+ Meer informatie

De devolutietheorie van Scheele

Schrijver doet uitspraken die geloofwaardigheid van zijn boek aantasten

8 minuten leestijd

24 november 1859: de eerste druk van Charles R. Darwins "The origin of species", met een oplage van 1250 exemplaren, raakt in één dag uitverkocht. 24 november 1997: Peter M. Scheele verslaat Darwin door meer dan 1250 exemplaren van zijn boek "Degeneratie: het einde van de evolutietheorie" te verkopen. Het failliet van een geloof hangt echter niet af van een verkoopsucces.

Is de mens "een omhooggevallen aap", is de schepping niet meer dan "een schitterend ongeluk"? "Geen enkel ontwikkeld en weldenkend mens kan op het ogenblik nog twijfelen aan de geldigheid van de evolutietheorie, in die zin dat er inderdaad evolutie heeft plaatsgevonden", schreef een evolutionist al in 1951.

Gelukkig zijn veel mensen blijven twijfelen aan Darwins ideeën, en vooral aan die van zijn opvolgers. In 1993 geloofde niet minder dan 43 procent van alle Amerikanen onvoorwaardelijk in een schepping in plaats van een evolutie van amoebe tot mens.

Een van die twijfelaars is Peter Scheele, publicist en programmamaker bij de Evangelische Omroep. Een jaar geleden startte hij met zijn boek dat de onhoudbaarheid van de evolutietheorie moet aantonen. Er is geen evolutie, geen ontwikkeling, maar juist degeneratie, aftakeling, dat is de essentie van zijn boek. "Vroeger was alles beter", beweren oudere mensen vaak; zij krijgen nu bijval van Scheele.

Gisteren, 138 jaar na Darwins opzienbarende publicatie, presenteerde Scheele in Safaripark "Beekse Bergen" het eerste exemplaar aan Midas Dekkers, bioloog en verstokt evolutionist. Daar ging een uitgebreide promotiecampagne aan vooraf, inclusief een e-mail-actie om Dekkers zover te krijgen dat hij een voorwoord in het boek zou schrijven. Die bedankte voor de eer: "Ik lees veel boeken. De meeste kan ik volgen. (...) Ik heb het boek van Peter Scheele gelezen, en eerlijk gezegd: Ik kon er geen touw aan vastknopen. Maar dat kan ook aan mij liggen", reageerde Dekkers in het Nederlands Dagblad. De bioloog wilde uiteraard ook niet het eerste exemplaar ontvangen, maar Scheele loste dat op door hem het boek symbolisch te overhandigen.

Erfelijkheidsleer

Heeft Dekkers gelijk, valt er geen touw aan het boek vast te knopen? "Degeneratie" is inderdaad voer voor doorzetters. De uitdaging waarvoor Scheele zich plaatste, is ook niet gering. In een negental hoofdstukken wil hij de evolutietheorie ontkrachten. Daarin is hij niet de eerste, maar Scheele voert vooral nieuwe argumenten uit de erfelijkheidsleer aan. Hij schetst de ontwikkeling in het denken van vooraanstaande wetenschappers, meestal evolutionisten, en plaatst meningen tegenover elkaar.

Kern van zijn betoog is hoofdstuk 6, waar hij aantoont dat een toename van het aantal genen -Scheele gebruikt de ongelukkige term "genengroei"- gedurende evolutie onmogelijk is. Eerst laat hij zien hoe ingewikkeld het samenspel van genen en eiwitten is en hoe onwaarschijnlijk het is dat een gen of een eiwit door middel van mutaties plotseling een volledig andere functie zou krijgen. Zeker voor essentiële genen -genen die verantwoordelijk zijn voor levensbelangrijke eiwitten- is evolutie ondenkbaar, de drager van het gen zou het niet overleven en dus niet kunnen bijdragen aan evolutie.

