+ Meer informatie

Ouders kunnen niet voor Mirjam zorgen

Verstandelijk gehandicapten eisen via rechter plaats in een tehuis

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - Mirjam Visser is 22 jaar en verstandelijk gehandicapt. Zij woont bij haar ouders, maar die kunnen niet meer voor haar zorgen. Haar vader (72) heeft een hartinfarct gehad en is als gevolg van een hernia en rugoperatie lichamelijk gehandicapt. Haar moeder (67) is hartpatiënt. Mirjam is in 1983 aangemeld voor een plaats in een gezinsvervangend tehuis. Sinds vorig jaar staat ze met de allerhoogste urgentie op de centrale wachtlijst.

Mirjam Visser is een van de zes verstandelijk gehandicapten die gisteren via een kort geding voor de Amsterdamse rechtbankpresident tegen het ziekenfonds Het Gooi en Omstreken een plaats in een gezinsvervangend tehuis (gvt) eisten. Tot het kort geding werd het initiatief genomen door de Sociaal Pedagogische Dienst in Hilversum, die het zestal begeleidt. Met het kort geding wilde de dienst de groeiende wachtlijsten in de zwakzinnigenzorg ter discussie stellen.


In ons land zijn 4000 zwakzinnigen die dringend een plaats nodig hebben in een tehuis. Voor nog eens 3500 zwakzinnigen kan opname eigenlijk geen dag worden uitgesteld. Daarnaast verblijven er in de diverse instellingen 2000 zwakzinnigen die meer zorg nodig hebben dan ze krijgen. Om aan de wachtlijsten iets te doen heeft staatssecretaris Simons van volksgezondheid onlangs besloten om de inrichtingen, waaronder de gezinsvervangende tehuizen vallen, met 1421 plaatsen uit te breiden. Voorwaarde is wel dat de provincies bij hun bouwplannen voorrang geven aan de door WVC voorgestelde uitbreidingen. Het Gooi komt in die plannen niet voor.


Recht


In het Gooi staan 177 zwakzinnigen op de wachtlijst, 43 van hen voor een plaats in een gezinsvervangend tehuis. De zes namens wie gisteren het kort geding werd gevoerd menen dat zij recht hebben op een plaats in een dergelijk tehuis omdat zij via de Algemene wet bijzondere ziektekosten (awbz) daarvoor verzekerd zijn. Volgens die awbz behoort een gezinsvervangend tehuis tot de verstrekkingen ingevolge de awbz, aldus de advocate van de gehandicapten, mr. P. Visser-van Daal.


Aan de plicht om de gehandicapten een plaats in een gezinsvervangend tehuis te plaatsen, kan het ziekenfonds voorals nog niet voldoen. Het Gooi is, zo stelde mr. Visser, nu verplicht om een door de gehandicapten zelf aangedragen alternatief te vergoeden.


De Protestants Christelijke Stichting Tehuizen voor Geestelijke Gehandicapten in 't Gooi, Eemland en Vechtstreek heeft vier extra plaatsen voor gehandicapten in haar tehuizen gecreëerd. De stichting is bereid om van de zes er vier op te nemen, mits het ziekenfonds de kosten daarvan vergoed. Het ziekenfonds stelt dat de stichting de kosten verbonden aan de extra plaatsen moet financieren uit het huidige budget.


Nood


Volgens voorzitter N. van der Wilden van de stichting, heeft deze de plaatsen geschapen vooruitlopend op een definitief fiat van de provincie om uit te breiden. Hoewel de stichting de toezegging al had dat zij haar gvt's met vier plaatsen mocht uitbreiden, werd die belofte vorig jaar op het laatste moment ingetrokken. De stichting heeft toen „gezien de nood" besloten om op eigen kosten -50.000 gulden- toch de gvt's uit te breiden.


Een inwoner in een gvt kost de stichting per jaar 45.000 gulden. Nu de vier extra plaatsen niet vergoed zullen worden door het ziekenfonds, zal dat ten koste gaan van de verzorging van de huidige bewoners. Ook zal het voor zwaar gehandicapten moeilijker worden om een plaatsje in een gvt te krijgen, omdat zij een groter beslag op de middelen leggen, aldus Van der Wilden. Mr. Visser meende dat budgettering van eenmaal verworven rechten, als via de awbz, „een oneigenlijk middel is. Dit middel kan nimmer een grond zijn om rechten aan verzekerden te ontnemen. Als de eis van deze verzekerden wordt afgewezen staat, ons hele systeem van sociale zekerheid op de helling".


Verkeerde rechter


De advocate van het ziekenfonds, mr. M. A. Goslings, meende dat de gehandicapten niet via een kort geding de weigering van het fonds om hen een plaats in gvt te bezorgen konden aanvechten. Ze hadden zich volgens haar tot de raad van beroep moeten wenden.


Bovendien hebben de ziekenfondsen volgens haar niet de macht om het aantal plaatsen in de inrichtingen zodanig uit te breiden dat de eis van de gehandicapten gehonoreerd kan worden. „Dat is een puur politieke zaak. Het Gooi is dan ook van mening dat eisers met dit kort geding de verkeerde weg hebben gekozen. Een bundeling van krachten om de centrale en/of provinciale overheid ertoe te bewegen dé benodigde extra gelden voor de zwakzinnigenzorg beschikbaar te stellen, ware beter en vruchtbaarder geweest".


De fungerend rechtbankpresident mevr. mr. C. L. Kuijper-Keijzer zal 8 maart uitspraak doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.