+ Meer informatie

DE ZIELSZORG VAN JEZUS

8 minuten leestijd

Onze Here Jezus Christus noemt Zichzelf de Goede Herder. Dat betekent: Hij is de Zielszorger bij uitstek. Er zijn verschillende studies gewijd aan de wijze waarop de Here Jezus pastoraat heeft beoefend. Het is niet mijn bedoeling om alle aspecten van Jezus’ pastoraat in dit artikel te bespreken.

Voor een beknopte, maar wel tot in details gaande bespreking verwijs ik naar het - helaas uitverkochte - boekje van dr. M.H. Bolkestein: „Zielszorg in het Nieuwe Testament” (Van Keulen, Den Haag, 1964).

In dit artikel wil ik aan de hand van enkele voorbeelden nagaan wat het betekent dat Jezus mensen heeft geaccepteerd. Dat Hij dit gedaan heeft, is buiten enige twijfel. leder kon bij Hem terecht. Voor vragen had Hij een luisterend oor. Voor noden had Hij een bewogen hart. Met een woord van onze tijd kan men dit noemen: Jezus’ toewending tot mensen. En dan niet alleen mensen die in Zijn kring verkeerden, doch ook tot mensen die Hem in hun kring wilden binnen halen, zoals Simon de Farizeeër, die Hem in zijn huis aan een maaltijd nodigde. Jezus stond open voor mensen en ontsloot het contact met mensen. Hij wees hen niet af, maar trok hen tot Zich, opdat ze Zijn boodschap zouden horen èn verwerken.

Misschien dat een lezer juist tegen deze laatste zinnen als bezwaar aanvoert het voorbeeld van de Kananese vrouw. Zij krijgt een antwoord dat meer weg heeft van een afwijzing dan van een aanvaarding. Deze heidense vrouw moet toch maar horen: „Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen” (Matth. 15: 26). In die woorden ligt een kleine opening. Daar gaat de vrouw nu juist door heen. Zij aanvaardt dat ze niet tot de kinderen behoort, maar vraagt dan om de kruimels die van de tafel der kinderen voor de honden bestemd zijn. De doorgang door deze nauwe opening noemt Jezus „een groot geloof”. Zijn aanvankelijke afwijzing was geen definitief neen. Zij was een beproeving om te zien of deze vrouw geloofde in de ruimte van het Evangeliewoord.

Deze geschiedenis zegt ons al direct iets over het doel van Jezus’ gesprek met mensen. Hij ontsluit communicatie, niet om mensen aan zichzelf terug te geven, zoals men dat tegenwoordig uitlegt. Dan zou het geloof van deze mensen geloof in zichzelf zijn, maar niet in Hem, de Heiland. Neen, Hij ontsluit communicatie, opdat mensen in Hem geloven. Zijn Woord aanvaarden en erkennen.

Uit verschillende voorbeelden blijkt dat Jezus mensen aanvaardt, omdat Hij iets met hen wil. Hij heeft iets voor hen. Dat wil Hij hun schenken. Het meest frappante voorbeeld is wel het gesprek met de Samaritaanse vrouw in Johannes 4. De vrouw ontketent een hele discussie naar aanleiding van Jezus’ vraag, dat ze Hem iets te drinken zal geven. Het blijkt dat deze vraag bedoeld is om aan haar de boodschap van het levende water kwijt te kunnen. Zij heeft voor die boodschap geen oog. Ze wil dat levende water wel hebben, maar verstaat niet wat het in haar situatie betekent. Ze ziet voorbij aan haar schuld. Jezus brengt het gesprek juist daarop door naar haar man te vragen.

Geeft Jezus deze vrouw aan zichzelf terug? Men kan het zeggen, doch moet dat verstaan in het licht van wat de vrouw zelf zegt over het gesprek met Hem. Ze gaat de stad in en nodigt anderen om naar Jezus te gaan: „Komt mede en ziet een mens, die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb. Zou deze niet de Christus zijn?” (Joh. 4: 29).

Het doel van Jezus’ gesprek was Zich aan haar als de Messias bekend te maken. Daarbij hoorde: haar te laten zien alles wat zij gedaan had; ontdekking van haar schuld opdat ze tot geloof in Jezus Christus kwam. Dat is de communicatie die Jezus opent.

Ik voeg aan de les uit dit voorbeeld toe, dat Jezus de vrouw tot belijdenis van haar zondige levenswandel brengt. Zij spreekt daar zelfs openlijk over in de stad. Een zeer bijzondere vorm van communicatie. Soms zegt men: Jezus spreekt over mensen geen moreel oordeel uit. Inderdaad begint Hij daarmee niet. Doch indien nodig, laat Hij dat oordeel niet achterwege. De fijnzinnigheid van Jezus’ pastoraat is, dat Hij de mensen zelf de conclusie over hun eigen leven laat trekken. Dat gebeurt ook in Lucas 7, waarnaar ik reeds verwees. Simon is voorwerp van Jezus’ zielszorg, evenals de vrouw die zich in Simons huis tot Jezus wendt. Het opmerkelijke is, dat Jezus Simon zelf het oordeel over zijn leven èn over zijn veroordeling van de vrouw laat vellen. Daartoe gebruikt Jezus een korte gelijkenis (7: 41-42; zo deed Nathan het ook om David diens zonde onder ogen te brengen, 2 Sam. 12: 1-4).

