+ Meer informatie

Pastoraat aan eenoudergezinnen

11 minuten leestijd

Verantwoording

Eenoudergezinnen komen in elke gemeente voor. Ouderling en predikant hebben er regelmatig mee te maken. Misschien moet ik ook zeggen: krijgen er steeds méér mee te maken. Ik beschik niet over recente cijfers, maar de cijfers die ik heb lijken dat laatste zeker te bevestigen.

In 1971 is in Amsterdam vastgesteld dat één op de twaalf gezinnen een eenoudergezin was. In 1978 was dat getal opgelopen tot één op zes. Hoe het nu is, weet ik niet, maar ongetwijfeld is het aantal eenoudergezinnen aanzienlijk toegenomen.

Deze cijfers betreffen de totale stedelijke situatie en zijn nauwelijks van toepassing op - zeg maar - onze kring. Immers, de visie op huwelijk en gezin enerzijds en op echtscheiding anderzijds speelt hierin toch ook een belangrijke rol. Eenoudergezinnen ten gevolge van scheiding zullen in onze kring toch nog minder voorkomen dan buiten onze kring. En ik denk, dat wij in het pastoraat zo goed als nooit te maken hebben met voorstanders van het bewust ongehuwd ouderschap.

Maar al bij al lijkt me toch toe, dat we ook in onze kring meer met eenoudergezinnen te maken hebben of krijgen dan voorheen het geval was.

Dat deze gezinnen extra pastoraat behoeven lijkt me vanzelfsprekend. Aparte aandacht hiervoor in Ambtelijk Contact is daarom op z’n plaats.

En - naar ik begrepen heb van de redactie - aandacht in de vorm van een artikel dat niet de pretentie behoeft te hebben een diepgaande studie te bieden over de problematiek in en rond eenoudergezinnen, met daarbij pasklare antwoorden voor het pastoraat. Was dat de bedoeling, dan had de redactie een andere scribent moeten zoeken, gesteld dat het mogelijk is om over dit onderwerp zo beslist en afdoend te schrijven.

Maar er bleek behoefte te zijn aan een verhaal „uit de praktijk”, waarschijnlijk om niet alleen speciale aandacht te vragen voor dit bijzondere pastoraat, maar ook om verdere bezinning hierover op gang te brengen.

Als dat bereikt mag worden met deze woorden is dat winst voor hen die dit pastoraat beoefenen èn voor hen die het behoeven, de eenoudergezinnen dus.

Onderscheid

Er zijn eenoudergezinnen, waarvan één van de partners door de dood is weggevallen. Er zijn ook eenoudergezinnen ten gevolge van een echtscheiding (tussen haakjes: ik laat de categorie die voor bewust ongehuwd ouderschap kiest, buiten beschouwing, als zijnde niet van toepassing voor de ambtelijke praktijk in onze kerken).

Het lijkt me belangrijk bovengenoemd onderscheid in het oog te houden. Niet dat dit onderscheid bepalend is voor de noodzaak van pastoraat. Zeer zeker niet! Beide categorieën hebben evenveel recht op en behoefte aan extra zorg. Maar de vragen die aan de orde komen en ook de problemen die spelen, zullen nogal verschillend zijn.

De vragen rond verdriet, gemis, rouwproces, ziekte en dood vereisen een andere benadering dan de vragen rond huwelijk, rolverdeling, verstoorde relatie, scheiding en de plaats van de kinderen in het geheel.

Ging er aan het sterven een ziekbed vooraf, dan zal de bijzondere pastorale zorg zich vanaf die tijd al gepresenteerd hebben. Daardoor zal ongetwijfeld al een bijzondere vertrouwensrelatie ontstaan zijn met de pastor.

In echtscheidingssituaties is echter - zo is mijn ervaring tenminste - vaak in een zeer laat of te laat stadium een beroep gedaan op de pastor, waardoor zijn betrokkenheid bij het gezin heel anders tot stand komt.