Een andere opvallende constatering van Scheele is dat het gros van de genen helemaal niet blijkt te verschillen tussen de individuen van die soort. Zo geldt voor de mens dat 80 procent van de genen identiek is voor alle mensen op de aarde. Die genen evolueren blijkbaar niet. De conclusie van Scheele is dat óf deze genen blijkbaar niet konden veranderen zonder wezenlijk functieverlies, óf dat de soort mens nog lang niet zo oud is als evolutionisten wel denken, waardoor er nog geen tijd is geweest voor die variatie.

Aalscholver

Het alternatief voor de evolutietheorie is, in de ogen van Scheele, de degeneratietheorie. Hij noemt een groot aantal voorbeelden waaruit blijkt dat in de natuur genetische veranderingen vrijwel altijd leiden tot achteruitgang. Beschadigende mutaties, erfelijke ziekten door defecten aan genen die eerst goed waren, grote hoeveelheden genetisch materiaal dat niet -of niet meer- gebruikt wordt.

Frappant is dat Scheele juist voorbeelden opsomt die ook evolutionisten aanvoeren ter verdediging van hun theorie. De aalscholver die het vliegen 'verleerde' omdat er zo veel vis voorhanden is, wordt in de evolutietheorie gezien als een bewijs van natuurlijke selectie en aanpassing aan de omstandigheden. Scheele heeft gelijk als hij dit een degenererende aanpassing noemt, een verlies aan functionaliteit, een verlies aan genen.

De theorie van degeneratie past, in tegenstelling tot die van evolutie, uitstekend bij het geloof in een Schepper, Die het leven heeft ontworpen en het DNA heeft geprogrammeerd. Allerlei details in genetische regelschema's wijzen op een ontwerp, spontane ontwikkeling ervan is ondenkbaar. Evolutie zorgt hooguit voor variatie binnen een thema, vanuit een oorspronkelijk type, zoals ezels, zebra's en paarden terug te voeren zijn op een oerpaard, stelt Scheele. Hij eindigt zijn boek met de conclusie dat er meer verschil tussen een chimpansee en een mens moet zijn dan de 1 procent verschil in de genen die wetenschappers kunnen vinden. De mens moet wel een geest hebben, die dieren niet bezitten, en dat is het werk van een Creator, zoals Scheele de Schepper noemt. Jammer dat de auteur zich hier niet vollediger uitdrukt. Bovendien hadden zijn uitspraken over de Schepper van meer respect moeten getuigen.

Terugfluiten

Darwin heeft beslist iets ontdekt, maar hij is te ver gegaan, vindt Scheele: "Hij moet teruggefloten worden". Direct daarop schrijft hij: "Ik denk dat ik ook iets ontdekt heb en juist heb weten te verwoorden: er is degeneratie". Maar was het werkelijk Scheele die de degeneratietheorie ontdekte? "Niemand heeft tot nog toe dit woord (in dit verband) in de mond genomen", stelt hijzelf.

Dat is wat al te pretentieus. Diverse Nederlandse wetenschappers gingen Scheele voor. Vorig jaar schreef prof. J. Bruinsma over de verarming van het genetisch materiaal: "Micro-evolutie is genetisch "downhill", een doodlopende weg", en hij was daarin bepaald niet de eerste. In een radiolezing in 1975 sprak ir. J. van der Graaf over de entropietheorie die tegenover de evolutietheorie staat. In hetzelfde jaar schreef dr. W. J. Ouweneel: "Er is geen evolutie (vooruitgang), maar degeneratie (achteruitgang, ontaarding)". Als Scheele echt een nieuwe naam had willen introduceren, had hij moeten spreken over de "devolutietheorie".

Het pleit voor Darwins bescheidenheid dat hij verbaasd was toen hij hoorde dat er zelfs in stationskiosken naar zijn boek gevraagd werd. Scheele schijnt er echter juist op uit te zijn zich met Darwin te meten, en dat niet alleen voor de verkoopcijfers van zijn boek. Inderdaad is het Scheeles verdienste geweest om die theorie uit te bouwen, breed uiteen te zetten en te versterken met argumenten uit de genetica, maar de auteur en zijn boek moeten eerst maar eens wat vuurproeven doorstaan. Zo werkt dat in de wetenschap, ook in creationistische kringen. Darwin terugfluiten is prima, maar jezelf op een voetstuk naast Darwin plaatsen, daar is meer voor nodig. Dat lukt niet met het via Internet aanbieden van T-shirts met de tekst "Beat Darwin".

