+ Meer informatie

DE INWONING VAN CHRISTUS

7 minuten leestijd

Opdat Christus door het geloof in uw harten wone. Efeze 3 : 17a.

Paulus zit in de gevangenis, Ef. 3: 1. Voor het vlees was dit geen aangename zaak. Hij was letterlijk rondom toegemuurd. Doch de uitweg naar boven bleef open. Hij buigt de knieën tot de Vader van onze Heere Jezus Christus, vs. 14. Gelukkig als men benauwd wordt van alle zijden, dat dan de weg naar Boven nog open is en blijft. Kent u ook het adres, waar Paulus met zijn nood naar toeging, en gaat u er ook heen? Als dit recht gelovig geschiedt, dan is het onder alle omstandigheden uit te houden.

Paulus bad in de gevangenis voor de Efeziërs: „opdat Christus door het geloof in uw harten wone”.

Wat was er toch met die Efeziërs aan de hand? Het waren door genade wedergeboren mensen. Zij hadden van de Heere een nieuw hart gekregen. En Christus was een Inwoner van hun harten geworden. Zij hadden een tijd in hun leven gekend, dat Hij er de eerste en de enige plaats innam. Toen was er geen kwaad in de stad. Maar op het moment dat Paulus zijn brief aan de Efeziërs schreef, was het anders. Paulus zat in de gevangenis. Dat vervulde hen met zorg. Wat moest er nu van de kerk terechtkomen? Wat zou er nu van hen terechtkomen? Zij hadden geen doorzicht meer. Zij beoefenden het geloof niet in hun Koning, die hun van Israëls God, in het strijdperk van dit leven, gegeven was. En daarom waren zij moedeloos. Zij hadden geen moed meer om verder te gaan. Paulus wist dit. Hij schrijft dan ook: Daarom bid ik u, dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen, vs. 13. M. a.w. laat mijn verdrukking geen oorzaak zijn dat gij in uw loop vermindert, dat ge de handen slap laat hangen, dat ge als bij de pakken neer gaat zitten. Daarom buig ik mijn knieën tot de Vader van onze Heere Jezus Christus..... opdat Hij door het geloof in uw harten wone. Het was nodig dat zij het geloof weer gingen beoefenen in de Heere Jezus Christus. Die was hun Heere. Die had hen gekocht met de dure prijs van Zijn dierbaar bloed. Die had hen voor Zijn rekening genomen met lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid. En Die, wil Paulus zeggen, is nu in uw leven op de achtergrond gekomen. Daar is uw oog niet op gevestigd, en daarom zit ge zo in het donker en beziet ge alles van de zwarte kant. Hij moet daarom weer de eerste en de enige plaats in uw leven krijgen. Gij moet van de omstandigheden af leren zien en alleen gaan opzien tot de grote Herder en Opziener van uw zielen. Want dat is tenslotte geloven: afzien van alles wat rondom is en opzien tot de Heere Jezus Christus. Hij is Degene, Wie gegeven is alle macht in hemel en op aarde. Ik kan u niet helpen, ik zit in de gevangenis. Maar de Heere Jezus Christus kan u wel helpen. Hij is gezeten aan de rechterhand des Vaders. Hij zal u niet begeven en Hij zal u niet verlaten. Vertrouwt op Hem en Zijn hulp zal blijken. Ook al moet ge hier op aarde dan door veel verdrukkingen heengaan, Hij zal alle dingen doen medewerken ten goede, en u alles ten beste doen keren. Hij zal u, gelouterd door het lijden, tenslotte toch volkomen verlossen en u opnemen in Zijn heerlijkheid.

Wanneer Christus door het geloof in uw harten woont, dan oefent ge gemeenschap met Hem. Dan ziet ge Hem als de Schoonste onder de mensenkinderen, op Wiens lippen genade is uitgestort. Dan is Hij uw Borg, dan is Hij uw Zaligmaker. Dan is er voor niets en voor niemand plaats inuwhart, dan alleen voor Hem. Dan zult ge in vrede leven met God, door Hem. Dan zult ge ook vrede hebben met uw lot, door Hem. Dan zult ge ook in staat zijn, om in heiligmaking voor Zijn aangezicht te wandelen.

Opdat Christus door het geloof in uw harten wone. Hoe is het met u en met mij, geliefde lezer? Een vraag die we niet moeten zien te ontlopen. Want Hij woont niet in het hart van een onwedergeboren mens. In zulk een hart is plaats voor alles en nog wat, behalve voor de Heere Jezus Christus. Lees er Rom. 3 maar op na en toets er eerlijk uw eigen hart aan, en dan zult ge moeten zeggen: Zo ben ik. Dat het u dan in de nood mocht brengen en u mocht doen vragen om een nieuw hart. Dat is vóór alle dingen nodig. Maar ook als ge door genade een nieuw hart moogt hebben, wat kan dan daarin de Heere Jezus Christus op de achtergrond geraken, door allerhande dingen die op de voorgrond komen. De dingen van het dagelijkse leven, die we zien, gaan dan het leven beheersen. We zien dan op de omstandigheden, en dan ziet het er maar donker uit. Dan komt men in ongeloofsgestalten terecht. Dan komen er vragen naar boven, als: Wat zal er van de kerk terecht komen? Je hoort er zo weinig van, je ziet er zo weinig van. Satan viert zijn triomfen. De wereld neemt al meer het terrein in, ook in de kerk. De afval wordt steeds groter. En als men dan een blik naar binnen slaat, dan is het om bang te worden. Want daar is het ook allemaal ellendig gesteld. Wat men rondom zich ziet, ziet men ook van binnen, maar Hem ziet men niet. Het geloofsoog is voor Hem gesloten. Men denkt en vreest dan, ook nog eens te zullen omkomen in de handen van Saul.

De levende Kerk heeft aan deze dingen kennis. Degenen die wel in de kerk zijn, maarniet van de kerk, weten van deze dingen niets af. Doch Gods kinderen wel.

En als het nu zo met u gesteld is, wat is dan meer nodig dan dat we onze knieën buigen, én voor onszelf én voor elkaar, tot de Vader van onze Heere Jezus Christus, opdat Christus door het geloof in onze harten wone? Want Hij wil inkomen bij een ieder, die Zijn inwoning hartelijk begeert. En als Hij in het hart woont, daarin weer de eerste en enige plaats krijgt, hoé anders wordt dan alles. Dan worden alle bezwaren weggevaagd. Dan krijgt men weer uitzicht, ook in deze geesteloze, donkere tijd. Want de kerk staat of valt niet door het doen of laten van mensen. Doch zij staat eeuwig vast omdat de Heere er Zelf voor instaat. De poorten der hel zullen Zijn gemeente niet overweldigen.

Hoe anders wordt alles dan ook in het persoonlijk zieleleven. Want dan is er gemeenschap met de ziele-Bruidegom. Dan wordt Hij gezien als Degene, Die de schuld betaald heeft. Die ook een recht op het eeuwige leven verworven heeft. Die ook een erfenis nagelaten heeft van: in de wereld zult ge verdrukking hebben. Maar ook: Hebt goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen, en: Ik ben met ulieden, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.

Dan is de inwoning van Christus in het hart waarborg, dat men niet altijd in deze zondige wereld, met een vleselijk, zondig bestaan zal behoeven te wonen. Doch dat men eens eeuwig bij de Heere zal mogen inwonen. Dan zal Hij in het hart altijd de eerste en de enige plaats innemen. Dan zal de zaligheid volkomen zijn. En dat voor eeuwig. Wat zal dat zalig zijn. Bidt voor elkander, opdat Christus door het geloof in uw harten wone.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.