+ Meer informatie

De familie Osmeridae op drift

4 minuten leestijd

De familie Osmeridae uit de orde van de Zalmachtigen stort neer in de bun van de IJsselmeerkotter. Met een stevige straal wordt vervolgens de ene na de andere kist volgespoten met de blauwgri j ze vis . Voor de spieringvissers van Urk is het keihard werken geblazen. Op zoek naar waterbewoners die zich maar een paar weken per jaar laten zien. „Dit jaar waren we bijna te laat."

Vissers zijn geen langslapers. Het is nog duister als schipper Paulus van Slooten, zijn broer Albert en hun neef Harm Visscher om vijf uur 's morgens hun schip opstappen. Eind vorig jaar kochten ze de kotter van een Volendammer die om gezondheidsredenen de visserij voor gezien hield. De naam VD 172 maakt binnenkort plaats voor een Urker nummer, UK 258. Het schip is bepaald geen 'UKkie', maar met 19 meter een van de grootste kotters in de IJsselmeervloot van het voormalige eiland. Vijftien Urker kotters bevaren het restant van de vroegere Zuiderzee. Van 1 mei tot 1 oktober verschalken ze er paling en 's winters grijpen ze rode baars en snoekbaars in de kraag.

Biologen
De spieringvisserij in maart en april vormt een welkome afwisseling. De zilverachtige visjes, die zich in het Latijn Osmeridae laten noemen, zoeken in het voorjaar massaal het ondiepe water langs de IJsselmeerdijken op om er tussen de stenen kuit te schieten. Drie weken lang slepen de Urkers hun fuiken dicht bij de dijken door het water, waar de spiering zich massaal beet laat nemen.
Dit jaar hadden de vissen al vroeg verzamelen geblazen. De hoge temperatuur dreef hen in de eerste helft van maart al naar de dijken. Ondertussen keken de vissers met lede ogen toe, want ze mochten nog niet uitvaren. „De biologen denken dat de spiering elk jaar op dezelfde dag deze kant op komt, dus is er een vaste datum waarop we mogen gaan vangen", zegt visser Paulus van Slooten. „Dit jaar was de spieringtijd allang begonnen toen we mochten uitvaren. De vis had inmiddels kuit geschoten en was al op de terugweg. De eerste dag zaten de fuiken dan ook direct barstensvol. We haalden 400 kisten binnen. Een dag later, 's zaterdags, waren het er 600, maar de vis zwom de volgende dagen weg en verspreidde zich door het IJsselmeer, dus het werd snel minder: 's maandags 350 kisten, dinsdags 200. Uiteindelijk hebben we zo'n 2200 kisten bij de visafslag afgeleverd, maar dat hadden er dus veel meer kunnen zijn. Voor de visserlui is dat een flinke strop. Daar komt bij dat we na de spieringvangst niet meer mogen uitvaren totdat het palingseizoen begint. Dit jaar duurde die gesloten tijd dus extra lang."
De prijs van de spiering is nogal ongestadig. „Het ging dit jaar slecht. We beurden maar 40 cent per kilo. Twee jaar geleden was dat nog ƒ 1,20. Meestal ligt de prijs rond de 60 cent. De oorzaak van die schommelingen is niet duidelijk. De producentenorganisatie probeert de prijzen op een normaal peil te houden, maar het lukt ze niet."

Waagstuk
Harm Visscher vaart al op het IJsselmeer sinds hij de schoolbankjes vaarwel zei, maar de Van Slootens zaten de afgelopen jaren op een Noordzeekotter. Paulus was zijn loopbaan wel op het IJsselmeer begonnen, „maar daar verdien je als knecht niet veel, dus daarom ben ik destijds maar naar de Noordzee gegaan. Op het IJsselmeer ben je meer visser. Op de Noordzee doe je het hele jaar hetzelfde; hier is het afwisselender." Nu zijn ze weer terug, met een eigen schip. Bijkomend voordeel: 's nachts slapen de vissers thuis. Toen ze op de Noordzee zaten, waren ze soms van maandagmorgen tot zaterdagmorgen weg. De aankoop van de kotter was een waagstuk voor de drie jonge varensgasten. „Het ziet er voor de visserij de laatste jaren niet zo rooskleurig uit. In de toekomst zullen we verder moeten inkrimpen. We durfden de uitdaging echter wel aan", zegt Paulus. Tijdens de spieringvangst vaart een vierde man mee. De taakverdeling aan boord? „Allemaal hard werken."

Vijfhoog
De VD 172 vaart uit. Grijze wolken bungelen laag boven nog grijzere golven. Buitengaats gaan de fuiken overboord. Schipper Van Slooten laat de stuurhut voor wat hij is en komt aan dek. Daar werkt hij mee én bedient hij het roer. De vissers sjorren de eivolle fuiken binnenboord. Heftig slaan de spieringen elkaar met de staarten om de 'oren', maar hun vrijheidsdrang leidt tot niets. De fuiken worden geleegd boven de bun, schoongespoten en weer overboord gezet. Vanuit de bun wordt de vis vervolgens naar de pomp onder het dek gespoten, omhoog gepompt en richting de oranje veilingkisten getransporteerd. Vierhoog staan de volle kisten op het achterdek opgestapeld en later komt er nog een vijfde 'verdieping' bovenop. Gemiddeld heeft een kist veertig kilo vis aan boord. Aan eten komen de vissers tijdens de spieringvangst nauwelijks toe. Tegen de avond glijdt de kotter weer langs de kade. De kisten verdwijnen linea recta richting de afslag. Voor de vissers is de werkdag dan nog lang niet voorbij. „Er is altijd genoeg te doen. Op de box repareren we 's avonds netten en maken we nieuwe fuiken. En als we niet vissen, zitten we de hele dag op de box."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.