+ Meer informatie

Palestijnen: ,,Zionisten weg: alle problemen opgelost" Israëli's: ,,Men wil ons land onder heerschappij van islam''

12 minuten leestijd

De Golfoorlog is voorbij. De hoogste tijd om aandacht te schenken aan problemen die tot vlak voor de 15e januari hoog op de nieuwsagenda stonden genoteerd. Bovenaan de lijst prijkt de naam van een zich al jaren voortslepend probleem: de Palestijnse kwestie. Dat vormt —naast de weigering van de meeste Arabische landen om Israël als staat te erkennen binnen veilige grenzen— een van de belangrijkste onderdelen van het Arabisch-Israëlisch conflict. Wie zijn de Palestijnen, hoe tracht men het ideaal van een eigen staat na te streven en het belangrijkste: is er een oplossing voor dit probleem? André Diepenbroek probeerde in Israël een antwoord te vinden op deze vragen. In een driedelige serie belicht hij heden en verleden van de Palestijnse kwestie.

Volgens de meeste politici is nu, zo kort na het beëindigen van de Golfoorlog, de tijd rijp om tot een goede oplossing van het Palestijnse probleem te komen. ,,Het eigenlijke probleem is dat er twee volken zijn voor één stuk land'', verklaart dr. Jehojada Halm, plaatsvervangend directeur van het Centrum voor Politieke Research van het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken in Jeruzalem. „Wat voor Israël erg belangrijk is bij elke eventuele onderhandeling, is erkenning van het feit dat we hier te maken hebben met twee problemen. Ons grootste en belangrijkste probleem is het Arabisch-Israëlisch conflict. Het betreft hier de totale weigering om ons bestaan hier in Israël te erkennen. Deze weigering houdt direct verband met het ideaal van iedere 'echte' Arabier: de Arabische eenheid. Wij worden door hen verafschuwd omdat men ons ziet als de uitvalsbasis van het imperialisme dat gericht is tegen de Arabische natie. Daarom is alles wat wij doen verdacht, omdat er een verkeerde bedoeling achter al ons handelen is. Er is dus enerzijds sprake van een conflict tussen culturen: de "zionistische en imperialistische" (westerse) cultuur en de Arabische cultuur."

Islam
,, Er is nog een andere oorzaak voor de Palestijnse kwestie", vervolgt Halm na een korte pauze. ,,Die andere oorzaak is van religieuze aard. Het islamitische geloof is meer dan alleen maar een levensbeschouwing. Als je zegt "Arabisch", dan zegje "islamitisch"; zegje "Arabier", dan zegje "islamiet. '' De islam is niet alleen maar een geloof, het is een manier van leven! Eeuwen en eeuwen behoorde dit land tot de wereld van de islam. Jeruzalem werd zelfs een heilige stad! Wat wij hier doen is het ontheiligen en ontroven van grondgebied aan de islam. Dit land behoorde bij deze wereld en moet daar weer bij gaan horen. Alle heidenen en schenders van de islam moeten (met het zwaard) verdreven worden. Deze houding zie je heel sterk terug bij de moslimfundamentalistische organisatie HAMAS. Deze op de PLO na grootste organisatie wil ons —nog steeds— zo snel mogelijk uitroeien. Dit was ook eigenlijk — en misschien heel ver wegde achterliggende gedachte van vrijwel alle Arabieren tijdens de laatste oorlog. Er was overal in de Arabische wereld —en zelfs in Egypte waar we in 1979 vrede mee sloten - zo veel genoegen en zo veel vreugde over de raketinslagen. Daarom reageerden we onmiddellijk toen president Sadat van Egypte over vrede begon te praten. Hij stelde het heel simpel: ik wil vrede, maar dit is de prijs. Hij kreeg alles; niet 80 of 90 procent! Alles! Dit is onze grote angst. Hoe kunnen we over vrede praten als men ons weigert te erkennen? Wat ik wil, wat wij willen is maar één ding: overieven. Daarom zeg ik dat het Israëlisch-Arabische conflict ernstiger is dan het Israëlisch-Palestijnse. Ik durf te zeggen dat de oplossing van het ene probleem de oplossing van het andere tot gevolg zou hebben. Daarom houden we de bezetting van Gaza, Judea en Samaria nog steeds vol. Het Palestijnse terrorisme kan mij doden..., maar het kan niet een staat doden...!"

