+ Meer informatie

Valse schijn

2 minuten leestijd

Als nu iemand bedroefd is naar de wereld, dan denkt hij aldus: „O zeker, ik betreur mijn zonden". Intussen is deze treurigheid dáárover, dat hij de roem niet meer heeft, dat hij wat was, en dat hij niet heeft verkregen, wat hij beoogde van deze wereld. Hij zegt, dat hij grote strijd heeft en gehad heeft, ook grote angst; doch het was strijd tussen betere overtuiging en eigen lust, en dat is het nog; en de angst ligt in het doen tegen beter weten in.

Daar is dan een herhaalde schuldbelijden en zeggen, hoe men zo menigmaal over zijn zonden berouw heeft, doch er is volstrekt geen voornemen anders te handelen dan men doet, zolang men niet van de wereld heeft, wat men in eigen liefde en hovaardij des vleses voor zichzelven wil. Zulkeen denkt aan het Nachtmaal te gaan, in de mening, dat dit hem helpen zal, zoals hij in elk opzicht er gedurig van spreekt dat hij zich alleen aan de genade houden wil, doch het is alles om toch eigen wil en zin door te zetten en het geweten te paaien of de pijn, die men gevoelt, te stillen.

Men wil zich aan de middelen houden, om er met behoud van zijn zonde toch door te komen en vrij uit te gaan. Men is dan ook telkens spoedig gereed met belijdenis van zijn zonden en schuld. Men wil, ja de oprechten er maar goed of inslaan, en het alles zeggen er ontdekken zullen, wat verkeerd is gedaan, en datgene voorhouden, wat enig en alleen goed en waarachtig is maar nooit is er het voornemen des harten, zich van zijn ondeugd tot God te bekeren, al bekeert men zich tussenbeide eenmaal en andermaal.

H. F. Kohlbrugge

(„De ware Zelfbeproeving")

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.