+ Meer informatie

„Niets bekend over schendingen van mensenrechten in Laos''

Repatriëren is sleutelwoord in vluchtelingenkampen in Thailand

7 minuten leestijd

VIENTIANE - Ga niet terug naar Laos. Of je wordt gemarteld of je overleeft het niet. Dit iiardnekkige gerucht doet de ronde in het viuchtelingenlcanip Ban Vinai in Thailand. Dat vertelt Rob Robinson, hoofd van de afdeling van het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) in Ban Vinai.

„Het is haast ondoenlijk om tegen deze geruchtenstroom te strijden. Maar het is beslist niet waar. Wij hebben als UNHCR geen documenten over martelingen, mishandelingen of andere slechte dingen in Laos. Wij garanderen dat de repatrianten die vrijwillig teruggaan in „veiligheid en waardigheid" kunnen terugkeren".

Repatriëren is, zo bleek tijdens mijn recente bezoek, het sleutelwoord op dit moment in de vluchtelingenkampen voor de Laotianen.

Schot in situatie

Na een jarenlange impasse komt er schot in de situatie. Begin juli verklaarde de Laotiaanse regering dat alle vluchtelingen weer mogen terugkeren naar Laos. In Laos zelf worden repatriëringsprogramma's opgezet. De Amerikaanse regering heeft twintig miljoen dollar gereserveerd voor een onderwijsprogramma in Laos. Vluchtelingen worden in de kampen voorbereid op een nieuw begin in hun vaderland.

De termijn waarop iedereen zal moeten terugkeren, is inmiddels ook bekendgemaakt. Voor 1994 moeten alle Laotianen uit Thailand weg. Dit maakte legervoorlichter Gen Nuruedol Dejpradiyuth vorige maand in de Bangkok Post bekend. Hij stelde dat het Internationale Rode Kruis en het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Geneve hulp zullen verlenen bij de repatriëring van de Laotianen.

Doorgangskamp

Op dit moment zijn er 63.821 Laotianen in drie kampen in Thailand, te weten Ban Vinai, Ban Napho en Chiang Kham. Zij vormen de laatsten van de 358.965 die na 1975 naar Thailand zijn gevlucht. In dat jaar veranderde de politieke structuur in een aantal Indochinese landen ingrijpend, waaronder Laos. Het communisme greep de macht in Zuidoost-Azië, nadat de Verenigde Staten de oorlog tegen Noord-Vietnam en de Vietcong verloren.

Bevolkingsgroepen, waaronder de bergstam Hmong, die samengewerkt hadden met de Amerikaanse CIA in de strijd tegen de Vietnamezen, werden gemarteld en uitgemoord. Een massale uittocht was het gevolg. Inmiddels zijn er vijftien jaar voorbij en men kan nu niet meer zeggen dat deze vluchtelingen zich in een ellendige situatie bevinden. Bij vluchtelingen denkt men namelijk aan berooide ontheemden, die maar juist aan honger en oorlogsgeweld ontsnapten. Dat gaat echter niet op voor de vluchtelingen in de drie bovengenoemde kampen.

Ban Vinai is net een groot dorp, met dit verschil dat er een slagboom bij de uitgang van het dorp staat en dat er in het kamp Thaise soldaten aanwezig zijn. De vluchtelingen hebben zich allang aan die situatie gewend. Zij wonen vaak langer dan tien jaar in het kamp. Zij verlangen sterk naar een oplossing voor hun probleem. Het lijkt erop dat die oplossing aanstaande is. De bedoeling is namelijk dat de vluchtelingen zullen teruggaan naar Laos, verdeeld over drie groepen.

Regeling

De regering van Laos heeft woonruimte en land vrijgemaakt voor de repatrianten. In mei 1992 zal de eerste groep repatrianten teruggaan. Het gaat daarbij om de mensen die al wel een vluchtelingenstatus hebben gekregen. De ongeveer 5000 illegale vluchtelingen in Ban Vinai vallen buiten deze regeling, zij zullen per september al moeten vertrekken. Dat zal het aantal inwoners in Ban Vinai op 22.000 brengen. Eind 1991 moet dat aantal volgens Rob Robinson tot 17.000 zijn geslonken.

Het voordeel van Ban Napho als tussenstation is volgens de UNHCR dat dit de minst traumatische oplossing is. De vluchtehngen blijven dan zo lang mogelijk bij elkaar en krijgen het idee dat men zelf over de toekomst heeft kunnen beslissen.

Tijdens mijn verblijf van een paar dagen in de kampen Ban Vinai en Ban Napho werd mij duidelijk dat de mensen zich schoorvoetend voorbereiden op vertrek naar een derde land (Amerika, Canada, Frankrijk, Australië ) of terug naar Laos.