In het algemeen zal men bij ziekte en zeker bij ziekte, waarvan het zeker is dat de dood zal volgen, eerder een beroep doen op pastorale bijstand dan bij ontwrichting van een huwelijk en als gevolg daarvan een scheiding.

Toch zullen voor een groot deel de vragen van de kinderen in deze verschillende situaties gelijk zijn. En als we dus spreken van een eenoudergezin, veronderstellen we dus ook de aanwezigheid van kinderen, die in ontwikkeling en opvoeding één van de ouders missen. Zij behoeven in ieder geval extra zorg.

Problematiek

De vragen rond de eenoudergezinnen hebben een maatschappelijke, materiële, emotionele en godsdienstige kant.

Een 33-jarige vrouw zei: „Mijn sociaal leven is na de dood van mijn man tot het nulpunt gedaald. In het begin werd ik nog wel eens opgebeld, maar later viel dat weg. Hoe vaak er niet gezegd is: we komen gauw eens langs, weet ik niet, maar er kwam haast nooit wat van terecht. Onze vrienden van vroeger zijn over het algemeen echtparen, die een alleenstaande vrouw moeilijk kunnen plaatsen”.

Dit maatschappelijk isolement heeft bij alle narigheid, die men toch al moest verwerken, bij velen het verdriet ontzettend vermeerderd. Daardoor zal men nog moeilijker het hoofd kunnen bieden tegen de pijn van het gemis van de ander. Die emotionele kant is van buitenaf niet te peilen, maar mag onder geen beding miskend of met cliché’s afgedaan worden.

Als de financiële en materiele positie door het wegvallen van één van de ouders nog eens extra moeilijk wordt, laat het zich verstaan, dat de situatie van zo’n eenoudergezin er één is van zeer veel zorg en beperkingen.

Dat alles staat niet los van het geloofsleven. Er moet een complexe problematiek verwerkt worden en dat grijpt heel diep in. Ook in geloof en gebed.

Kortom, de steun van de ander ontbreekt, de zorgen vermenigvuldigen zich intussen constant, het klankbord vlak bij en verder weg ontbreekt - dat zal ongemerkt een vra-gencomplex opleveren, waar op z’n minst het pastoraat de helpende hand in moet bieden.

Pastoraat

Het is vanzelfsprekend, dat eenoudergezinnen extra pastorale zorg behoeven. Dat betekent in de eerste plaats een intensief contact, wellicht op gang gekomen vóórdat de eenoudersituatie een feit werd. In een echtscheidingssituatie zullen er emotioneel en geestelijk andere problemen zijn dan wanneer één van beide ouders door overlijden is weggevallen. Niettemin zal er een vertrouwensrelatie moeten zijn tussen deze gezinnen en de predikant en/of wijkouderling. Met nadruk wil ik er hier op wijzen dat bij het spreken van pastoraat in dit verband dat pastoraat nooit los gezien mag worden van het diaconaat. Het lijkt me derhalve onmogelijk om met name in betrekking tot de problematiek van eenoudergezinnen pastoraat en diaconaat te scheiden.

In veel gevallen zal vooral de pastor de contacten hebben en onderhouden, maar daarbij zal rechtstreeks of indirect toch ook zeker de wijkouderling betrokken moeten worden. Het pastoraat betreft in ieder geval twee kanten: het pastoraat aan de ouder èn het pastoraat aan de kinderen.

De jeugdouderling zal dan ook in betrekking tot eenoudergezinnen in veel gevallen -vooral bij opgroeiende kinderen - zijn eigen verantwoordelijkheid en taak hebben. Het lijkt me belangrijk, dat er goed en regelmatig overleg is tussen predikant, wijkouderling, wijkdiaken en zo nodig de jeugdouderling om de zorg voor het eenoudergezin zo evenwichtig en breed mogelijk te behartigen.

