+ Meer informatie

KERKVISITATIE - EEN NOODZAKELIJK KWAAD?

12 minuten leestijd

Een broeder uit een andere, genabuurde gemeente belt mij op en vraagt: hoe moet ik dat nu eigenlijk zien, ben ik nu lid van mijn plaatselijke gemeente, of ben ik lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken?

Het is niet zijn bedoeling om een theoretisch juist antwoord te krijgen; ik behoef hem geen uiteenzetting te geven; het is voor hem een aanloopje om een stuk moeilijkheid in de praktijk kwijt te kunnen.

De classis heeft de kerkvisitaties voor het komende jaar (of de komende twee jaar?) weer geregeld en dat betekent, dat vóór de afgesproken einddatum de visitaties achter de rug moeten zijn; de dominees hebben ze steeds uitgesteld, omdat het kostbare avonden kost; op het laatst moet het nog gebeuren en dat betekent dat het weinig zin heeft omdat de classis zelf toch al bijna gehouden wordt.

De kerkvisitatie wordt gehouden en daarbij worden heel wat vragen gesteld. De vorige generale synode aanvaardde het nieuwe reglement, dat de bedoeling heeft dat de zaken ook indringend en uitputtend aan de orde komen. In de laatste uitgave van de Kerkorde beslaat dit reglement wel zeven bladzijden.

Komt de kerkvisitatie nu tot haar recht? Beantwoordt ze nu aan de bedoeling?

Kerkvisitatie

De kerkvisitatie is, naast het houden van de classicale vergaderingen, sinds de Reformatie dè manier om aan het beoefenen van de broederlijke gemeenschap in het kerkverband gestalte te geven.

Dat de kerken met elkaar in verband staan, is een zaak die we geloven op grond van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof. Maar in het kerkelijke samenleven in de classis kunnen we dat met elkaar ook beleven. De synoden komen maar af en toe bij elkaar; de kerken die wat verder van elkaar afliggen, kennen elkaar maar slecht. Maar in de classis komt de kerk echt als een verband samen. Het is daarom ook dat op de classisvergadering naar eikaars welstand wordt gevraagd; dat in de classis de kerken elkaar bijstaan bij het afnemen van het laatste, beslissende examen van kandidaten, dat de classiskerken elkaar van harte steunen en bijstaan bij belangrijke vragen, b.v. het nauwere samenleven met andere plaatselijke kerken van gereformeerde belijdenis (de laatste jaren beperkt tot plaatselijke Ned. Geref. kerken, waar dit kan); dat we van elkaar ook hulp en correctie en aansporing aanvaarden.

Welnu, het is om die reden, dat de kerken die in een classicaal verband leven en van Godswege zo sterk op elkaar zijn aangewezen, hebben afgesproken dat ze (in principe éénmaal per jaar) bij elkaar op bezoek zullen komen in de personen van twee kerkvisitatoren. Twee van haar meest ervaren en bekwame dienaren des Woords, zo zegt de Kerkorde, van wie er één vervangen kan worden door een ouderling.

Tegenover de rooms-katholieke en lutherse instelling van een bisschop, die toezicht houdt op de plaatselijke gemeenten, hebben de gereformeerden (bijna overal) het beginsel doorgevoerd, dat de kerken op eikáár toezicht uitoefenen, dus niet van bovenaf (want één is uw Meester), maar onderling, in hoop en opzien, dat de grote Kerkvisitator Christus steeds de leiding zal willen hebben.

Het is om deze reden dat de kerkvisitatie niet een noodzakelijk kwaad is, maar een wezenlijk onderdeel van de manier, waarop we met elkaar kerk mogen zijn.

Het reglement

Ja, onze vorige synode aanvaardde het aangevulde en uitgebreide reglement. In de nu geldige vragen blijft weinig meer onbesproken van het leven en werken van kerkeraad en gemeente. Het is ook de bedoeling, dat het gemeentelijke leven in al zijn facetten aan de orde komt. En dat is heel goed, het is vaak ook erg nodig.

