+ Meer informatie

Schriftuurlijk-bevindelijk

6 minuten leestijd

7.

Naar aanleiding van het vorige stuk, waarin opgenomen een artikel, dat J. D. indertijd in een plaatselijk kerkblad schreef aangaande zijn zienswijze ten aanzien van „Bewaar het Pand,” kregen we een artikel, waaraan we hier gaarne plaats geven. Het luidt als volgt:

EEN WEKKER DIE HET NOODZAKELIJKE GELUID VERSTERKT!

Als trouw lezer van Uw blad en predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken, moet mij toch echt iets van het hart n.a.v. een artikel van J. D. uit een plaatselijk contactblad van een onzer kerken, dat in het nummer van 4 oktober j.l. van „Bewaar het Pand,” in zijn geheel werd overgenomen.

Afgezien nog van de toon waarin dit artikel is gesteld, maak ik ernstig bezwaar tegen allerlei uitdrukkingen die m.i. een scheve voorstelling van zaken geven over de bedoeling van Uw blad. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen, dat ik tot nog toe niet persoonlijk aan de Bewaar het Pand-toogdagen heb deelgenomen. Doch dat neemt niet weg, dat ik in grote lijnen de gedachten die in Uw blad steeds benadrukt worden, van harte onderstreep.

Voorop zij gesteld, dat het niet mijn bedoeling is om op alle onderdelen van het bewuste artikel in te gaan. Het is juist wat ds. B. schreef als kort commentaar: „Uit zo’n artikel blijkt opnieuw, dat de verschijning van ons blad, enz. verantwoord en noodzakelijk zijn”.

Allereerst dan het begin van het artikel, waar een uitleg wordt gegeven van 1 Tim. 6 vers 20, naar aanleiding waarvan de schrijver onderscheid maakt tussen terminologie en wezenlijke dwaalleer. De schrijver is van mening, dat de verschillen in onze kerken louter en alleen zouden berusten op onderscheid in terminologie. Dit blijkt trouwens ook uit de rest van zijn artikel. Als dit laatste inderdaad waar zou zijn, dan zou het bestaan van een blad als Bewaar het Pand wellicht niet nodig zijn. Maar, als ik de vrienden van Bewaar het Pand goed begrijp, dan gaat het hen inderdaad om bepaalde dwalingen die men heden ten dage binnen onze kerken signaleert. En dan is te denken aan de idee die in prediking en pastorale bearbeiding uitgaat van een verondersteld geloof, of van een geloof dat louter en alleen een acte van de gelovige zou zijn. Welnu, dit is geen kwestie meer van een verschil in terminologie, maar dat is een principiëel onderscheid in visie op de gemeentebeschouwing, die uiteindelijk ook weer te maken heeft met een diepgaand verschil in visie op het Genadeverbond. Ik dacht, dat de vrienden van Bewaar het Pand signaleren, dat in onze kerken het levensgrote gevaar aanwezig is, dat bij de visie op het Genadeverbond de nadruk teveel valt op het woord Verbond, en veel te weinig op het woord Genade! Daarom is de bedoeling van de vrienden van Bewaar het Pand, dunkt me, niet om alles bij het oude te houden omdat het oud is (al denken sommige mensen dat wel), maar dat zij als Christelijke Gereformeerden willen vasthouden aan het oude beginsel van de Afscheiding, waarbij in prediking en pastorale bearbeiding in sterke mate rekening werd gehouden met wat de Kerk der Reformatie heeft beleden, met name in de Dordtse Leerregels. Dit rijke belijdenisgeschrift komt hoe langer hoe meer in het vergeetboek. Het zou daarom best wel eens mogelijk kunnen zijn, dat wij als Chr. Gereformeerden al een heel eind op weg zijn om wat onze Verbondsbeschouwing betreft, Remonstrants te worden, waarbij het Verbondskind nog wel opgeroepen wordt tot geloof en bekering, maar waarbij de verantwoordelijkheid van de mens in de Verbondsrelatie met de HEERE zo eenzijdig wordt benadrukt, alsof het aan de mens zelf alleen zou staan om te geloven of niet te geloven.

Op die manier wordt er ernstig tekort gedaan aan het Evangelie van vrije genade! Het Evangelie wordt zo versmald tot een nieuwe wet. Dan is het ook geen wonder, dat ellende- en zondekennis steeds minder worden gepreekt en beleefd en dat er zoveel nadruk wordt gelegd op de aktiviteit van de Kerk naar buiten. Goed begrijpen! De mens is zelf verantwoordelijk! En we hebben een roeping t.o.v. de wereld om ons heen! Maar: Eerste voorwaarde bij alles is, dat wij de zaken Schriftuurlijk en confessioneel zien. Er is een bijzondere werking van de Heilige Geest nodig om ons daar te brengen! En dat moet in de prediking en pastorale bearbeiding en alle activiteiten op kerkelijk terrein duidelijk uit de verf komen.

Conclusie: Het blad Bewaar het Pand is dan ook beslist geen anti-Wekker die zich polariserend zou willen opstellen, maar een wekker met een kleine w die het noodzakelijke geluid versterkt, opdat wij wakker zouden worden en waakzaam zijn!

Dr. C. B.

In een begeleidende brief schijft deze predikant, dat het een persoonlijke ontboezeming is, die hem bij het lezen van het nummer van „Bewaar het Pand” van het hart moest. U ziet maar wat u er mee doet. Zo schrijft hij. Hij kan uit de opname in dit nummer zien, wat we ermee gedaan hebben.

Nu zo toch het stuk van J. D. weer te sprake komt, willen we een paar opmerkingen maken. J. D. schrijft maar wat. Hij uit beschuldigingen die hij niet kan bewijzen. In de Schrift worden er ook zulke gevallen vermeld. Dat kwam voort uit vijandschap tegen Christus en Zijn werk. Hier in de classis zei indertijd een predikant: ik lees „Bewaar het Pand” niet, maar ik doe er ook geen aanval op. J. D. leest het blad niet en doet er wel een aanval op. We zouden hem in overweging willen geven om alle tot nu toe verschenen nummers van ons blad nauwkeurig na te lezen en ook zich op de hoogte te stellen van wat er op de ontmoetingsdagen is gezegd. Er zijn nog wel banden, waarop het gesprokene woordelijk is vastgelegd. Hij zou ook kennis behoren te nemen van de statuten van de gelijknamige stichting, waarin de uitgave van het blad en het houden van ontmoetingsdagen is geregeld.

Als J. D. een man is zal hij dat moeten doen. Hij heeft de vrienden van „Bewaar het Pand” aangeklaagd. Hij zal zijn beschuldigingen waar moeten maken. We zijn ervan overtuigd, dat hij dat niet kan. Laat hij dan zo ridderlijk zijn om te erkennen, dat hij heeft gefaald, dat hij zich niet door een recht beginsel heeft laten leiden. Dat zal dan ook de erkenning inhouden, dat het maar niet om bijkomstige dingen gaat, maar om wezenlijke zaken.

We wachten met belangstelling de reactie van J. D. af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.