Het kan zelfs heel vaak goed zijn om, waar nodig en gewenst, de hulp in te roepen van die kring dames in de gemeente, die op het terrein van aandacht, zorg en contact zich bijzonder inzetten.

Zorgvuldig

Altijd, maar zeker ten aanzien van deze kwetsbare gezinnen dienen pastoraat en begeleiding zeer zorgvuldig te geschieden.

De initiatieven tot dit pastoraat gaan uiteraard uit van de kant van hen die daarvoor verantwoordelijk zijn. In de praktijk zal dat in eerste instantie de predikant zijn. Daarnaast moet het bij de ouder en ook bij de kinderen in dit eenoudergezin volstrekt duidelijk zijn, dat ze altijd een beroep moeten kunnen doen op de pastor. Tevens moet de relatie zo zijn of worden, dat het geen moeite kost om vertrouwen te geven en te ontvangen. Dat vertrouwen zal de pastorale hulp en begeleiding ten goede komen. Pastorale zorg mag zeker niet betekenen, dat het in de gesprekken altijd gaat over de vragen rond geloof en geestelijk leven.

Pastorale zorg zal beginnen met een open oor voor het geheel van vragen, waarmee de ander worstelt. Omdat pastoraat derhalve voor het grootste deel uit luisteren bestaat, zal deze houding ook bepalend zijn voor de vormgeving ervan.

Niet bepalend voor de inhoud, wel voor de wijze waarop de pastor op de vragen ingaat en daarin meedenkt.

Doorslaggevend in èlk pastoraat, maar zeker ook in het pastoraat aan eenoudergezinnen, is niet de deskundigheid en geschooldheid. Die zouden een rem kunnen zijn vanwege de gevoeligheid van de vragen. Maar doorslaggevend is het begrip, het invoelen, het meedenken, het meevoelen, kortom het luisteren.

Dat kan betekenen, dat geadviseerd moet worden toch een bepaalde deskundigheid van buitenaf in te schakelen. Het kan ook betekenen om voor te stellen een beroep te doen op anderen in kerkeraad en gemeente, die op meer specifieke vragen kunnen inspelen. Maar nooit buiten de betrokkene om, altijd in goed overleg.

Zorgvuldig, duidelijk en met veel tact.

Openhartig

Er spelen in eenoudergezinnen problemen, die als vanzelf om openhartigheid vragen. Openhartigheid graag aan beide kanten, maar toch vooral aan de kant van de ouder en/ of kinderen.

Die openhartigheid geldt de verwerking van het feit, dat er een lege plaats is, geldt de relatie tot de kinderen en omgekeerd, geldt de plannen voor en verwachting van de toekomst, geldt die aspecten, waarvoor toch zeker een vertrouwensrelatie nodig is en geldt tenslotte niet in het minst de geloofsrelatie met alle gevoelens en ervaringen van dien.

Openhartigheid heeft weer met dat luisteren te maken, maar ook met de gevoelsmatige kant van de zaak. Hier zal een stuk ervaring en wijsheid geweldig veel diensten kunnen bewijzen aan de pastor. Hoewel de wijsheid niet automatisch meegroeit met het aantal dienstjaren.

Pastoraat aan eenoudergezinnen is niet het gemakkelijkste in het geheel van het pastorale werk. Zeker als schuldgevoelens en verwerkingsprocessen moeilijk te herkennen en te analyseren reacties oproepen. De pastor is dan ook bijzonder gebaat bij een sfeer en houding, waarin er geen belemmering is voor die openhartigheid. Immers daardoor kan hij dieper peilen en beter ingaan op de problemen waardoor voorkomen wordt dat het gesprek opgaat in algemeenheden en dooddoeners.

Bijzonder

Pastoraat aan eenoudergezinnen is in feite bijzonder pastoraat. Deze gezinnen onderscheiden zich immers wat de problematiek betreft sterk van andere gezinnen.