Vreedzaam
Hoewel het Palestijnse probleem 'maar' een onderdeel is van het IsraëlischArabische conflict, is het zeker geen onbelangrijk deel. We weten immers allemaal dat de Palestijnen een eigen staat eisen en dat men deze eis kracht bij zet met terrorisme vroeger en opstand nu. Hoe is deze situatie ontstaan? De naam "Palestijnen" en het massale verlangen naar een eigen Palestina zijn twee zaken die in het begin van de jaren '60 ontstonden. Daarvóór waren zij Palestijnse Arabieren die onder Israëlisch bestuur redelijk vreedzaam leefden. De opstand van de Palestijnen is een verschijnsel dat nog maar kort geleden ontstond: pas in 1987. Daarvóór hoorde je ook wel van Palestijnen en hun daden, maar deze terroristen waren slechts een kleine minderheid, met maar weinig achterban in de Palestijnse gebieden. De Arabische bevolking pleegde gevangen terroristen zelfs uit te leveren aan de Israëlische autoriteiten! Door het aanvallen van alleriei burgerdoelen verwierf men ook weinig sympathie in de rest van de wereld.

Intifada
Pas toen de Palestijnse opstand in '87 uitbrak, kreeg iedereen veel meer belangstelling voor dit probleem. Een vraag die onmiddellijk opkomt is: Waarom pas opstand in 1987? De meeste Arabieren leefden immers al langer onder Israëlisch bestuur? Het ontstaan van de Palestijnse opstand, "intifada", heeft twee belangrijke oorzaken. In de eerste plaats is het een generatieprobleem. De oudere inwoners van de door Israël bezette gebieden vergeleken hun huidige situatie met die van voor de Israëlische bezetting. Na de oorlog van 1948 (Israëlische onafhankelijkheid) kwam een deel van de Arabische bevolking van Palestina onder Jordaans en een deel onder Egyptisch bestuur. Beide landen regeerden er niet zachtzinnig, terwijl bovendien werkloosheid en armoede (in de vluchtelingenkampen) vaak voorkwamen. Bij de Israëlische overname van deze gebieden na de Zesdaagse Oorlog van 1967 ontstond er werkgelegenheid voor de inwoners en een beperkte mate van vrijheid. Maar de nieuwe generatie Palestijnen is met andere maatstaven gaan meten. Men zag de geweldige rijkdom van mede-Arabieren in de Golfstaten en ook de redelijke welvaart in Israël zelf. Mede als gevolg daarvan gingen deze jongeren zich sterker nationalistisch opstellen dan hun ouders. Men zocht en vond een uitlaatklep voor deze maatschappelijke onvrede in de intifada: een gewelddadige opstand.

Baan kwijt
Een tweede belangrijke oorzaak van de intifada is het einde van de eerste Golfoorlog, tussen Iran en Irak. Veel Palestijnen werkten in de Golfstaten, die dik verdienden aan deze oorlog (olie en wapens). Na de oorlog is deze inkomstenbron weggevallen en verloren vele Palestijnse gastarbeiders hun baan. Maar deze baan maakte het hun mogelijk om iedere maand geld te zenden naar het thuisfront. Deze situatie heeft de onvredt ^.] de inwoners van de bezette gebieden verergerd. Kort na het ontstaan van de opstand verschenen de politieke organisaties onder • leiding van de PLO op het toneel met de bewering dat dit de langverwachte revolutie was tegen het Israëlische regime. Het Palestijnse volk zou nu het juk van de bezetting afwerpen. Volgens hen had de opstand niets met economie te maken, maar was het een politieke beweging.