Er is daarom van dit nieuwe reglement zo veel goeds te zeggen, omdat het, wanneer men de vragen stuk voor stuk weegt en proeft, ze alle betrekking hebben op een kerkelijk en geestelijk leven, dat doortrokken is van de bijbelse onderwijzing en de gereformeerde belijdenis. Ongeveer bij elke vraag kunnen de vrager en de ondervraagden zich een beeld vormen van wat een gezond, gehoorzaam, gelovig, gezegend kerkelijk leven mag en kan zijn. Dat geldt (ik noem een aantal punten uit het reglement) het waken tegen een eenzijdige tekstkeuze van de predikant, de bediening van de sleutelen van het Koninkrijk, het studeren van de predikant met het oog op de prediking, het aan de orde komen van de prediking op de kerkeraad, de manier waarop er vrucht op de prediking valt waar te nemen, de plaatselijke liturgische orde, het spreken met leden die bezwaar hebben tegen de kinderdoop, de begeerte naar de viering van het avondmaal, het toelaten tot de huwelijksbevestiging, het vervullen en toelaten van classisbeurten, het spreken over het doen van openbare geloofsbelijdenis, het indelen van de gemeente in wijken, de trouw van ouderlingen bij het huisbezoek, het bestaan van een zusterkring onder auspiciën van de diaconie, de saamhorigheid binnen de kerkeraad, de bezinning van de kerkeraad op eenheid en opbouw van de gemeente, het contact met andere kerken van gereformeerde belijdenis, het gestalte geven aan de verbondenheid met zusterkerken, het houden van de voorgeschreven collecten voor alle kerkelijke kassen, het inbrengen van eventuele bezwaren tegen bepaalde facetten van kerkelijke arbeid in de kerkelijke weg.

De vragen over al deze onderwerpen, en nog veel meer, hebben alle ten doel, concreet in te gaan op hetgeen in de gemeenten vandaag aan de dag aan de orde is.

Een ideaal?

Het kopje „kerkvisitatie” hierboven deed u misschien denken: de schrijver bespreekt een niet bestaand ideaal. De werkelijkheid, zo concludeert menige lezer, is wel wat anders. In de huidige constellatie van ons kerkelijke leven ligt het vaak onderling zo moeilijk. En daarom functioneert de kerkvisitatie ook lang niet altijd zoals het behoort. Daarom wordt ze nog wel eens uitgesteld. Daarom zijn sommigen blij als ze voorbij is. Gemeenten hebben plaatselijk verschillende, zo niet tegengestelde gewoonten. De bepaling van twee meest ervaren predikanten, de meest bekwame, wordt sinds jaar en dag al genegeerd. Nu is het woord „ideaal” in de kerk altijd een verkeerd woord. Het komt zelfs uit de heidense Griekse filosofie. We moeten het maar niet gebruiken, en ook de gedachtengang van „werkelijkheid” tegenover „ideaal” maar niet volgen. Bijbels is om te spreken over gehoorzaamheid aan de roeping van Christus. En wanneer we dan toch zouden zeggen dat de werkelijkheid zo beneden de maat blijft, dan moeten we aan Gods genade niet wanhopen en niet in de zonde blijven liggen, maar terugkeren naar de gehoorzaamheid in ernstig en ootmoedig gebed bij de Koning van de kerk.

En welke functie vervult de kerkvisitatie daar dan bij? Wel, juist daar zal, èn bij de twee bezoekers, èn bij de ontvangende kerkeraad, het diepe besef mogen doorbreken, dat we niet vrijblijvend bij elkaar komen en ook niet om te heersen. Dat betekent, dat we voor Gods aangezicht eerlijk maar eens voor de dag moeten komen.

