+ Meer informatie

De Heidelberpe Catechismus

6 minuten leestijd

liet ontstaan.

(9).

Er is veel geschreven over het ontstaan van de Ileidelbergse Catechismus en nog steeds heerst er niet bij de onderzoekers in alle punten overeenstemming. Dit vindt ten dele zijn oorzaak in de vele oorlogen, die Heidelberg en omgeving in cle loop der eeuwen geteisterd hebben. Daardoor is een onherstelbare schade aangericht in de archieven van de universiteit aldaar en in tal van kostbare bibliotheken. Wat schuilt nog hier en daar weg? Hoe gaarne zouden wij de acta van de Synode van Heidelberg van januari 1563 in ons bezit hebben, om meer bijzonderheden te horen over het ontstaan van cle eindredaktie van de Heidelbergse Catechismus! Of authentieke gegevens uit cle correspondentie van Ursinus en Olevianus! Als de keizerlijke generaal Tilly in de 30-jarige oorlog (1618—1648) Heidelberg verovert, schenkt hij o.a. cle kostbare bibliotheek aan de paus en beveelt de predikanten cle stad te verlaten. Zijn er nog onuitgegeven authentieke stukken inzake de Heidelbergse Catechismus in de bibliotheek van het Vatieaan? Er is nog nooit bij ons weten een antwoord op deze vraag gegeven.

Door het ontbreken van authentieke gegevens heerst er ook geen eenstemmigheid over het aandeel, dat de twee opstellers ieder voor zich in het werk gehad heeft. Tegenwoordig neigt men meer algemeen ertoe, om Ursinus het leeuwenaandeel toe te schrijven. Met stelligheid weet men althans van hem, dat hij twee voorontwerpen schreef.

Olevianus heeft volgens velen een zeer belangrijk aandeel gehad in cle eindredaktie, in cle rangschikking en ordening der stof, in het persoonlijk karakter der vragen en antwoorden, in cle meer populaire zegswijze.

Alen moet echter niet uit het oog verliezen, dat bij de eindredaktie celen hun invloed hebben doen gelden en Ursinus zelf zal ook wel niet stilgezeten hebben. Er zal winst gedaan zijn met alle opbouwende critiek. Samensprekingen over de concepten zullen voorafgegaan zijn aan de aanbieding van het ontwerp aan de synode en deze laatste heeft zich er ook nog 5 dagen lang mee bezig gehouden.

Een vaststaand feit is, clat de Heidelbergse Catechismus een Gereformeerd leerboek is geworden. Hij vertoont tal van mooie trekken. Hij spreekt tot het hart, tot verstand en wil; heeft een eigenaardige kracht en zalving; spreekt de lezer zeer persoonlijk aan; geeft heldere, scherpe en toch populaire definities; bezigt een waardige, krachtige en eenvoudige stijl; vertoont een wijs, paedagogisch inzicht en was oorspronkelijk in een meeslepend populair duits geschreven. Het troostkarakter, cle vertrouwensvolle belijdenistoon, het is ons alles welbekend. Nergens, in enige catechismus, is zulk een prachtige, korte samenvatting van ons christelijk geloof te vinden als in de eerste vraag van dit leerboek. De inhoud van eens Christens troost in leven en in sterven is hier onovertroffen samengevat.

Na deze voorbeschouwingen wordt het tijd om cle draad van cle geschiedenis weer op te nemen.

In het midden van 1562 aanvaardden de beide godgeleerden Caspar Olevianus (26 jaar) en Zacharias Ursinus (28 jaar) cle opdracht van keurvorst Frederik III van de Paltz. Deze opdracht was, , een leerboekje op te stellen, dat in de kerken en op de scholen gebruikt zou kunnen worden om cle jeugd godzalig te onderwijzen in cle Christelijke leer en ook de Evangeliepredikers en schoolonderwijzers een zekere en vaste leiddraad en maatstaf voor het onderricht in handen te geven, een en ander tot bevordering van tijdelijke en eeuwige welvaart."

De beide opstellers hebben onafhankelijk van elkaar gewerkt. Elk volgde zijn eigen gedachten. Beiden hebben echter gebruik gemaakt van de bestaande catechetische litteratuur uit de Gereformeerde kerken van die dagen uit Straatsburg, Bazel, Zürich, Genève, Emden en Londen. Zo kon men zijn winst doen met wat mannen als Bullinger, Leo Judae, Oecolampadius, Butzer, Capito, Calvijn, a Lasco en Micron geschreven hadden. Het beste is uit deze bronnen samengelezen en omgebouwd tot een nieuwe Catechismus, clie voortreffelijke eigenschappen bezat en in cle loop der

eeuwen zijn waarde en betekenis duidelijk heeft gedemonstreerd.

Zij verzuimden echter, een plan te ontwerpen om niet te veel van elkaar te verschillen. Het gevolg was, dat hun resultaten zeer uiteenliepen. Wel was de leer in beide hoofdzakelijk dezelfde, maar in leerwijze en manier van behandeling was een groot verschil.

Olevianus schreef een soort opstel, dat een duidelijke en eenvoudige ontwikkeling van het verbond der genade inhield. Ursinus daarentegen maakte als vóórarbeid in het latijn een grote en een kleine catechismus klaar. De grote noemde hij Major, de kleine Mirior. De eerste was voor hen, die reeds enige vorderingen gemaakt hadden, de andere voor kinderen en eerstbeginnenden. Hij oordeelde, dat het beslist onmogelijk was één leerboek te vervaardigen, dat voor ieder, zonder onderscheid van leeftijd en kennis, te gebruiken was.

Ursinus deed dus meer, dan van hem gevraagd was. De Major en de Minor zijn in het Nederlands vertaald door o.a. ds. G. Bouwmeester. De Major werd in 1941 in boekvorm uitgegeven bij J. H. Kok te Kampen.

Ursinus heeft in deze beide werken de christelijke leer behandeld in drie hoofdstukken: 's mensen ellende, verlossing en dankbaarheid.

Toen de opstellers met hun werk klaar waren, ontdekten ze het grote verschil. Doch de zachtmoedige Olevianus erkende volmondig, dat de arbeid van zijn ambtgenoot voortreffelijker was dan het zijne, zodat Ursinus' opstel, wat de vorm betreft, aangehouden werd.

Uit de Major en de Minor werd nu door beide godgeleerden de uiteindelijke Heidelbergse Catechismus opgesteld. Vergelijken we de drie boekjes, dan valt ons op, dat de taalopzet van onze Heidelberger het meest lijkt op Ursinus' Minor. De gedachtengang is dus in hoofdzaak van Ursinus. Olevianus maakte echter van de onderscheidene stukken één geheel. Ook op taal en stijl moet hij een beslissende invloed gehad hebben.

Toen werd het werk aan de keurvorst ter inzage gegeven, die het aandachtig bestudeerd heeft en zelfs wijzigingen heeft aangebracht. Zo werd op zijn bevel het antwoord op vraag 78 veranderd. De vraag luidt: Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus?

Het antwoord was oorspronkelijk: „Eben so wenig als zuvoren aufs dem Leib Christi ein wesentlich natürlich Brodt worden ist, da er sich ein wahres Brodt genennet hat, und ist dennoch wahrhaftig in seinen Worten blieben." De keurvorst wilde dit veranderd zien, , opdat, " zoals hij zei, „men niet mocht denken, dat men van het sacrament alleen een gelijkenis of beeld wilde maken." Het antwoord werd toen, zoals het thans luidt en dat ontleend is aan Melanchton.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.