+ Meer informatie

Naar de Katechisatie

5 minuten leestijd

75.

DE MIDDELAAR

Na onze les over het Verbond der Genade stellen we aan de orde de leer van de Middelaar. Want de Middelaar, Jezus Christus, is de Middelaar des Verbonds!

Zo noemt de apostel Christus in Hebr. 8 : 6: „Als Hij ook eens beteren Verbonds Middelaar is”. Hebr. 9:15: „En daarom is Hij de Middelaar des Nieuwen Testaments”. Hebr. 7 : 22: „Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden”. Hebr. 12 : 24: „En tot de Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus”.

Wat is een middelaar?

Een tussenpersoon, die bemiddelend optreedt om twee personen en partijen tot elkander te brengen, welke onverzoend met elkander leven.

Ook Mozes was een middelaar. Hij trad als zodanig op tussen het volk Israël en God. Denk slechts aan zijn pleiten voor het schuldige volk op de berg Sinaï, toen Israël afgoderij pleegde met het gouden kalf.

Maar toch kon hij zélf niet de verzoening met God bewerken, omdat hij zelf een zondig mens was en dus voor anderen niet kon betalen. Al wilde hij zichzelf voor het volk ten offer brengen, de Heere sprak tot hem: „Die zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt”, Exod. 32 : 33.

Daarom was Mozes slechts een middelaar van tussenspraak en niet van verzoening.

Dit laatste kon alleen gelden van Christus. Hij is dus beide: Middelaar van tussenspraak èn van verzoening.

Als zodanig is Jezus van eeuwigheid af aangesteld door de Vader. We spreken van Zijn vóórverordinering, Zijn zalving, en van Zijn bekwaammaking tot Zijn middelaarsambt. Doch hierover verder bij de behandeling van de naam „Christus”.

Christus is de „Middelaar Gods en der mensen”. 1 Tim. 2:5: „Want daar is één God, daar is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus”.

Christus is het, Die Zich stelde tussen God en Zijn volk en beiden met elkander verzoend heeft.

De middelaarsgedachte treedt dus op na de val in het paradijs.

Is het daarom wel juist om te spreken van Christus als „Scheppingsmiddelaar”? Neen, want „middelaar” onderstelt het zonde-feit. Wel heeft Christus Zijn plaats en werk gehad bij de schepping. In Joh. 1 : 3 lezen we, dat alle dingen zijn gemaakt door het Woord. Ook in Psalm 33 : 6 staat dit. Met „het Woord” wordt Christus bedoeld als de tweede Persoon in het Goddelijk Wezen, de Zoon, de Logos, zoals er in de grondtekst staat. Wat is de Zoon als „Logos”? Wel, de Goddelijke Persoon, Die de relaties legt in het scheppingswerk; Die de dingen, welke geschapen zijn, zó doet zijn, zoals zij zijn, in heel hun orde en verband. We willen hierop niet verder ingaan, omdat ze ons te ver zouden afvoeren van onze les, die toch niet bedoelt om meer ingewikkelde dogmatische kwesties aan de orde te stellen.

In heel het Oude Testament treedt de middelaarsgedachte duidelijk op de voorgrond. Ze ligt opgesloten in de „moederbelofte” van Genesis 3.

Bijzonder wel in de dienst van de tabernakel en van de tempel bij Israël. De scheiding tussen „voorhof” en „het Heilige”, tussen „het Heilige” en het „Heilige der heiligen”; de altaren, de priesterdienst, de offers, alles predikte de scheiding, welke er was tussen God en Israëls volk en nooit kon er van toenadering tot God sprake zijn zonder „bemiddeling”, zonder het offer.

Maar konden dan de priesters zélf en konden de offeranden van dieren de scheiding tussen God en het volk wegnemen en de verzoening aanbrengen? Neen. Deze diensten waren slechts „schaduwen”, „afbeeldingen” van Christus als Middelaar en Borg. Ook de priesters hadden voor zichzelf de verzoening nodig. In welke brief wijst de apostel hier duidelijk op?

Ook is Christus als Middelaar afgebeeld in verschillende personen in het Oude Testament. We spreken van „typen” van Christus. Het woord „type” is sterker dan „afbeelding”. In „type” wordt weergegeven/ dat in bedoelde personen iets van Christus gezien werd. Petrus schrijft in zijn eerste algemene brief, hoofdstuk 1 : 10: „Onderzoekende, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus, die in hen was, beduidde ‘en tevoren getuigde het lijden, dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarna volgende”.

Zo kunnen als „typen” genoemd worden: Melchizedek, Jozef, David, Salomo, Jona e.a. Christus is de Middelaar van het genadeverbond. Hij heeft al de weldaden van dit verbond als Middelaar en Borg verworven. Door Hem is de verbondsgemeenschap, die door de zonde verbroken was, hersteld en deze draagt geheel een „genadekarakter”. Daarom gaan in het genadeverbond de beloften Gods vóór de eisen. Hoe zou ooit de mens van nature zonder genade de eis tot geloof en bekering kunnen volbrengen? Daarom moet het zich geplaatst zien vóór de eis der bekering uitdrijven tot de bede: „Heere, bekeer Gij mij, dan zal ik bekeerd zijn”.

We besluiten deze les met de zo belangrijke vraag: hebt u ook al een Middelaar nodig gekregen, ja, dé enige en volkomen Middelaar, Christus Jezus? Hebt u die scheiding, waarover we het zo pas hadden, ook tussen God en u, gezien? Hebt u de smart hiervan gevoeld? De Heere zegt in Jeremia 31: „Zij zullen komen met geween en met smekingen zal Ik hen voeren”.

Dit is de weg, waarlangs de Heere al Zijn volk leidt tot de kennis van de noodzakelijkheid, algenoegzaamheid, dierbaarheid en gepastheid van de Middelaar en wel: in de heilrijke betekenis en waarde van Zijn namen, ambten, naturen, staten en weldaden, waarbij wij D.V. nader willen stilstaan.

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.