+ Meer informatie

Politieke bemoeienis met de Engelse kerk

ROND GEBEDENBOEK UIT 1662

3 minuten leestijd

LONDEN — Zowel het Hogerhuis als het Lagerhuis zullen vandaag in Londen debatteren over een initiatiefwetsvoorstel van twee leden van beide huizen. In dit voorstel wordt gevraagd om verplicht te stellen dat minstens een keer per maand het gebedenboek uit 1662 in de Anglicaanse kerken gebruikt moet worden.

Om van het voorstel een wet te maken heeft men de steun van de regering nodig. De regering echter heeft weinig tijd om zich voor dit onderwerp yrij te maken. Bovendien zou het een einde maken aan de traditie, die er sinds 1919 bestaat, dat de synode van de Anglicaanse kerk komt met voorstellen ter goedkeuring van het parlement.

Het feit dat er nu een voorstel is ingediend door parlementsleden geeft de onvrede weer die veel Britten hebben over de gang van zaken in de afgelopen jaren, vooral waar het de Bijbel en het gebedenboek betreft.

Hoewel er in 1961 een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament en in 1970 die van het Oude Testament is verschenen, gebruiken nog veel kerken de uit 1611 stammende vertaling van de Bijbel, de King James Version. In de Anglicaanse kerk leeft veel tegenstand tegen de nieuwe vertaling. Deze oppositie verhevigde zich toen vorig jaar november een nieuwe vertaling van het gebedenboek verscheen.

Het wetsvoorstel is in het Lagerhuis een initiatief van een conservatieve afgevaardigde, die zich daarbij gesteund weet door een Labourafgevaardigde. De indiener van het voorstel in het Hogerhuis, Lord Sudeley, heeft als reden opgegeven dat het uit 1662 stammende gebedenboek geschreven is in „een zo mooi Engels'.

Toch ligt de ware achtergrond voor het voorstel veel dieper. Waar het in wezen om gaat is de vraag of de kerk zich alleen met de Bijbel en geestelijke zaken moet bezig houden of dat ze zich met de politiek moet bemoeien om zo de maatschappij te veranderen.

Achtergrond
Het debat vindt plaats op een moment, dat er binnen de Anglicaanse kerk een discussie aan de gang is over de benoeming van dr. Graham Leonard tot bisschop van Londen. De post van bisschop van Londen is de belangrijkste na aie van aartsbisschop van Canterbury en York.

De koningin, die officieel het hoofd van de Anglicaanse kerk is, benoemt de bisschoppen op voorstel van de premier. Zij krijgt weer advies van een kerkelijke commissie onder leiding van de aartsbisschop van Canterbury, dr. Runcie. Deze commissie geeft de namen van twee kandidaten aan de premier en zegt welke van de twee haar voorkeur geniet.

In het geval van dr. Leonard, die nu bisschop van Truro is, zou Thatcher niet degene die de voorkeur van de commissie had aan de koningin hebben voorgedragen. Dr. Leonard staat bekend als een tegenstander van vrouwelijke priesters en heeft bezwaren tegen het trouwen van gescheiden mensen in de kerk.

Op deze punten verschilt hij dus nogal met dr. Runcie. Bovendien kwam Leonard nogal in het nieuws door kritiek uit te oefenen op het gedrag van prinses Margaret, de zuster van de koningin. Er wordt gesuggereerd dat Thatcher Leonard heeft voorgedragen omdat zij zijn mening aanhangt en zijn vasthouden aan tradities bewondert.

Dr. Runcie, die zich ergerde aan de publiciteit, heeft de ongewone stap genomen te verklaren dat de benoeming van Leonard volgens de regels heeft plaatsgevonden. Het komt zelden voor dat kerkelijke aangelegenheden in het Groot-Brittannië van nu een dergelijke aandacht van het publiek krijgen. Na een periode waarin de liberalen in de Anglicaanse kerk overheersten, lijkt dat nu de traditionalisten het voor het zeggen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.