Wat bijvoorbeeld ontbreekt in Scheeles boek is een weerlegging van het boek "Stufen zum Leben", van Nobelprijswinnaar Manfred Eigen, directeur van het Max Planck-Institut in Göttingen. Eigen gelooft in gestuurde evolutie: er is sprake van een soort interne waardebepaling, die goede mutanten bevoordeelt boven slechte mutanten. Hij noemt voorbeelden van beter aangepaste mutanten die met een miljarden malen grotere waarschijnlijkheid voorkomen dan slechte mutanten, hoewel die oorspronkelijk even kansrijk waren. "Er is een interne zelfsturing van moleculaire evolutieprocessen naar een optimale aanpassing toe", zegt Eigen. Zo zullen ongetwijfeld meer wetenschappers het pad van Scheele kruisen. Op diverse universiteiten zijn lezingen en forums over zijn boek aangekondigd.

Prestatie

Afgezien van de wetenschappelijke prestatie heeft Scheele met dit boek een dubieus product. Schrijven is een kunst en die beheerst hij niet. Het lijkt alsof Scheele nauwelijks een middel onbenut heeft gelaten om lezers de wenkbrauwen te laten fronsen. Een boek maken is niet hetzelfde als een tv-programma in elkaar draaien.

In de eerste plaats leest het boek niet lekker weg. Verzamelingen van alinea's, veelal van elkaar gescheiden door een witregel, zijn aaneengeregen tot hoofdstukken, die dan weer minutieus onderverdeeld zijn in bijvoorbeeld de paragrafen 6.4.1 tot en met 6.4.11. En als dat zo uitkomt, zijn paragrafen weer opgesplitst in onderdelen met behulp van letters. Daarmee lijkt "Degeneratie" een soort schoolboek, maar dat is het bij nader inzien ook weer niet. Daarvoor doet Scheele veel te ingewikkeld. Een hoofdstuk als "Openingsakte van het biokosmisch drama" heeft hij waarschijnlijk geschreven om in een luchtige vorm een probleem aan te pakken. Met het opvoeren van personages als Koning Entropie, Meester Oplichter Mutatie, Nar Toeval en Engel Natuurlijke Selectie ontstaat er echter een verhaal dat de gemiddelde havo-4-leerling boven de pet gaat. Zeker als hij dan twee hoofdstukken verder ook nog Eeneiïge Tweelingbroer Mutatie Regulator-Gen, Oom van Duplicatie tot Divergentie, Oom Transposon en de Jumping Genes tegenkomt.

Verder doet Scheele links en rechts uitspraken waarmee hij de geloofwaardigheid van zijn product naar beneden haalt. Een paar voorbeelden: "De meest (...) intelligente man van Nederland is prof. dr. dr. dr. Ouweneel...", "Zal ik een heel krasse uitspraak doen, die de kranten kan halen", "De grootste bezwaren tegen de ideeën van dit boek zullen niet van wetenschappelijke aard zijn, maar van (verborgen) religieuze aard..." of, nog erger: "Het leven zou een stuk makkelijker zijn, Midas, wanneer mensen zoals jij de arrogantie niet hadden om net te doen alsof hun scherpe, maar enge manier van naar de wereld kijken de enige juiste is". Jammer dat Scheele de zaak niet op een volwassen manier heeft aangepakt. De nu gekozen vorm doet de discussie tussen creationisten en evolutionisten waarschijnlijk geen goed. Dit alles neemt niet weg dat de schrijver een aantal belangrijke bezwaren tegen de evolutietheorie op een goed onderbouwde manier weer eens op papier heeft gezet. Echter, vrijwel elke redactiechef bij een krant zou tegen een redacteur met zo'n manuscript zeggen: Aardige opzet, maak er nu nog een goed verhaal van.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.