+ Meer informatie

Onze reis naar Indië

6 minuten leestijd

ii.

Maar weer een ander oord kwam ons de reis te bien: De kust die week uiteen, het eiland Perim nog, Dan: d' Indisch' Oceaan met lucht en water! Doch De warmte nam ook toe: we kregen 't tropenpakje. En stonden hier of daar, of zaten op 't gemakje. De blauwe, kalme zee bracht zoelte en genot, Het bracht verzachting aan in ons soldatenlot. Het vliegend visje sneed om beurt door lucht en water, De zee was spiegelglad. Doch wat we nu en later Zagen, daarvoor is toch geen woord, de pen die schiet [ te kort

Wijl bij de schepping Gods de mens maar nietig wordt! De negentiende Maart toen mochten we passeren Het grote vlaggeschip de „Willem Ruys", te eren Omdat het was gebouwd door nijv're Zeeuwse hand. Zij was met passagiers op weg naar 't Vaderland. Beantwoord werd haar groet met vreugd' en [vlaggeseinen:

De stoomfluit gilde hard, ('t geluid van Hollands [treinen.)

Des 's Zondagsmorgens vroeg aanschouwden we Ceylon. Colombo's haven lag te blikk'ren in de zon. En toen we daar dan ook nog even binnen liepen Zo konden we ons gauw in 't vele schoon verdiepen. De mooie grote stad, verscholen achter 't groen Was eenmaal Hollands roem! De glorietijd van toen Zien we nog hier terug: 't model der mooie toren Is die van Hollands kust. Wat groot was 't land te [voren!

Moskeeën, prachtig wit, ze staken naar omhoog, Gewemel om ons heen en 't mooie land in 't oog! De avond was er reeds toen wij weer verder gingen. Op vierentwintig Maart kon aller oog doordringen Tot d' Indonese kust. Dezelfde avondstond Was 't schip al in Sabang, bij Neerlands tropengrond.

We mochten d' and're dag de vaste wal betreden: Het oude stadje had, door handelsvolk bewoond Pisang; en kokosnoot werd rijkelijk vertoond, Terwijl het kleine grut op straat met pinda's waren. We zagen ze voor 't eerst na vele oorlogsjaren! IJslimonade was een frisse koele dronk. En 't was de blauwe baai die schoon ons tegenblonk! Juist was de „Volendam" nu zes en twintig jaren In dienst der Maatschappij om zeeën te bevaren. Maar we vertrokken weer. Het ging naar Belawar; , De schoonheid was hier groot, w' ontroerden er haast van. In deze havenplaats ging men al aan 't ontschepen: Vijf vrienden gingen heen, het heeft ons aangegrepen! Met landingsboten ging het aanstonds naar de wal. Maar nieuwe troepen kwamen 's Zaterdags weer al: Het was KNIL personeel met vrouwen en met kind'ren En 't deed de drukt' aan boord zeer zeker niet [vermind'ren!

Gebloemde sarongs brachten leven, geur en fleur, 't Krioelde op het dek in allerhande kleur. Zo voeren we weer voort: Malakka's mooie kusten Daarop liet menig 't oog met welgevallen rusten. We zagen in de vert' de vesting Singapore. In d' Riouw Archipel daar zwenkte steeds het roer.

We legden aan in Tandjong Oebang's haven, Hier konden we nog eens de dorst naar schoonheid laven: Onder de palmen zag men witte huizen staan En prachtige gazons, met 't schone ryk belaan. En witte oliehouders tegen groene bossen. Hier moest de „Volendam" maar weer soldaten lossen Terwijl door anderen hun plaats weer werd bezet, 't Herhaalde zich nog eens op hoger wil en wet. Ook mochten w'in de nacht de evenaar passeren: We konden „hem" niet zien, dus 't kon ons ook niet [deren!

, Die morgen zagen we 't bedoelde Banka nog. Zo naderde het eind. De reis was ver, en toch Wat 't mooie weer betreft, was alles meegevallen. We kwamen aan het doel: dat waren Priok's wallen. Poch voor dat we daar zijn, vertellen we nog wat Hoe 't met 't verblijf aan boord nu eigenlijk toch zat.

Drie dominee's aan boord voor onze zielsbelangen: De eerste was een man, (om daarmee aan te vangen), Die over plichten sprak; doch leerde zaligheid Door Jezus Christus, die 't verwierf, en heeft bereid! Maar dat de mens voor God, verdoem'lijk door de zonden De helle heeft verdiend, werd daarin niet gevonden. Zo was bij Malta's kust het woord aan nummer twee, Vertelde Paulus' reis: de schipbreuk op de zee. „Van Malta", zeide hij, „begint toch de victorie!" En dan nog nummer drie, die won het in zijn glorie: Hij kocht op 's Heeren dag bananen! Maar nog meer. Hij draaide als een haan met alle wind van leer: Hij hielp d' Aalmoezenier om Roomsen 't onderwijzen! Probeerde dan met macht en feiten te bewijzen Dat Rooms en Protestant zelfs nog geen v\jf procent Verschillen in de leer! Een waardige docent! Die 't zuiv're Woord van God maar roekeloos vertrappen Zijn vijanden der leer, volleerd in dwaze grappen! Wij lazen meest een preek, gezaam'lijk bij elkaar Op 't stille achterdek. Twee keer in 't openbaar. Veel vrienden leerden we op deze zeereis kennen. Het afscheid viel niet mee, we moesten daaraan wennen. Bij Medan gingen er al enk'len van de boot Terwijl de Javazee het afscheid nemen sloot. Zo zaten we verspreid in d' uitgestrekte landen. Doch hoe ver van elkaar, toch liggen er de banden Op reis naar Indië in zijn begin gelegd, Door brieven steeds verstrekt, waaraan 'n soldaat [zich hecht!

En wat de dienst betreft: daarvan was eten, slapen, Wel het voornaamste stuk, voor ons, gezonde knapen! Zo nu en dan appèl, iets over theecultuur, Of wapentheorie, 't was nooit van lange duur. En ook nog eens sjouwen, met d' Europese kleren Of slepen, jongens, maar, aan koffers van de „heren." Dat was het enigste, de rest was vrije tijd, En menig avonduur was aan elkaar gewijd Om met de vrienden nog gezellig door te brengen. Dat kortte wat de tijd, in plaats van die te lengen! Zó, kwam, op één April dan, Java's kust in zicht, We naderden het doel der grote reis al dicht. Elkeen was in de weer, van hoog' en lage rangen! En ook nog brieven mochten we op 't schip ontvangen! Zo kwamen we op 't laatst in Tandjong Priok aan En met de zeereis was het toen gedaan.

En van zijn lage kust staard' Neerland naar zijn zonen Die voor het Vaderland hun moed en krachten tonen. Gods hoede moge zijn op 't jeugdige geslacht, Dat nu nog in de Oost is opdat 't Zijn Wet betracht. Hij geve ze gena, de leer in 't Woord beschreven Ook daar te belijden, en tevens te beleven.

En wij, die in die tijd al weer zijn thuisgekomen Gespaard door 's Heeren gunst, wij hebben 't goed [vernomen

Dat waar men zich bevindt, waar zich bijeenvergaart Slechts die zijn wel bewaard, die door God zijn bewaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.