Ook in het gesprek met de rijke jongeling werkt Jezus toe naar de onthulling van de zonde, die deze man van het Koninkrijk weghield. Zeker, Jezus begint niet met een veroordeling. Hij opent in het gesprek de weg naar de onthulling van de zonde. Hij doet dat door vragen te stellen over de kern van iemands leven: „Ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij” (Matt. 19: 21). Met deze woorden is de jongeling in het hart van zijn verzet tegen Jezus’ boodschap geraakt. Geeft Jezus deze jonge man aan zichzelf terug? Men kan het zo zeggen, als men onder dat „aan zichzelf teruggeven” maar verstaat, dat Jezus deze man aan zichzelf ontdekt.

Jezus’ pastoraat is geen poging om contact te leggen zonder een boodschap over te brengen. Jezus’ pastoraat bestaat juist hierin dat Hij mensen opvangt, naar hen luistert, op hun vragen ingaat - opdat zij Zijn boodschap horen.

Kan men zeggen dat Jezus onbevooroordeeld luistert? Het hangt er vanaf wat men onder „onbevooroordeeld” verstaat. Wie er mee bedoelt dat Jezus elk oordeel achterwege laat, vergist zich. Wie er mee bedoelt, dat Jezus niet bij voorbaat door een veroordeling uit te spreken het gesprek afwijst, heeft gelijk.

Inzichtgevend is het gesprek met de vrouw die op overspel was betrapt. Als haar beschuldigers een voor een afdruipen, zegt Jezus: „Ook Ik veroordeel u niet”. Wil dit zeggen dat Jezus haar voor onschuldig verklaart? Dat is stellig niet de bedoeling. Zijn laatste woord is: „Ga heen, zondig van nu af niet meer” (Joh. 8: 11). Hij laat haar wel degelijk weten dat zij gezondigd heeft. Alleen veroordeelt Hij haar niet tot de doodstraf. Uit haar bekering zal blijken dat ze de ruimte van vergeving, die Jezus voor haar ontsluit, in geloof is binnengegaan. Men kan niet zeggen, dat Jezus haar aanvaardt, zonder verder over iets te spreken! De bevrijding die Jezus’ pastoraat biedt, bestaat niet hierin dat een zondaar zich kan uitspreken, zonder dat er verder iets gebeurt. De bevrijding bestaat hierin, dat een mens zich mag uitspreken, en dan door Jezus bepaald wordt bij de oorzaak van zijn probleem. Wie op Jezus’ zondeonthullend en schuldvergevend woord in geloof ingaat, deelt in de bevrijding. Wie dit weigert, is wel te woord gestaan, maar zal, misschien bedroefd, doch niettemin ongezegend, nog gebonden in de zonden heengaan. Voor dit ‘nog gebonden’ herinner ik aan de volmacht die Jezus Zijn discipelen juist met het oog op het pastoraat geeft: „Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemel ontbonden wezen” (Matt. 18: 18, St. Vert. Men zie ook voor een zelfde uitdrukking Joh. 20: 23 en Matt. 16: 19).

Dr. Bolkestein typeert Jezus’pastoraat als Zijn-zijn-voor-de-mensen (blz.24). Hij voegt daaraan op blz. 36 toe: „Dit houdt niet in, dat Jezus de mensen de beslissing zou besparen en niet tot gehoorzaamheid zou oproepen”. Een frappant voorbeeld is het slot van de boodschap, die de discipelen moeten overbrengen aan Johannes de Doper, die in de gevangenis zit: „En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt” (Matt. 11:6). Is dèt pastoraat voor een dienstknecht die als martelaar lijdt? Het geheim van Jezus’ pastoraat aan Johannes ligt in de evangelieverkondiging: „Gaat heen en boodschapt wat gij hoort en ziet”. De inhoud blijkt geheel ontleend te zijn aan het Oude Testament (Jesaja 29: 18, 35: 5 en 61: 1). De profetie van Jesaja is vervuld in Jezus. Hij is de Messias.

Daarmee raken we de kern. Het gaat er in Jezus’ zielszorg om dat mensen in Hem de Messias ontmoeten, die vergeeft èn vernieuwt, die beschuldigt èn vrijspreekt. Daarom is Jezus’ pastoraat meer dan alleen luisteren en Zich toewenden tot mensen. Daarmee begint Zijn pastoraat. De zegen van Zijn pastoraat is het Evangelie in de vorm van een gesprek.

Ambtsdragers zullen de hoogte van Jezus’ pastorale omgang met mensen niet kunnen halen. Hij was volmaakt, wij zijn het niet. Het zal er voor ambtsdragers wel op aan komen dat ze Jezus’ pastoraat in de volle omvang, en niet alleen in het begin van luisteren navolgen. Breekt Jezus later het luisteren af, als Hij wel een oordeel uitspreekt of tot bekering roept? Allerminst. Hij weet dieper dan de mensen die tot Hem komen zelf, wat zij nodig hebben. Juist in Zijn woord van ontdekking en vergeving blijkt dat Hij dieper geluisterd heeft, dan mensen zich bewust zijn! Het moge ons ambtsdragers gegeven worden, trekken van Jezus’ pastoraat in onze zielszorg te vertonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.