+ Meer informatie

De Ruiter: Justitie klaar voor aanpak milieucriminaliteit

„Strafrecht doet dienst als stok achter de deur"

5 minuten leestijd

DEN HAAG (ANP) - De tijd dat Justitie geen tijd had, geen verstand van of belangstelling voor de bestrijding van milieucriminaliteit, is voorbij. Het openbaar ministerie (OM) is er klaar voor, zo luidt de boodschap van scheidend procureur-generaal mr. Jacob (Job) de Ruiter.

op de dag na zijn 61e verjaardag, op 1 mei, draagt hij de leiding over de strafrechtelijke handhaving van het milieubeleid over aan de nieuw benoemde procureur-generaal in Arnhem, mevrouw mr. W. Sorgdrager. Het Plan van Aanpak van het OM is dan een jaar oud.

„Maar er is al veel gebeurd. De extra officieren van Justitie zijn allemaal binnen. Zij moeten natuuriijk nog ingewerkt worden. De gegeven aanzetten zijn niettemin voor Nederlandse verhoudingen behooriijk omvangrijk. Al gaat het laten groeien van een organisatie uit de aard der zaak geleidelijk". „We staan nu voor een wending naar de praktijk. De trein is zogezegd op de rails gezet en kan nu gaan rijden. Het gaat het OM er niet om holderdebolder meer rechtszaken te krijgen. Het opvoeren van het aantal zaken is nooit een doel op zichzelf'. „Het OM wil een bijdrage leveren aan het totaal van de handhaving van het milieubeleid. Door meer inspanningen van het bestuur en het OM. waardoor we er een betere kijk op krijgen, zal natuurlijk het aantal zaken toenemen. Dat verwacht ik stellig".

Stok achter de deur

De Ruiter ziet de rol van het strafrecht bij de handhaving van milieuwetten niet als ultimum remedium, als uiterste redmiddel, maar eerder als stok achter de deur. „Het OM als stimulator op de achtergrond, om te stimuleren dat het in orde komt". „De meeste milieuwetten kennen een vergunningenstelsel. Om uiteenlopende redenen worden veel situaties gedoogd, terwijl er geen vergunning is verleend of nog niet is verleend. Dergelijke gedoogsituaties zijn zowel het OM als het bestuur een doorn in het oog".

„Het gaat niet zozeer om belangentegenstelling tussen OM en bestuur, maar om het inhalen van achterstanden bij de handhaving. Een recent onderzoek naar handhaving van de Hinderwet in Amsterdam wees op een pure achterstand. Dat kun je bijna niet meer aanduiden als gedogen". „Gedogen op grond van niks doen -geen tijd, geen geld, geen belangstelling- dat moet in elk geval afgelopen zijn. Het OM wil erbij zijn, we willen het weten. Maar we houden onze handen vrij voor als het onS niet aanstaat".

De handhaving van milieuwetten is een aangelegenheid van gemeentelijke en provinciale ambtenaren met een beperkte opsporingsbevoegdheid, van de bijzondere opsporingsdiensten van de verschillende ministeries en van de reguliere politie.

Niet eenvoudig

De Ruiter vreest niet voor de doelmatigheid van deze aanpak. „Het milieu, ja, dat is bijna alles. Je kunt het niet in een hokje zetten. Mij bekroop in het begin ook wel de gedachte: Wat is het veel. Kan het niet wat eenvoudiger? Maar het is niet eenvoudig, al wil ik niet uitsluiten dat er hier en daar iets te verbeteren valt".

„Er is geen landelijke milieu-opsporingsdienst. Het bezwaar tegen één opsporingsdienst is dat je alle anderen een alibi verschaft: zij zijn er toch voor. En dat is nou juist niet de bedoeling". De Ruiter wijst erop dat _het OM zich alleen bezighoudt met de strafrechtelijke handhaving. Van het civiele recht, het verhalen van de schade op de vervuiler, kan volgens hem eveneens „een geweldige stimulans uitgaan. Op die manier wordt milieu een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering". „Handhaving van wetten moet gebaseerd zijn op een situatie dat wetten in het algemeen worden nageleefd. Je kunt met handhaven niet honderd procent naleving afdwingen".

De Leidse jurist Schaffmeister uitte onlangs kritiek op het OM omdat uit gemakzucht (hoge strafmaat, gemakkelijk te bewijzen) vaak valsheid in geschrifte ten laste wordt gelegd, terwijl de strafbepalingen uit de milieuwetten niet worden toegepast.

DE RUITER ... tijd is voorbij...

De Ruiter is niet onder de indruk van de kritiek. „Er is helemaal geen bezwaar tegen, dat ten laste te leggen, als dat het middel is geweest om het misdrijf te plegen. Bij milieudelicten van bedrijven die bij voorbeeld knoeien met afval, gaat het heel vaak gepaard met valsheid in geschrifte". „Bij valsheid in geschrifte gaat het juist altijd om andere belangen. Dit is dus beslist geen noodoplossing. Maar als Schaffmeister zegt dat milieuwetten uit oogpunt van strafrechtelijke handhaving ingewikkeld of onvolkomen zijn, dan is dat zo". „Dat is een grote zorg en het is ook wel onderkend. Men stuit in de praktijk herhaaldelijk op onvolkomenheden. Er gaat een officier naar het departement toe om daar dit aspect te helpen onderkennen en daarin te assisteren". De Ruiter meent dat de fundamenten voor een goede handhaving van de milieuwetgeving zijn gelegd. Maar de bestrijding van de zware, internationaal georganiseerde, milieucriminaliteit moet nog van de grond komen. „Er zijn diverse contacten met politiekorpsen in andere landen. Maar een gestructureerd overleg staat nog in de kinderschoenen".

„Logischerwijze zou het mij verbazen als er niet zoiets bestaat als een internationale milieucriminaliteit. Als je kijkt waar grote financiële belangen zijn, dan komen ook meteen de criminele belangen om de hoek kijken. Daarom moeten we er rekening mee houden dat ook het milieu een gebied is waar groots opgezette fraude voorkomt. Dat blijkt ook wel uit een aantal bekende grote zaken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.