Niets opgeleverd
Nu, ongeveer vier jaar later, heeft deze opstand nog niets voordeligs voor de Palestijnen opgeleverd. De verwachting dat Israël spoedig zou toegeven aan de internationale druk is ongegrond gebleken. Hoewel de opstand de Palestijnen veel sympathie opleverde, vertrok Israël geen spieren hield hardnekkig vol dat er niet over land kon worden onderhandeld zo lang er geen vrede en erkenning van Arabische zijde zou komen. Gedurende de jaren van onrust raakte de intifada het karakter van een volksopstand kwijt. Steeds meer -vooral oudere Palestijnen— kregen genoeg van een opstand die alleen maar een negatieve uitwerking had op het gehele leven. Deze beweging, die vooral op de westelijke Jordaanoever aanhang had, wilde de rust van voor de opstand terug en de —voomamelijk agrarische— bevolking wilde weer onder normale omstandigheden kunnen werken. Tegen deze ontwikkeling werd hard opgetreden door de politieke organisaties, die inmiddels hun greep op de bezette gebieden verstevigd hadden. Ieder die met de Israëli's samenwerkte of hen niet tegenwerkte, was een verrader en diende te worden 'opgeruimd'. Ook gematigde Palestijnse leiders werden aan de kant geschoven. Mede hierdoor en door de voortdurende indoctrinatie gingen de meeste Palestijnen de PLO en haar geestverwanten als enige spreekbuis van het volk 1> zien. Hoewel de oudere inwoners van de bezette gebieden genoeg hadden van de opstand, bleef de jeugd trouw aan de PLO en werd uiteindelijk de drager van de intifada. De opstand bleef voor hen de enige manier om hun onvrede met de bestaande situatie en hun haat tegen Israël gestalte te geven.

Argwanend
Wat zijn de directe gevolgen van deze schijnbaar uitzichtloze situatie? Is het al te laat om de neergaande spiraal van reactie op actie te doorbreken? Majoor Sumi Mutsafi, militair gouverneur van Gaza-stad, zei hierover op een persconferentie: „Ondanks alle terreur en haat proberen we het gewone leven in de bezette gebieden toch doorgang te laten vinden. Dat zie je ook nu weer. Minder dan een week na het neersteken van vier joodse vrouwen mogen alle werknemers uit de gebieden weer in Israël gaan werken. We proberen te voorkomen dat de gehele bevolking schade lijdt door het werk van een gek. Ook na afloop van de Golfoorlog hebben we geprobeerd om alles weer op z'n normale beloop te laten. Zo gingen deze week de scholen weer open." Bij nader onderzoek in de strook van Gaza blijkt toch niet alles te zijn zoals dat voor de oorlog was. Overal op en langs de wegen zijn controleposten opgericht, terwijl de Arabische bevolking zich uiterst argwanend opstelt tegenover iedere vreemdeling. Westerlingen zijn nu niet gewenst!...

Op je zenuwen
Opvallend is ook de eenzijdigheid en de gelijkheid van mening onder de verschillende groepen Palestijnen. Arabieren die al sinds de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 in Israël wonen denken precies hetzelfde als Arabieren in de Gazastrook; en samen hebben ze dezelfde ideeën als hun "Arabische broeder" van de Westoever. Bijna zonder uitzondering zijn dit de gebruikelijke PLO-geluiden, maar ook informele gesprekken op straat worden gekenmerkt door een vijandige haat tegen de "zionisten". Hun onmiddellijke vertrekt zou de beste en directe oplossing zijn voor „alle problemen in het Midden-Oosten", beweren velen. Korte tijd later wordt in het Arabische stadsdeel de daad bij het woord gevoegd, als een groep jongelui de ruimschoots aanwezige grenspolitie uitdaagt. Binnen korte tijd is het groepje uitgegroeid tot een kleine menigte, die steeds luider van zich laat horen. Geschreeuw en rook zijn voldoende tekenen voor de politie om versterking aan te laten rukken. Kort daarna arriveren ook de waterkanonnen. Als het geschreeuw een hoogtepunt bereikt, verschijnen er ook leden van de (para-militaire) grenspolitie op de daken van de openbare gebouwen. De geweren, geladen met plastic- of rubberkogels, worden zelfs al ontgrendeld. Plotseling, even snel als de menigte bij elkaar kwam, is alles voorbij en verspreidt de massa zich weer... zonder dat er sprake is van een echte confrontatie. Als ik langs een van de leden van de grenspolitie loop, voegt . hij me in het Engels toe: „Zo gaat dat de hele dag door. Het werkt op je zenuwen!" En gelijk heeft-ie!