Er is een éénoudersituatie, wat daar ook de oorzaak van was. Er zijn kinderen. Er is een lege plaats, met alle verdriet en moeite die daarmee samenhangen.

Afhankelijk van hun leeftijd zal het contact met deze gezinnen minstens zo nadrukkelijk de kinderen als de ouder moeten gelden. Dat betekent dat de gesprekken niet slechts met de ouder maar ook met de kinderen en met het gezin als geheel gevoerd moeten worden. De gesprekken zelf zullen een meer specifiek karakter dragen omdat in de situatie van dit gezin ook geheel eigen vragen spelen.

Standaardoplossingen zijn altijd al bedenkelijk, maar hier zeker ontoelaatbaar. Het is goed om er rekening mee te houden, dat de zaken die bij het pastoraat aan eenoudergezinnen aan de orde komen van uiteenlopend karakter kunnen zijn en een veel breder terrein raken dan doorgaans het geval is.

In veel gevallen is er sprake van een rouwverwerking en van psychische processen, maar ook heel vaak van maatschappelijke en materiële problemen. Er spelen vragen rond opvoeding en onderwijs van de kinderen. Er komen dingen aan de orde, die te maken hebben met de vroegere situatie maar ook met de toekomst die onzeker is.

Kortom, een veel breder en daardoor toch ook weer specifieker en dus bijzonder pastoraat. Zoals hierboven al gezegd, zal dat kunnen leiden tot de overweging om - voor zover mogelijk - de zorg voor eenoudergezinnen niet louter bij de predikant te laten rusten, maar bij de begeleiding zoveel mogelijk de inbreng van anderen uit de kring van kerkeraad en gemeente of zelfs daarbuiten een rol te laten spelen.

Pastoraal

Het lijkt een overbodigheid als ik stel dat het pastoraat aan eenoudergezinnen pastoraal moet zijn. Maar ik bedoel daarmee, dat de pastor in al zijn gesprekken ten diepste leiding geeft vanuit de eigen motieven van het pastoraat. Als pastor wil je immers de mond van Christus zijn en het verlengstuk van Zijn zorg.

Typerend daarvoor is het geduld en de oplettendheid van de herder. Een herder jaagt niet op en drijft niet driftig voort. Maar hij geeft - bijna onopvallend - toch nadrukkelijk leiding en die leiding wordt gekenmerkt door zorg en liefde.

Dit pastoraat kan en mag zich daarom nooit verliezen in moralisme, gepreek, negativisme, dooddoeners en algemeenheden.

Pastoraat is toch niet anders dan willen behouden en begeleiden zoals een herder zijn kudde. Dat vraagt inzet en beschikbaarheid, dat vraagt volharding en trouw. Ook al lijkt de agenda daartoe niet de ruimte te geven. Dan toch !

De eenvoud waarmee de pastor zich inzet voor het welzijn van dit gezin - welzijn in de volle betekenis van het woord - moet corresponderen met de eenvoud van het geloof en de duidelijkheid van de zorg van de Pastor bij uitstek.

Zoals gezegd, het pastoraat aan eenoudergezinnen is niet het gemakkelijkste werk. Er zijn trouwens ook geen regels en recepten voor te geven.

Een verhaal als dit moet noodzakelijkerwijs toch te veel theoretisch zijn en te weinig praktisch. Menig pastor zal intussen juist bij de veel vragende gesprekken met eenoudergezinnen zich realiseren tot dit werk niet bekwaam te zijn. Al zijn deskundigheid en ervaring ten spijt.

Zo ooit, dan juist hier is de leiding van de Heilige Geest onmisbaar om juist daardoor ,,in helder inzicht en in alle fijngevoeligheid te onderscheiden, waarop het aankomt” (Philipp. 1 : 10). Deze woorden van Paulus inzake de christelijke levenswandel van de Philippenzen zijn uiteindelijk ook zeer van toepassing op het moeilijke, maar belangrijke pastoraat aan de eenoudergezinnen in de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.