+ Meer informatie

Watergebrek werkt samenbindend

„Israël heeft water nodig en de Palestijnen willen vrede"

5 minuten leestijd

JERUZALEM - Niets bindt Israël, de Palestijnen, Jordanië en Syrië zo samen als het gebrek aan water. In 70 jaar viel niet zo weinig neerslag als de afgelopen winter. Het grondwaterniveau rond de Jordaan is door drie droge seizoenen gedaald tot crisisniveau.

De Israëlische minister van landbouw, Rafael Eitan, zal waarschijnlijk spoedig een nationale water-noodtoestand afkondigen. Het tekort aan water is op lange termijn dreigender dan het inslaan van Scud-raketten. Terwijl de bevolking van Amman zich door de Golfoorlog liet opstuwen tot dramatische steunbetuigingen aan Saddam Hoessein, ging koning Hoessein in gebed met de religieuze leiders van Jordanië. Hij smeekte om water, „inshaallah".

Een ramp dreigt voor het hasjemitische staatje ten oosten van de Jordaan. Met veel te grote snelheid wordt water aan de ondergrondse voorraden onttrokken. Jaarlijks vermindert die voorraad met 15 procent. Jordanië moet dat ondergrondse water zo snel aanspreken omdat de Jordaan niet genoeg water levert om volk, vee, en velden te drenken. Daardoor verwacht Jordanië in het jaar 2005 een watertekort van 50 procent.

Handvol

Amman is het slachtoffer van het gebrek aan regionale afspraken over het watergebruik van de Jordaan. Israël en Syrië halen zo veel water als ze kunnen bij de bronnen van de Jordaan weg. Syrië is zwaar getroffen doordat Turkije onlangs de Atatürk Dam in de Eufraat afrondde. Het water achter die dam wordt voor de irrigatie van Zuidoost-Anatolië gebruikt. Syrië krijgt daardoor aanzienlijk minder water dan voorheen.

President Hafez al-Asad heeft besloten meer water aan de Jarmoek te gaan onttrekken door de bouw van zeven dammen aan de bovenstroom. Ook Israël en Jordanië benutten de Jarmoek, die tevens de voornaamste bron van de Jordaan is.

De Palestijnse bevolking op de westelijke Jordaanoever is het zwaarst getroffen door de droogte, maar haar enige wapen tegen de droogte zijn de stenen die de Palestijnse jeugd naar Israëlische soldaten gooien. Zonder de Israëlische aanwezigheid op de Westoever zouden de Palestijnen —ondanks de droogte- aanzienlijk minder 'waterzorgen' hebben. Ze mogen immers van Israël niet meer dan 20 procent van hun eigen ondergrondse watervoorraden benutten.

Sinds de Israëlische legers in 1967 tot de Jordaan oprukten, mogen de Palestijnen van de Westoever alleen met toestemming van de bezetter nieuwe waterputten slaan. In 24 jaar stond Israël een handvol nieuwe putten toe. Israël zelf heeft sinds 1967 40 diepe putten geslagen, die samen vijf keer zoveel water oppompen als de ruim 300 Palestijnse ondiepe putten. Palestijnen kunnen hun 'eigen" water terugkopen van Mekorot, het Israëlische waterbedrijf.

Experts verwachten dat de ondergrondse bronnen onder de westelijke Jordaanoever binnen tien jaar zijn uitgeput, vanwege de snelheid waarmee Mekorot het 'Palestijnse' water naar Israël exporteert. Om de intensieve Israëlische landbouw van water te voorzien, mogen de Palestijnen maar een fractie van hun grondwater benutten. Gevolg daarvan is dat ze grote delen van hun eigen landbouwgronden niet kunnen bevloeien.

Acht keer minder

„Het gaat hier om het gedrag van een bezetter ten opzichte van een bezette natie. De status van bezette gebieden wordt geregeld in de Vierde Geneefse Conventie en door de Haagse Reglementen van 1907", zegt juriste Raja Shehadeh. „De bezetter heeft niet het recht de natuurlijke bronnen van de gebieden die het bezet te exploiteren. Toch is dat precies wat Israël doet", aldus de juriste, die zelf op de westelijke Jordaanoever woont.

De wanverhoudingen worden goed zichtbaar als het waterverbruik van de Israëlische nederzettingen op de Westoever wordt vergeleken met dat van de Palestijnse bewoners. Nadil al-Khatib, de man die in Bethlehem verantwoordelijk is voor de waterhuishouding en riolering, zegt dat „96 miljoen kubieke meter vyater per jaar beschikbaar is voor de nederzettingen (met een bevolking van ongeveer 100.000 Israëli's). De miljoen Palestijnen op de Westoever consumeren 136 miljoen kuub per jaar".

Palestijnen op de Westoever krijgen dus per bewoner acht keer minder water toegewezen dat de Israëli's die daar —in strijd met het internationale oorlogsrecht- wonen, concludeert Stuart Young in Middle East International.

Vanwege de droge winter heeft Israël sinds 25 november alle gebruik van water van het Meer van Galilea verboden. Het water van dat meer was naar een gevaarlijk laag niveau gedaald. De oplossing was dat nog meer water dan gewoonlijk aan de ondergrondse fossiele voorraden wordt onttrokken. In het jaar 2000 verwacht Israël -binnen de grenzen van 1967- een tekort van 30 procent. Voor de Palestijnen wordt de situatie onhoudbaar. Hun grondwatervoorraad is dan uitgeput.

De Gazastrook loopt nu al groot gevaar. De belangrijkste waterbron is de ondergrondse voorraad, maar het water dat daaraan wordt onttrokken, wordt steeds zouter. Kraanwater in Gaza is niet goed drinkbaar. Omdat dit zelfde water ook voor irrigatie wordt gebruikt, zet zich zout in de bodem af. De verzilting van het grondwater wordt veroorzaakt doordat te veel water uit de bodem wordt gehaald. Daardoor dringt zeewater in de ondergrondse 'meren' binnen.

Nijl

Israël kijkt met jaloezie naar de Nijl. Alle problemen van de Gazastrook worden volgens Aharan Wiener, voormalig hoofd van Mekerot, opgelost door „minder dan een kwart procent van het Nijlwater" via de Sinaï naar Gaza om te leiden. Adil Tamimi, een Palestijnse ingenieur, gaat een stap verder. „Het omleiden van 1 procent van de Nijl zou alle problemen van Israël oplossen". Hij hoopt dat Israël en Egypte in de toekomst tot zo'n oplossing kunnen komen. Dat zou ook de oplossing van het Palestijnse probleem vergemakkelijken.

De slechte verdeling van water duwt de regio naar de afgrond van een nieuwe oorlog, die niemand wil. De behoefte aan water moet een reden zijn om des te sneller naar vrede en samenwerking te zoeken. Zonder een vreedzame oplossing van de politieke conflicten in het Midden-Oosten moet niet op een verdrag over het watergebruik worden gerekend. „Zonder de Palestijnse kwestie op te lossen geloof ik niet dat enig Arabisch land betrokken wil zijn bij een regeling die Israël aan water helpt. Israël heeft water nodig, en de Palestijnen willen vrede", zegt Nadil al-Khatib uit Bethlehem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.