+ Meer informatie

REFOGESCHIEDENIS IN PERSPECTIEF

3 minuten leestijd

Het zich verdiepen in de geschiedenis en in de zijnswijze van de reformatorische traditie blijft een onuitputtelijke zaak. Wie de gang van zaken gevolgd heeft vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw rond de opkomst van duidelijk reformatorische organisaties (waaronder scholen op allerlei niveau), maar ook parallel daaraan van een soortgelijke ontwikkeling in evangelische kring, heeft al meer dan genoeg om zich tijden lang te bezinnen. Zeker wanneer men binnen die ‘zuilen’ dan ook nog eens kijkt naar voortgaande ontwikkelingen. De reformatorische school van 1977 is echt weer anders dan die van 2007, in vele opzichten, o.a. wat betreft interne regelgeving. Een onderzoek naar de wortels daarvan voert tot diep in de geschiedenis van de Reformatie. Dat is dan ook wat in de bundel opstellen in het onderaan dit Profiel genoemde boek gebeurt. Het is de neerslag van een gehouden symposium in november 2006. Op een symposium spoelt vaak veel informatie weg door de veelheid ervan. Nu is er de gelegenheid om e.e.a. nog eens rustig op je in te laten werken.

Het is een boek geworden dat allerlei aspecten van het thema onder de loep neemt: Zo gaat het onder andere om het neocalvinisme en de geschiedenis van de Geref. Kerken (G. van Klinken), over de zgn. bible belt (beter, zo wordt voorgesteld: Refoband) (J.D. Snel), geschiedschrijving van de bevindelijk gereformeerden ((J. Exalto), filosofische aspecten van het thema (H. Paul) en theologische reflectie (M. Wisse). Stuk voor stuk aanlokkelijke bijdragen. Concreet noem ik, omdat we schrijven in een chr. geref. vormingsblad, de bijdrage van B. Wallet over de invloed van reformatorische én evangelische tendensen in een concrete chr. geref. gemeente (waarvan ik de naam voorzichtigheidshalve niet zal noemen). Duidelijk is dat kerkenraden lelijk in moeite kunnen komen bij het innemen van standpunten inzake concrete ontwikkelingen (scholen e.d.). Maar ook dat geestelijke leiding, o.a. in de prediking dan heel hard nodig is. Juist in kerken als de onze, waarin men gemeenten aantreft die zich geheel tot de beschreven zuil rekenen, maar ook gemeenten die een ‘middenweg’ willen varen, is die concrete geestelijke leiding dringend nodig.

Ook wil ik ingaan op iets wat mij al heel lang bezighoudt, nl. dat het er soms op lijkt dat in de kring van de zgn. bevindelijk gereformeerden het laatste woord al ver in het verleden werd gesproken. Op blz. 164 leest men dat ‘aan de Reformatie - onder een zekere belichting en aangevuld met zekere lieux — zoveel gezag wordt toegekend, dat de gereformeerde theologie van die dagen van de hedendaagse kerkganger slechts bevindelijke beleving, geen nadere doordenking vergt’. Dat is toch in strijd met het principe van de Reformatie! En ook zouden we nog eens goed moeten nadenken over wat op blz. 194 te lezen is, nl. dat ‘… de claim op het bezit van een onfeilbare Bijbel bij bevindelijk gereformeerden nogal eens tot een claim op het eigen gelijk die elke mogelijkheid tot zelfkritiek dreigt uit te sluiten’ leidt. Is de kerkelijke versplintering, die juist daar zo schrijnend aanwezig is, daarvan geen onrustbarend teken?

n.a.v. Fred van Lieburg (red.), Refogeschiedenis in perspectief. Opstellen over de bevindelijke traditie. Uitg. Groen Heerenveen 2007, 208 blz., 19,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.