+ Meer informatie

DE TELEVISIE

6 minuten leestijd

Om het smalle pad van de vreze des Heeren. Het pad van de vreze des Heeren is smal. Dit betekent niet dat er geen ruimte is in de beleving van de vreze Gods. Gods gebod is zeer wijd voor de waarachtige liefhebbers. Gods dienst is een zalige dienst. Daar is een geestelijke blijdschap in Gods getuigenissen, die de meest bijzondere vergezichten ontsluit. Psalm 119 is waar in worsteling en uitzicht en wordt beleefd door die Gods Naam beminnen. Daarom weet een „wettische” godsdienst niets af van de wezenlijke vreugde in de dienst des Heeren.

Toch blijft het daarom waar, dat het pad van de vreze Gods smal is. Op dat pad wordt het nauw genomen met de zonde en nauw genomen met het gebod. Gods geboden zijn daar niet uitgeschakeld en nog minder wordt daar met een beroep op het Evangelie aan de wet de kracht ontnomen. Hoe zou dit trouwens kunnen, want de dichter van Psalm 119 betuigt het: „Ik zal Uw bevelen overdenken en op Uw paden letten”.

Dat pad van de vreze des Heeren is in de wereld niet geliefd. Daarom is het mede ook zo smal voor hen die het gaan. Het kan van de wereld feitelijk ook niet anders verwacht worden. Maar in het midden van de kerk des Heeren mag het wel anders verwacht worden. Daar behoort het zelfs zo te zijn, dat dit smalle pad de kerk tot een eigensoortige gemeenschap maakt. Niet hoogmoedig tegenover de wereld, integendeel bewogen met het lot van de wereld. En toch bewarend de scheiding met de wereld der zonde in eigen stijl naar het pad van Gods geboden.

Bij alle vragen rondom de televisie te stellen en alle antwoorden die daarop gegeven kunnen worden gaat het uiteindelijk toch om de bewaring bij dit pad van Gods geboden. We hebben geprobeerd enkele aspekten van de t.v. en het gebruik daarvan te bezien, maar willen heel graag de nadruk erop leggen, dat het ons juist om dit pad begonnen is. Zonder omwegen menen we het niet anders te mogen zeggen dat bij de huidige stand van zaken de televisie ondermijnend is voor de eigen stijl naar het smalle pad van Gods geboden. Het merendeel van het vertoonde voor het televisie-scherm is amusement en het andere geeft nog weinig goeds.

Laats las ik een bespreking van een christelijk dagblad over een stuk vertoond voor de t.v. door de VPRO. Je wrijft je ogen uit van verbazing als je het kommentaar leest. Het ging over een toneelstuk „de Meiden” van een Franse schrijver. Van bedoelde schrijver wordt verteld in dit kommentaar, dat hij in de onderste lagen van de samenleving geleefd heeft. Door diefstal, smokkelarij en desertie heeft hij in gevangenissen gezeten. Het toneelstuk bevat ook allerlei passages met een rauwe en dubbelzinnige taal en is vol afstotelijke gebeurtenissen. De wegen der zonde worden er niet in verborgen gehouden. Niettemin weet de kommentator rustig te schrijven dat bedoelde schrijver een moralist is, die de hem aangewreven naam „dichter van het kwaad” niet verdient. Hij zou deze walgelijke wantoestanden tonen om het voor de verdrukte op te nemen!

Iemand die dit stuk gezien had - zelf in bezit van een t.v. en dus mijn mening niet delend om zo’n ding buiten huis te houden zei tegen mij, dat het een door en door slecht stuk was. Maar helaas luidt het advies van de christelijke krnnt niet positief neen. Heel slap staat er aan het eind van dit kommentaar: „Vergeet u vooral niet, dat niemand u vanavond verplicht dit stuk te zien. Indien u meent, beter geen notie te kunnen nemen van dit exclusief toneelspel en zijn schrijver, dan kunt u op Ned. 2 bij de AVRO Wild west zien”. Dat is het erge, wat strijdt tegen Gods wil en Wet wordt exclusief genoemd. De geboden des Heeren worden zo heel rustig van kracht beroofd. En zeg dan niet, dat het zoveel beter is b.v. bij de NCRV. Gradueel moge het beter zijn, maar principieel is het verschil zo bijster klein, ’t Is geen wonder dat er de laatste tijd van bepaalde zijde veel verzet gerezen is tegen wat er wel en wat er niet door deze omroepvereniging vertoond wordt. En nu nemen wij het niet op voor de vorm en inhoud yan de zgn. „open brief aan iedere christen”, die in verschillende bladen te lezen was. Zelfs vrezen we dat de achtergrond van dit optreden de onze niet is. Echter tekenend is toch de kritiek, dat de naam christelijk weinig uit komt in wat genoemde omroepvereniging biedt.

Helaas beantwoordt dit alles aan de schuwheid voor het pad van Gods geboden. De strakke lijnen van Gods Wet liggen de mens niet. En het ergste is dat er een bepaald soort godsdienst is dat op een „vrome” manier die strakke lijnen verbreekt. Smalend wordt neergezien op hen, die de stijl naar Gods Wet wensen te handhaven in hun leven. Het eerste woord dat valt is: wettisch. We moeten evangelisch leven en wandelen! Vanuit het evangelie vallen de geboden in hun eisende vorm weg. En het moeilijke is, dat hier met bepaalde waarheids-elementen gewerkt wordt. In he licht van Gods genade worden geboden beloften. Niets op tegen om het zo te zeggen. Alleen: zodra het vlees dit gebruikt zonder de vreze Gods, deugt het niet. Wie het werkelijk beleeft, blijft ver van de paden der zonde en bemint de stijl van Gods Wet in de liefde van het hart.

Dit smalle pad van de vreze des Heeren heeft de Heere alle eeuwen in het hart van Zijn kerk gelegd. Calvijn streed tegen de eigengerechtigheid van Rome, maar evenzeer tegen de lichtzinnigheid van de libertijnen, ’t Is bekend hoe hij krachtig gestreden heeft tegen kaarten en dansen.

En Luther? Het doet het weer om zich op Luther te beroepen voor een zeer gemakkelijke levenshouding. Misschien hebt u wel eens gelezen dat Luther ergens schrijft, dat er een tijd zal komen, waarin niemand meer naar Gods Wet zal vragen, waarin iedereen de tien woorden zal verwerpen in trotsheid en zijn weg zal gaan met een gestolen Evangelie...... Zeg het mij eens: was Kohlbrugge een wettisch prediker? En die prediker van de enige gerechtigheid, die redt van de dood, schreef eens over zijn gemeente: „Mijne geliefden, waar is de wet? „Genade”, „Geloof”, „Heere Jezus” ja, dat zijn schone woorden, waarmee men graag een slecht geweten gerust wil stellen en dan tevens dingen aan de hand houden, die niet deugen”.

Niet indringend genoeg kan de stem van zovelen uit de tijd van de Reformatie, Nadere Reformatie en daarna klinken om het pad van Gods geboden naar Gods Woord te wijzen. Het verstaan daarvan hebben wij zo broodnodig. Want de eisen van God blijven onveranderd. En de vreze Gods zoekt ze te betrachten om de zonde te haten en te vlieden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.