnen ook de eerste problemen rond de bevoorrading van Dutchbat door toedoen van de Bosnische Serviërs. In juli wordt het eerste bataljon van Dutchbat afgelost.

1995 - Op 6 juli opent het Bosnisch-Servische leger de aanval op Srebrenica. Het verzet is zo gering dat de Servische legerleider Mladic besluit de hele enclave in te nemen, wat hem op 11 juli lukt. Later blijkt dat de Bosnische Serviërs in de dagen na de val zeker 7000 moslimmannen hebben vermoord. Het is de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het bekend worden van de massamoord en ongelukkig mediaoptreden van commandant Karremans maken een einde aan de positieve opstelling van pers en parlement tegenover Dutchbat.

Minister van Defensie Voorhoeve (VVD) wordt regelmatig in het nauw gebracht door vervelende onthullingen, zoals een verdwenen fotorolletje waarop bewijzen waren te zien van de gruweldaden van de Bosnische Serviërs. Onder druk van de Tweede Kamer besluit de bewindsman tot een grote debriefing van Dutchbat. Voorhoeve concludeert uit de debriefing dat de val van Srebrenica Nederlandse militairen niet is aan te rekenen.

1996 - Het kabinet besluit in september op verzoek van de Tweede Kamer dat het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, thans Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)) de val van Srebrenica moet onderzoeken.

1998 - In augustus steekt het verloren gegane filmrolletje opnieuw de kop op. De nieuwe minister van Defensie, De Grave (VVD), schakelt de commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Van Kemenade, in voor een diepgaand onderzoek. Een van de belangrijkste conclusies van Van Kemenade is dat er geen sprake is van een doofpotaffaire bij de landmacht.

1999 - Begin juli krijgt de Kamer alsnog vertrouwelijke inzage in het 'gedepersonifiëerde' feitenrelaas van de omstandigheden rond de val van Srebrenica. Later die maand stelt het OM in Arnhem een strafrechtelijk onderzoek in naar vier Dutchbatters die worden verdacht van racistisch en discriminerend gedrag in Srebrenica. Het hoofd van de Militiare Inlichtingendienst (MID) en diens plaatsvervanger stappen op als uitkomt dat ze rapporten over gedragingen van de vier Dutchbatters hebben achtergehouden. De Grave schrijft aan de Tweede Kamer dat de MID een ernstige beoordelingsfout heeft gemaakt.

Half november pleit een eigen onderzoek van de VN Dutchbat vrij van schuld aan de slachting onder moslims. De VN steekt de hand in eigen boezem. Wel vindt secretaris-generaal Annan dat de Dutchbat-militairen eerder melding hadden moeten maken van de wandaden waarvan zij getuige waren.

2000 - Een kamercommissie begint in april aan een onderzoek naar de besluitvorming rond vredesmissies. Het onderzoek leidt tot aanscherping van het toetsingskader, de voorwaarden waaronder het kabinet militairen uit mag zenden.

2001 - Een Franse parlementaire commissie komt in november met een rapport over de val van Srebrenica. De VN-Veiligheidsraad krijgt de meeste verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven. Volgens de commissie heeft de Nederlandse generaal Nicolai, de rechterhand van de VN-opperbevelhebber, grove inschattingsfouten gemaakt. Dutchbat krijgt kritiek omdat het geen enkel verzet bood tegen de Bosnische Serviërs.

2002 - Op 10 april komt het NIOD eindelijk met de resultaten van het historisch onderzoek. Vooral de landmacht moet het in het NIOD-rapport ontgelden. De landmachttop heeft in de nasleep van de val van de enclave tegen de wil van minister Voorhoeve welbewust geprobeerd informatie achter te houden. De top wilde het eigen blazoen schoonhouden, schrijven de wetenschappers in het 3400 pagina's tellende rapport.

De vredesoperatie was slecht voorbereid. Opvallend was dat de landmachttop geen Amerikaanse afluisterapparatuur toestond in Srebrenica. Het onderzoek is mild over Dutchbat. De Nederlandse eenheid kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de dood van 7500 moslims.

Het NIOD-rapport leidt op 16 april tot het aftreden van premier Kok, daari n soms met tegenzin gevolgd door het voltallige kabinet. Kok stelt dat het aftreden niet betekent dat Nederland de schuld op zich neemt voor de gebeurtenissen in Srebrenica.

Later die maand adviseert de commissie-Van Middelkoop aan de Kamer om een beperkte parlementaire enquête in te stellen naar de val van de enclave. De enquêtecommissie wordt begin juni geïnstalleerd met als voorzitter B. Bakker (D66).

Premier Kok brengt diezelfde maand een bezoek aan Bosnië-Herzegovina. Hij legt een krans voor de moslimslachtoffers in Srebrenica. Met het bezoek wil hij de zwarte bladzijde in de geschiedenis van zijn paarse kabinet omslaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.