+ Meer informatie

Volharding

2 minuten leestijd

God wil, dat men volharde tot op de dag Zijner hulp, en die dat doen zijn mensen naar Gods hart. Dat sluit geen angst, geen zonde, geen benauwdheid, geen twijfel of de Heere wel woord en trouw zal houden van de zijde des volks uit, maar o dat alles vergeeft de Heere Zijn kinderen zo gaarne.

Naar hun eigen mening mogen zij telkens en telkens vallen, ja menen, reeds geheel een prooi der hel te zijn geworden toch bewaart de Heere hen er voor, zich op verkeerde zelf gekozen wegen uit de benauwdheid te redden en zó volharden zij tegenover duivel er wereld en blijven op de Heere wachten, wat hun ook ontzinke!

God weet echter wat maaksel wij zijn, en dat wij in er van ons zelf elk ogenblik geneigd zijn, als de hitte te groot en het gevaar te dreigend wordt, het wachten op de Heere, het volharden in de goede strijd des geloofs er aan te geven, en die strijd kan zeer bang worden want het ziet er wel eens naar uit, alsof de Heere Zijn Sion heeft begeven en ver laten, of Hij ons stoot op stoot steek op steek geeft, of Hij ons aan het spel der stormen en baren overlevert.

Maar juist in deze nood, in dit schijnbaar verlaten zijn van God, komt Hij tot ons met het woord Zijner lijdzaamheid, om ons te versterken en te vermanen toch tot het einde toe te vol harden in des Heeren wegen in de belijdenis der waarachtige waarheid, te blijven bij Zijn allerheiligste geboden, en onze rechte plicht te betrachten opdat duivel en wereld en alle schijnvromen beschaamd zouden staan op de dag van Christus, als Hij Zijn schaapjes zal kronen met eeuwige eer.

H. F. Kohlbrugge

(Schriftverklaringen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.