De praktijk

Sinds jaren zijn er bij de manier van kerkvisitatie-uitvoeren twee verschillende soorten praktijk. De ene manier is dat de vragen achter elkaar gesteld worden, en dat de meeste met „ja” of „neen” beantwoord werden. Maar er waren vragen bij, die zo’n antwoord niet toelieten, die tot een gesprek nodigden. In het nieuwe reglement zijn zulke vragen er meer nog dan vroeger. En u moet maar denken, dat bijna alle vragen uit de praktijk of uit bestaande gebreken of eenzijdigheden gegroeid zijn. Maar men kan de vragen „afwerken”.

Een andere manier is, en dat kon vroeger wat beter dan nu, dat de vrager een aantal vragen samen nam en zei: het is natuurlijk niet de bedoeling om een vragenlijst af te werken, maar om een gesprek op gang te brengen, waaruit de visitatoren een goed beeld van het werk van de kerkeraad en het leven binnen de gemeente ontvangen.

Daar was niet zo heel veel bezwaar tegen, eigenlijk was dat laatste wel goed, maar het eist dan wel heel veel van de gesprekspartners om goed op te letten dat er geen belangrijke dingen onder de tafel raken, per ongeluk of met opzet. Ik wil van geen kwade opzet horen, maar het is nu eenmaal wel zo dat er in ons kerkelijke leven een aantal dingen gevoelig liggen, en dat het begrijpelijk is, dat men enige moeilijke punten maar liever niet aanroert. Voorbeelden?

Gaat u maar wat na uit de lange lijst die ik straks uit de vragen selecteerde. Dus weer enkele mogelijkheden; ze komen uit het bovenstaande voort.

De predikant heeft wel variatie in teksten maar weinig in de inhoud van de preken. Hij studeert niet meer zo graag en begint te freewheelen of op zijn routine te vertrouwen. Of hij studeert wel, maar weinig met het oog op de prediking.

De prediking dreigt aan de oppervlakkige kant te blijven en de kerkeraad vraagt zich af of het Koninkrijk wel wordt geopend en gesloten op de manier die de Catechismus bespreekt.

Er bestaat een subjectief gekleurde manier waarop men vrucht op de prediking toetst. Men vindt de vraag naar vrucht op de prediking maar vreemd.

Er is in de gemeente onenigheid over de orde van de liturgie.

De kerkeraad is het niet zo eens met de plaatselijke vrijheid die de synoden gegeven hebben.

De kerkeraad vindt dat de synoden veel te veel vrijheid gegeven hebben.

De kerkeraad vindt dat de synoden te veel gebonden hebben.

Er zijn kerkeraadsleden die zelf wel eens moeite hebben met de kinderdoop.

Er zijn kerkeraden die het niet afkeuren als kerkeraadsleden geen avondmaal vieren.

In een gemeente worden niet alle predikanten op de kansel toegelaten.

In een classis worden de classisbeurten zo verdeeld dat alleen bepaalde predikanten in bepaalde gemeente komen.

Een kerkeraad merkt dat bepaalde predikanten in zijn gemeente niet willen preken.

Een kerkeraad heeft geen problemen met samenwonende jongeren.

Een predikant legt zich als gastpredikant niet neer bij de plaatselijke liturgische gewoonten.

Ouderlingen laten het huisbezoek versloffen.

Een predikant is te veel buiten zijn eigen gemeente.

Werken aan gemeenteopbouw is verdacht omdat het schijnbekering oproept.

Werken aan gemeenteopbouw komt in de plaats van het persoonlijk geloof.

Er is binnen de kerkeraad geen broederlijke verbondenheid.

De roeping tot eenheid met allen die Christus liefhebben, wordt niet genoeg gezien.

Een kerkeraad zal zelf wel uitmaken waarvoor hij collecteert.

En nog wel meer.

Waarom worden er over allerlei dingen vragen gesteld? Niet uit bemoeizucht, maar tot opbouw en welzijn van het lichaam van Christus.

Wat is het al vaak voorgekomen, dat de eigenlijke vragen niet of onvoldoende aan de beurt kwamen!

