+ Meer informatie

Slot in Zeist g^ebouwd door Willem van Nassau

Barok-kasteel dateert uit 1686

5 minuten leestijd

Het tegenwoordige Slot is niet het eerste met die naam. In de Middeleeuwen heeft ergens, de juiste plaats is niet beDe Orote Slotzaal kend, een „Huys te Seyst", gestaan, dat in 1536 wordt opgenomen onder de riddermatige hofsteden van het Sticht. Tegen het einde van de 17e eeuw is dit Slot een ruïne geworden.

In 1672 was het „Huys te Seyst" waarschijnlijk onbewoonbaar. In dat jaar brengt Lodewijk XIV in Zeist tien diigen door in de woning van de weduwe van een schout in plaats van in het Slot.

Armoede

In de jaren daarna, als de Fransen voorgoed uit ons land verdwenen zijn, heerst er een ontstellende armoede, wat onder meer tot gevolg heeft dat landerijen voor een appel en een ei te koop zijn. Iemand die daar gebruik van maakt is Willem Adriaan van Nassau.

Rijk geworden door de bescherming van Willem III en zijn huwelijk met een rijke Zeeuwse juffer, is hij in 1676 in staat in en om Zeist veel landerijen te kopen. Hij stuurt een brief naar de Staten van Utrecht en deelt mee het Slot te willen herbouwen en vraagt tegelijkertijd de „heerlijkheid Zeist" te mogen kopen. De staten verkopen de hoge en lage heerlijkheid van Zeist voor 5000 gulden aan Willem Adriaan, waardoor deze Vrijheer van Zeist wordt. Dat betekent dat hij in zijn gebied vrijwel alle macht in handen krijgt, al blijft hij zelf onderdaan van de staten van Utrecht.

Voor de bouW van het Slot kiest Willem Adriaan de man die later Het Loo gebouwd heeft: Jacob Roman. Alle Nassau's zijn fervente bouwers en behalve Het Loo verrijst in die tijd ook Soestdijk. Voor alle bouwwerken worden de architecten uit die tijd geïnspireerd door de Franse barok.

Het hoofdgebouw van het Slot krijgt een absolute nieuwigheid voor die tijd. Jacob Roman gebruikt voor de eerste maal in de Nederlandse bouwgeschiedenis schuiframen. Boven het hoofdgebouw en de vleugels komt een loden bassin, waarin regenwater wordt opgevangen. Hierdoor voedt men de fonteinen in het park.

Dit park is trouwens door een andere flguur aangelegd: Daniel Marot. Hij treedt in Zeisi op ais binnenhuis- en tuinarchitect. Hij ontwerpt de Le Nótre-tuinen. Zowel de voor- als de achtergevel dragen het jaartal 1686, reden om aan te nemen dat het Slot in dat jaar gereed was.

Na de dood van Willem III wordt het Slot, de hoge heerlijkheid inbegrepen, in 1746 verkocht door zijn kleinzoon aan een Amsterdamse ijzerhandelaar, Comelis Schellinger. De titel vrijheer van Zeist is precies wat deze rijke koopman nodig heeft: hij is lid van de Evangelische Broedergememite, die overal worden vervolgd of op zijn minst verdreven. Een nederzetting in IJsselstein is al mislukt. Met de' vrije heerlijkheid van Zeist kan Schellinger doen wat hij wil en al spoedig komen van heinde en verre niet alleen synodegangers, maar ook arme gemeenteleden, Duitsers en Boheraers, aangestroomd. Handwerkslieden- met hun hele bezit onder de arm wandelen het Slot binnen.

De weilanden terzijde van het Slot staat Schellinger af ten behoeve van de gemeen-, té. De terreinen langs de laan veranderen in pleinen, waar rijke leden van de gemeenschap woningen bouwen die doen denken aan Amsterdamse grachtenhuizen. Bovendien verrijzen er hulzen voor de ongetrouwde broeders en zusters en voor de weduwen: het Broeder- en Zusterplein ont

In 1767 verkoopt Comelis Schellinger het Slot aan de Broedergemeente; in naam aan een dochter van Graaf Von Zinzendorf, de oprichter van de Hernhutters. Het Slot wisselt verschillende malen van eigenaar en raakt steeds meer in verval, terwijl ook de tuinen worden veranderd.

Tenslotte wordt mevrouw LabouchereVoomberg, een lid van de Zeister society, eigenares van het Slot. De familie Labouchere bezit het slot tot 1924 en dan wordt de toestand een ogenblik gevaarlijk. Veor de zoveelste keer is het Slot te koop. En deze keer is de koper de NV Bouw- en exploitatiemaatschappij „Heemstede" te Utrecht. Het ligt voor de hand dat „Heemstede" voor ze kan gaan bouwen en exploiteren, wil aibreken.

Maar dan komt de gemeente Zeist op de proppen. Vooral aan burgemeester mr. C. J. Baron van Tuyll van Serooskerken is het te danken dat precies zes weken nadat „Heemstede" eigenares is geworden, de raad besluit het cultuurmonument te kopen voor het bedrag van 130.000 gulden. De gemeente weet echter de daaropvolgende jaren niet goed wat zij met haar bezit moet doen. Het huis blijft leeg staan en raakt verder in verval. Plannen die worden gemaakt, mislukken alle.

Pas in 1935 besluit Zeist zelf het Slot te gaan benutten. Het interieur wordt wat opgeknapt, er worden prenten en tekeningen van het oude Zeist geëxposeerd en de Broedergemeente krijgt de kans een zendingsmuseum in te richten. Verder mogen kunstenaars tentoonstellingen organiseren. Tijdens de oorlog ontsnapt het Slot

Het Slot van Zeist by de ingang van hét plein ternauwernood aan de vuurdood tijdens de inkwartiering van Duitsers. De Oostvleugel wordt zwaar beschadigd.

Na de bevrijding fungeert het Slot als opvangcentrum voor gerepatrieerde mill-, tairen en als gevangenis. Intussen doen zwammen en kevers hun werk. Op 2 januari 1963'beslist de raad van Zeist echter dat het Slot moet worden gerestaureerd. In 1960 begint het hetstel van het ge'bouw. Restauratie-architect is ir. J. B. Baron van Asbeck.

De vleugels krijgen hun kruisvensters terug, het hoofdgebouw zijn schuiframen; Wat er nog over is van het oorspronkelijke interieur wordt gered. Zo krijgen de „marmerkamer", de „antichambre" en de „koepelkamer" originele Marotplafonds. Ook do' muurschilderingen in het trappehuis zijn opgehaald en bijgewerkt en vertonen de matte tinten van de Frase barok. Slechts de tuinen ontbreken. Het sombere gebouw is nu weer één van de mooiste barok-kastelen in Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.