Uitzichtloos
Een andere haard van verzet en afkeer vormen de vluchtelingenkampen. De levensstandaard is er zeer laag en de werkloosheid hoger dan in andere delen van de bezette gebieden. Deze factoren vormen de voedingsbodem voor haat en afkeer. In feite brak de intifada uit in een van de kampen in het Gaza-district: Jabalyia. Om een aantal redenen verlaat men de kampen niet, zelfs niet als daartoe de mogelijkheid bestaat. In Israël is het de bewoners van de kampen niet verboden om zich te vestigen in een van de vele nieuwbouwwoningen die de Israëlische regering bij de kampen liet bouwen. Allen blijven, deels uit angst voor represailles, deels omdat de officiële VN-vluchtelingenstatus bepaalde voordelen met zich meebrengt. In Palestijnse vluchtelingenkampen in het buitenland (Libanon, Syrië en Jordanië) ismen —behalve in Jordanië— gedwongen in de kampen te blijven, omdat men niet als burger in de gastlanden wordt opgenomen. Vaak worden de kampen in stand gehouden om de wereld te confronteren met de afschuwelijke gevolgen van het zionisme. De kampen zijn het symbool geworden van het Arabisch-Israëlisch conflict...

Om de tafel
Een oplossing voor het ingewikkelde probleem tussen joden en Arabieren is ongelooflijk moeilijk te vinden. Velen vragen zich af of het niet reeds te laat is. De kwestie speelt immers al zo' n 40 jaar en ieder jaar dat het conflict voortduurde kwamen de uitgangspunten van beide partijen verder van elkaar te liggen. Zo ook na afloop van de Golfoorlog. Tot voor kort was een kleine meerderheid van de Israëlische bevolking (zo'n 52%) bereid om directe besprekingen te gaan voeren met de PLO. Na de nogal dubieuze rol van PLO-leider Arafat in dat conflict is vrijwel niemand in Israël nog bereid om met hem of de PLO om de tafel te gaan zitten. ,, Aan de andere kant is het vreemd dat wij gaan bepalen met wie we gaan praten, wie de tegenpartij zal vertegenwoordigen'', meent een woordvoerder op het Israëlische Persvoorlichtingsagentschap in Jeruzalem. ,, Onderhandelen doe je immers niet me je vrienden? Daarom zullen we waarschijnlijk in de toekomst toch met de PLO in zee moeten gaan. Ik denk dat Amerikaanse druk nodig is aan beide zijden om de standpunten te versoepelen. Laten we hopen dat die druk snel komt, voordat iedereen zijn oude positie weer heeft ingenomen.''

Geen erkenning
En de tegenpartij? Is daar ook al sprake van een zekere oorlogsmoeheid? Vooralsnog is daar niets van te bespeuren. Een voorwaarde van Israëlische kant om te gaan praten is erkenning van Israëls recht om een eigen staat in het vroegere Palestijnse Mandaatgebied. Hoewel velen in de "onafhankelijkheidsverklaring" van 1988 van de Palestijnse Nationale Raad —het parlement in ballingschap— een erkenning van Israël hebben gelezen, hebben na die datum vele Palestijnse leiders herhaaldelijk gezegd dat hier absoluut geen sprake van is. George Habash, leider van het Volksfront, voor de bevrijding van Palestina (PFLP), de op een na grootste fractie binnen de PLO, zei hierover: ,,De besluiten van de Palestijnse Nationale Raad maakten op geen enkele manier melding van de erkenning van Israëls bestaansrecht. Leest u alstublieft de vlugschriften van de opstand, die ook niet vermeldden of erkenden dat Israël een recht van bestaan heeft... We hebben Israël niet erkend!"

Overleven
Abraham Jehoshua, de bekende schrijver van het boek "Naar een normaal joods bestaan'', zei eens over het joodse bestaansrecht: ,,Dat hele argument dat dit land van ons is geweest, 19 eeuwen geleden; al die historische, bijbelse rechten, dat is allemaal onzin. Kijk als dat zo is, hadden wij 19 eeuwen geleden een bordje op het land moeten zetten met de tekst: ,, Het joodse volk is even weg, maar is van plan terug te keren. Gelieve het land in de tussentijd met rust te laten." De enige reden waarom wij hier zijn, is om te overleven. Overleven, hier als joods volk, dat is ons recht. En dat is ook het enige argument dat de Arabieren zullen accepteren. Alle andere argumenten maken op die mensen geen enkele indruk. Natuurlijk niet, dat zou op ons ook geen enkele indruk maken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.