Schoorvoetend, want de oudere generatie wil voor het overgrote deel koste wat het kost terug naar Laos. Dan wordt echter ook de generatiekloof duidelijk, want jongeren verwachten niets van een terugkeer naar Laos. Ouderen menen echter dat ze terug moeten naar Laos. Dat is hun vaderland en daar horen zij!

Informatie

Men wil het geld investeren in Laos zelf. Er zijn nu informatieprogramma's over vrijwillige repatriëring gestart. Dat is wel nodig, want, zo zeggen hulpverleners daar, dit betekent echter niet dat alle mensen die daar wonen terug zullen moeten gaan naar Laos. Een gedeelte van hen wordt eerst overgeplaatst naar het kamp Ban Napho.

Een vluchteling wilde weten of hij op de bescherming van de UNHCR in Laos zelf kan rekenen. „Ja, in de eerste tijd zal er een goede begeleiding plaatsvinden. Jullie krijgen dezelfde rechten als jullie landgenoten die niet weggeweest zijn. Wij gaan zelfs de bemanning van ons UNHCR-kantoor in Vientiane uitbreiden".

Derde land

Nu gebeurt het nogal eens dat een tweede echtgenote van een Hmong (een Hmong is niet zelden met meer dan één vrouw getrouwd) zelfmoord pleegt als haar man met de eerste vrouw naar de Verenigde Staten vertrekt en haar achterlaat in het kamp. Maar voorlopig blijven de vluchtelingen nog met een moeilijke keuze geconfronteerd.

Ze kunnen nu nog een emigratieaanvraag voor een derde land indienen. Veel jongeren willen dat ook. Zij zien het niet zitten terug te gaan naar Laos. In de Hmong-cultuur neemt het gezin de belangrijkste plaats in. Als een oude vader zegt dat zijn gezin niet naar de Verenigde Staten of Canada gaat, zal zijn zoon het niet gauw wagen daar iets tegen in te brengen. Dan weet die zoon dat hij zich moet voorbereiden op een totaal ander bestaan in Laos. Hij mist echter alle vaardigheiden die in Laos onontbeerlijk zijn. Hulpverleningsorganisaties zijn op die lacune in de kennis van vooral jongeren ingesprongen. Men biedt opleidingsprogramma's aan die gericht zijn op inkomensverwerving en voedselvoorziening. Zo verzorgt ZOA Vluchtelingenzorg Nederland bij voorbeeld een uitgebreid secretarieel-, type-, administratief- en landbouwproject in Ban Napho.

Secretaressecursus
Jan Janssen, projectleider van ZOA in Ban Napho, vertelt dat dit kamp voor het overgrote deel bestaat uit mensen die op de nominatie staan, terug te keren naar Laos. In de hoofdstad van Laos, Vientiane, bestaat een schreeuwend tekort aan administratief personeel. De typevaardigheid wordt vergroot door het volgen van de secretaressecursus. Daarbij krijgen facetten de aandacht als: het schrijven van brieven aan overheid en bedrijven, het sorteren en systematisch opbergen van documenten, het beantwoorden van de telefoon en het voeren van een eenvoudige boekhouding.

Verder krijgt iedere LowlandLao in de agrarische gebieden te maken met land- of tuinbouw, al is het misschien slechts een eigen groentetuin. Tachtig procent van de economie in Laos heeft direct betrekking op de landbouw. Door de gebrekkige infrastructuur is het belangrijk dat men streeft naar zelfvoorziening op dorpsniveau. Het dorp moet in de eigen voedselbehoeften voorzien, omdat maar een paar keer per jaar een vrachtwagen met levensmiddelen over de kapotte wegen naar elk dorp kan rijden.

De agrarische cursus, die door ZOA gegeven wordt, voorziet dan ook zeker in een grote behoefte.

Laos is een heuvelachtig land met nog veel oorspronkelijk tropisch regenwoud. Leerlingen moet duidelijk gemaakt worden hoe zij met kleine ingrepen in de natuur toch voldoende voedsel kunnen produceren. Verder is er een kleine 'boerderij' in Ban Napho: een paar kippen en varkens. Repatrianten leren hoe ze met de dieren moeten omgaan om ze zo goed mogelijk te kunnen gebruiken. „Toen wij die kippen pas hadden, stierf de een na de ander. Dat vonden wij vervelend, maar aan de andere kant vonden wij het ook goed om de vluchtelingen te laten zien dat zoiets gebeurt. Er moeten juist dingen bij ons misgaan en wij proberen die fouten juist niet te verbloemen. Alleen zo kunnen de repatrianten ervan leren", aldus Jan Jansen.

Hij vertelt ten slotte dat de repatrianten, die in Laos een boerderij gaan opzetten, zaden en een cursusboek (dat zij als naslagwerk kunnen gebruiken) meekrijgen. Daarmee gewapend kunnen ze werken aan een nieuwe toekomst in een land, waar sinds de machtsoverneming door de communisten, vijftien jaar geleden, weinig veranderd is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.