Het is in de gemeente soms zo als bij moeilijk geworden huwelijken: als de moeite aan de dag komt is het vaak al te laat.

Zwijgen we liever? Omzeilen we liever de moeilijkheden?

Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen, zegt een spreekwoord. In een kerk van gereformeerde belijdenis dragen we de weelde van het presbyteriale kerkrecht. Opzieners zien toe op elkaar en op de leer.

Zie toe op uzelf en op de leer, zei Paulus tegen Timotheus.

Wij moeten en mogen op elkaar acht geven, in liefde en goede werken.

Kunnen wij de weelde niet dragen?

Hebben we dan een paus, bisschoppen, nodig?

Neen, zeiden onze gereformeerde voorvaderen. Kerkvisitatie. Onderling opzicht en opscherping, en tijdig opletten, voordat er dingen mis zouden gaan.

Dicht bij de basis, dicht bij elkaar. Daar, waar we elkaar kennen. Waar we weten, wat we aan elkaar hebben. Waar we op elkaar kunnen vertrouwen. Waar we niet zitten om elkaar vliegen af te vangen. Waar we niet kijken wie de meeste invloed heeft of wie de meeste stemmen krijgt, maar waar we in eerbetoon elkaar ten voorbeeld willen zijn. In ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf.

Daar sla je weer op hol, denkt iemand. Neen, we houden elkaar voor, hoe het om Christus’ wil mag en moet zijn. Wat het betekent om kèrk van de Here Jezus Christus te zijn.

En dus…..

En dus, broeders, kerkvisitatie doen èn kerkvisitatie ontvangen.

En open zijn tegen elkaar. Het is nu eenmaal zo, dat er een aantal dingen in de kerk moeilijk liggen. Dan moeten we toch met elkaar spreken?

We hebben toch aan elkaar beloofd, dat er één basis is, waarop we met elkaar kerk zijn? En een ander fundament kan niemand leggen. Maar ieder zie toe, hoe hij daarop bouwt, met goud, zilver of kostbare stenen, of met hout, hooi of stoppelen. En als ons werk eens in het vuur verbrandde?

Zouden we zelf behouden worden, maar als door vuur heen?

Zal de Christelijke Gereformeerde Kerk standhouden? Zal mijn plaatselijke gemeente standhouden?

Durf ik de zaken open en bloot op de kerkvisitatie aan de broeders voor te leggen, zonder dat ik bang hoef te zijn, voor de bezoekers, noch voor mijn plaatselijke broeders?

Durf ik naar de zaken te vragen op de kerkvisitatie, zonder dat ik voor een bemoeial of een betweter word versleten? Kan ik dat doen in alle zachtmoedigheid, ziende op mijzelf, want ik mocht ook eens in verzoeking komen? Kunnen we zo met elkaar omgaan, dat het wat lijden kan? Dat we bij voorbaat van eikaars goede bedoeling overtuigd zijn en bereid zijn om eikaars eer en goed gerucht te bevorderen? Dat we er niet zijn om op alle slakken zout te leggen, maar voor elkaar en met elkaar het goede voor Jeruzalem te zoeken? Met elkaar, als het nodig is, ook eens doorspreken, totdat we, als God dat geeft, elkaar een ogenblik in het hart kunnen zien? Voor Gods Aangezicht sprekend, om als het kan, wat verder te mogen komen?

Ook als iemand overvallen was door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt zo iemand terecht met de geest der zachtmoedigheid, ziende op uzelf; ook gij mocht eens in verzoeking komen.

Kerkvisitatie. De kerk gaat op bezoek. De kerk ontvangt bezoek.

Mensenzoon tussen de kandelaren, Wortel Davids, Morgenster, blijf uw kerk vergaderen, bewaren, roep haar van nabij en ver. Laat de luchters branden van uw klaarheid, maak uw kerk tot pijler van uw waarheid, schuilplaats in de wildernis, huis waarin uw vrede is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.